Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 16 juni 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:16454Zaaknummer NL25.45122

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
16 juni 2026
Publicatiedatum
19 juni 2026
Zaaknummer
NL25.45122
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Middelburg
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

BNT - asiel - kruisjesformulier - gegrond.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Overwegingen
  2. Beslissing
  3. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.45122

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser],

V-nummer: [V-nummer], eiser

(gemachtigde: mr. N.M. de Houwer-van Wijk),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Overwegingen

Gebleken is dat de uitspraak van 11 juni 2026 met zaaknummer NL25.45122 een onjuistheid bevat, die zich voor eenvoudig herstel leent. In de uitspraak heeft de rechtbank verweerder ten onrechte een verkeerde beslistermijn opgedragen. Zij herstelt deze onjuistheid op de hierna te melden wijze.

Beslissing

Aan de overwegingen wordt het volgende aangepast:

“Er is sprake van bijzondere omstandigheden, de uiterste termijn van 21 maanden zoals genoemd in artikel 31, vijfde lid, van de Procedurerichtlijn zal op 23 juni 2026 verlopen. De rechtbank ziet daarom aanleiding om verweerder op te dragen zo snel mogelijk op de asielaanvraag te beslissen, maar uiterlijk acht weken na de dag van verzending van deze uitspraak.”

Het dictum in de uitspraak van 11 juni 2026 luidt als volgt:

De rechtbank:

  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit; draagt verweerder op binnen acht weken na de dag van verzending van deze uitspraak een besluit bekend te maken met inachtneming van deze uitspraak;
  • bepaalt dat verweerder aan eiser een dwangsom van € 50,- verbeurt voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-;
  • veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 467,-.

Deze hersteluitspraak is gedaan op 16 juni 2026 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van A. Hiddouch, griffier, openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.