Uitspraak · Bestuursrecht
Rechtbank Den Haag, 9 juni 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:16902Zaaknummer SGR 25/2099
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 9 juni 2026
- Publicatiedatum
- 1 juli 2026
- Zaaknummer
- SGR 25/2099
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
"Wet hersteloperatie toeslagen" Nieuwe beroepsgrond in strijd met de goede procesorde buiten beschouwing gelaten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.W. Griffioen, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Hoeijmans, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 9 juni 2026.
De griffier is verhinderd te tekenen
| griffier | rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 25/2099
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 juni 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
(gemachtigde: mr. S.V. Hendriksen),
en
de Dienst Toeslagen, verweerder
(gemachtigde: mr. M.S. Aziz).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar compensatieverzoek voor de jaren 2011, 2012 en maart tot en met december 2014 en tegen de hoogte van de vergoeding van de juridische kosten voor toeslagjaren 2013 en 2014.
Verweerder heeft op 11 november 2022 meerdere besluiten genomen. Met het primaire besluit I[_e545b2b3-46a4-4803-a5ba-1171645f1cc8] (de herbeoordeling over het toeslagjaar 2013) en het primaire besluit II[_668bcd82-9536-4192-b352-4e6dbd04b4b4] (de herbeoordeling over januari en februari 2014) is de definitieve compensatie voor eiseres vastgesteld op € 20.125,-. Met de primaire besluiten III en IV[_f92533f5-a72c-443f-9e1b-08a074afca84] zijn de verzoeken om compensatie en om herbeoordeling voor de toeslagjaren 2011, 2012 en maart tot en met december 2014 afgewezen.
Met het bestreden besluit van 19 februari 2025 heeft verweerder het bezwaar van eiseres tegen de hiervoor genoemde primaire besluiten gedeeltelijk gegrond verklaard.
Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
Eiseres heeft de dag voor de zitting in de avond een pleitnotitie ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 14 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van verweerder.
Beoordeling door de rechtbank
Waar gaat deze zaak over?
2. Eiseres heeft zich bij verweerder gemeld als gedupeerde van de toeslagenaffaire en verzocht om een herbeoordeling van haar recht op kinderopvangtoeslag over de jaren 2011 tot en met 2014. Verweerder heeft onderzocht of in de situatie van eiseres institutioneel vooringenomen is gehandeld. Na deze eerste beoordeling heeft verweerder eiseres een bedrag van € 30.000,- toegekend.[_271d0079-b866-4442-b5d0-54163059a542]
Met de primaire besluiten heeft verweerder het definitieve compensatiebedrag voor het jaar 2013 en de maanden januari en februari van 2014 vastgesteld op € 20.125,-. Dit bedrag blijft onder het minimale bedrag van € 30.000,- dat eiseres al heeft ontvangen. Zij krijgt daarom geen extra bedrag uitbetaald. Het verzoek om compensatie voor de jaren 2011, 2012 en maart tot en met december 2024 is afgewezen. Hiertegen heeft eiseres bezwaar ingesteld.
Verweerder heeft hangende bezwaar een nieuwe berekening gemaakt voor de juridische kosten. Deze berekening leidt tot een puntentoekenning van 6,5 en daarmee komt het totaalbedrag op € 11.375,- (6,5 punt x wegingsfactor 2 x € 875,-), in plaats van € 6.022,-. Verweerder heeft in bezwaar ook nieuwe berekeningen gemaakt voor de rentevergoeding over de gemiste kinderopvangtoeslag in 2013 en 2014. De eerdere vergoedingen zijn onjuist. Voor 2013 moet het vastgestelde bedrag worden bijgesteld van € 1.398,- naar € 1.491. Voor 2014 leidt de nieuwe berekening tot een verlaging van € 823,- naar € 712,-. Omdat eiseres door haar bezwaar niet in een slechtere positie mag komen, blijft het bedrag van € 823,- staan. Volgens de BAC heeft verweerder de vergoedingen op deze wijze goed berekend.
Verweerder heeft het advies van de BAC gevolgd. Wat betreft de vergoeding voor de juridische kosten is verweerder in het voordeel van eiseres van het advies afgeweken. Voor de vergoeding over 2013 is bij de BAC gerekend met een vergoeding van € 875,- per procespunt. Verweerder wijkt hiervan af en hanteert een vergoeding van € 907,- per procespunt.[_48cd308a-3dd4-46b5-ae4b-104640bc5d81] Dit leidt tot een vergoeding van € 11.791,-. Daarnaast is verweerder nog gebleken dat de proceskostenvergoeding voor toeslagjaar 2014 verkeerd is berekend. Eiseres heeft recht op drie punten aan vergoeding. Hierdoor heeft zij recht op € 5.442,- in plaats van € 3.036. Ten aanzien van de rentevergoeding van de gemiste kinderopvangtoeslag wordt aan eiseres nog een bedrag van € 93,- (voor 2013) toegekend.
Wat vindt eiseres in beroep?
3. Eiseres stelt zich op het standpunt dat zij voldoende heeft aangegeven dat zij ook recht heeft op compensatie over de jaren 2011 en 2012. Daarnaast is voor 2013 de eerste verlaging onterecht niet meegenomen in de berekening. Eiseres is het niet eens met de motivering van de BAC dat hier geen sprake is van vooringenomenheid.
Ten slotte meent eiseres dat verweerder een rekenfout heeft gemaakt bij de berekening van de juridische kosten. Het bedrag van € 5.442,- is onterecht niet meegenomen.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
4. Eiseres heeft op zitting haar beroepsgronden genoemd onder overweging 3 ingetrokken. De rechtbank zal daarom alleen de beroepsgrond onder overweging 3.1 bespreken.
De goede procesorde
5. Eiseres heeft de dag voor de zitting in de avond een pleitnota ingediend. De rechtbank heeft dit stuk om 18:52 uur ontvangen. Volgens eiseres is dit stuk gelijktijdig aan verweerder toegezonden. Gemachtigde van verweerder heeft op de zitting aangegeven een kopie van de pleitnota voor de zitting op de gang te hebben ontvangen. In de pleitnota stelt eiseres dat verweerder rekenfouten heeft gemaakt en dat aan haar 12,5 procespunt in plaats van 9,5 procespunt moet worden toegekend. Gemachtigde heeft op de zitting betoogd dat dit een aanvulling op zijn oorspronkelijke beroepsgrond is en dat verweerder bovendien genoeg tijd heeft gehad om zich hierop voor te bereiden. Hij heeft immers tien minuten voor de zitting een kopie van de pleitnota aan verweerder overhandigd. De rechtbank ziet dit anders. Naar het oordeel van de rechtbank is dit een nieuwe beroepsgrond en is het aanvoeren hiervan zo kort voor de zitting in strijd met de goede procesorde. Verweerder heeft nu geen tijd gehad om zich hier inhoudelijk op voor te bereiden. Ook de rechtbank heeft deze nieuwe beroepsgrond niet mee kunnen nemen in haar eigen voorbereiding op de zitting. De rechtbank zal de pleitnota van 13 april 2026, voor zover eiseres betoogt dat een verkeerd aantal procespunten is toegekend, daarom wegens strijd met de goede procesorde buiten beschouwing laten.
Vergoeding juridische kosten 2014
6. Over de beroepsgrond onder 3.1 overweegt de rechtbank het volgende. Verweerder heeft er in beroep op gewezen dat de berekening in de beslissing op bezwaar correct is uitgevoerd. Hieruit volgt dat eiseres recht heeft op een vergoeding van de juridische kosten voor een bedrag van € 11.791,- over het jaar 2013 en voor een bedrag van € 5.442,- over het toeslagjaar 2014. In de bijlage bij het bestreden besluit (bijlage: de berekening bezwaar compensatiebedrag kinderopvangtoeslag), zijn bij component m: de vergoeding juridische hulp, onjuiste bedragen ingevuld. In beroep heeft verweerder een correct ingevulde bijlage verstrekt. Hiervan heeft eiseres op zitting gezegd dat de som van verweerder klopt.
Conclusie en gevolgen
7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.W. Griffioen, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Hoeijmans, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 9 juni 2026.
De griffier is verhinderd te tekenen
| griffier | rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.