Uitspraak · Vreemdelingenrecht
Rechtbank Den Haag, 5 juni 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:16900Zaaknummer NL25.28897
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 5 juni 2026
- Publicatiedatum
- 22 juni 2026
- Zaaknummer
- NL25.28897
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Voorlopige voorziening
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Vovo bij het beroep NL25.29986
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.E.M. van Abbe, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.M. Tank, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
5 juni 2026
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.28897
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker] , V-nummer: [V-nummer] , verzoeker
(gemachtigde: mr. A.H. Hekman),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister
(gemachtigde: mr. W. van Hoof).
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker nadat de minister zijn toegekende tijdelijke bescherming op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB)[_59e7878c-4f96-4d68-b631-415874678910] heeft beëindigd. Verzoeker is het hier niet mee eens. Hij verzoekt daarom om een voorlopige voorziening en voert daartoe een aantal gronden aan. Hij heeft daartegen ook beroep ingesteld.
De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. De minister heeft de tijdelijke bescherming op grond van de RTB van eiser op 3 juni 2025 beëindigd. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting.[_b8a5d052-d8d8-4fae-a00c-a9699e3311e3]
Beoordeling door de voorzieningenrechter
3. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.28896, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.E.M. van Abbe, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.M. Tank, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
5 juni 2026
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.