Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Den Haag, 13 mei 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:16019Zaaknummer C/09/703748 / FA RK 26-3975

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
13 mei 2026
Publicatiedatum
24 juni 2026
Zaaknummer
C/09/703748 / FA RK 26-3975
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg - Wvggz

De rechtbank:

verleent een zorgmachtiging ten aanzien van:

[betrokkene],

geboren op [geboortedatum] 1985 te [geboorteplaats],

inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:

- toedienen van medicatie;

- verrichten medische controles;

- beperken van de bewegingsvrijheid;

- onderzoek aan kleding of lichaam;

- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;

- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;

- opnemen in een accommodatie;

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 13 november 2026;

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.C. van den Dries, rechter, bijgestaan door I. de Vroom als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 13 mei 2026.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 3 juni 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
  2. Beoordeling
  3. Beslissing

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht

Zaak-/rekestnr.: C/09/703748 / FA RK 26-3975

Datum beschikking: 13 mei 2026

Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg

Beschikking naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[betrokkene],

hierna te noemen: betrokkene,

geboren op [geboortedatum] 1985 te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats],

thans verblijvende in de accommodatie [zorginstelling], [plaats],

advocaat: mr. M.F. Laning te Den Haag.

ProcesverloopBij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 21 april 2026, heeft de officier van justitie verzocht om een zorgmachtiging.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

- een op 2 april 2026 ondertekende medische verklaring van [naam 1], psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was;

- een zorgkaart van 3 april 2026;

- een zorgplan van 25 maart 2026;

- de bevindingen van de geneesheer-directeur van 16 april 2026;

- een uittreksel uit de justitiële documentatie;

- een afschrift van de politiemutaties.

Op 7 mei 2026 heeft de rechtbank vastgesteld dat de waarnemend advocaat niet ter zitting was verschenen en dat het verzoek niet inhoudelijk behandeld kan worden omdat betrokkene geen bijstand heeft van een advocaat. De inhoudelijke behandeling van het verzoek is aangehouden.

Van de zitting van 7 mei 2026 is een proces-verbaal opgemaakt.

De mondelinge behandeling van het verzoek is voortgezet op 13 mei 2026. Daarbij zijn gehoord:

- betrokkene, bijgestaan door mr. B.S. Haeften, waarnemend voor de advocaat;

- de behandelaar, [naam 2].

Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.

Standpunten ter zitting

Door en namens betrokkene is ter zitting primair verzocht om het verzoek af te wijzen. Volgens betrokkene is een zorgmachtiging niet nodig omdat hij op vrijwillige basis in de huidige accommodatie wil blijven. Ook neemt betrokkene dagelijks zijn medicatie in omdat hij inziet dat hij die nodig heeft en om de maand krijgt hij een depot. Het incident waarover wordt gesproken, heeft langere tijd geleden plaatsgevonden en verder hebben er geen nieuwe incidenten plaatsgevonden en gedraagt betrokkene zich netjes. Betrokkene wil drugs blijven gebruiken waar hij kalm en relaxed van wordt en staat niet open voor een detox-behandeling. Subsidiair verzoekt de advocaat om het toedienen van medicatie af te wijzen omdat betrokkene de medicatie vrijwillig inneemt.

Door de behandelaar is naar voren gebracht dat het, op het incident met het wapen na, redelijk goed gaat met betrokkene. Zijn daginvulling blijft steken op het dagelijks voorzien in gebruik van middelen dat gepaard gaat met ongewenste bezoeken van dealers die hun geld komen halen. Betrokkene wil drugs blijven gebruiken omdat hij aangeeft dat dit een goede uitwerking op hem heeft. Het middelengebruik kan leiden tot een bepaalde vorm van communicatie waarbij er een kort lontje bij hem ontstaat en hij vertoont dan afdeling-ontwrichtend gedrag. Door het gebrek aan ziektebesef en -inzicht gebeuren er dingen waar betrokkene later spijt van krijgt. De 48 bewoners in de huidige accommodatie, zijn nog steeds angstig door het filmpje van betrokkene met het wapen. Zijn verblijf in de huidige accommodatie blijft op het spel staan als hij zulke acties blijft doen.

Op dit moment gaat betrokkene bovendien zowel lichamelijk als psychisch achteruit. Het plan is om betrokkene op te nemen voor stabilisatie en detoxificatie waarbij hij ook kan aansterken aangezien hij slecht eet. Als zorgverantwoordelijke is het belangrijk om bij deze mate van middelengebruik, in te kunnen grijpen wanneer dat nodig is. In tijden van gebruik is er namelijk ook sprake van decompensatie die niet in handen te houden is. Ten aanzien van de vormen van verplichte zorg acht de behandelaar het toedienen van medicatie en het verrichten van de medische controles noodzakelijk. Betrokkene haalt de medicatie op, maar niet altijd op de afgesproken tijden. De inname gaat altijd onder toezicht. In de huidige accommodatie zijn de onderzoeksvormen en het controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen niet nodig maar tijdens een opname ter detoxificatie wel. Het beperken van de bewegingsvrijheid en het opnemen in een accommodatie zijn reeds door de arts toegelicht en voorzienbaar.

Beoordeling

Uit de overgelegde stukken is gebleken dat betrokkene lijdt aan psychische stoornissen, te weten een ongespecificeerde schizofreniespectrum- of andere psychotische stoornis, een stoornis in het alcohol- cannabis- en cocaïnegebruik en een stoornis in de impulscontrole.

Deze stoornissen leiden tot ernstig nadeel, gelegen in:

- ernstig lichamelijk letsel;

- ernstige psychische schade;

-ernstige verwaarlozing;

-maatschappelijke teloorgang;

- bedreiging van de veiligheid van betrokkene al dan niet doordat hij onder invloed van een ander raakt;

- de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept;

- de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.

Betrokkene heeft recent voor een onveilige situatie gezorgd door een filmpje op social media te plaatsen waarop hij met een wapen in zijn handen te zien is waarmee hij schietbewegingen maakt. Ter zitting heeft de rechtbank begrepen dat door het overmatige drugsgebruik, betrokkene zowel lichamelijk als psychisch achteruit gaat waarbij hij niet altijd te begeleiden is. Het heeft bovendien nadelig effect op de andere bewoners. Ondanks de ernstige nadelige effecten op zijn gezondheid, heeft betrokkene de wens om middelen te blijven gebruik waarbij er sprake is van een gebrek aan ziektebesef en -inzicht.

Om het ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren, de geestelijke gezondheid van betrokkene te herstellen zodanig dat hij zijn autonomie zoveel mogelijk herwint, de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.

Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Betrokkene wil in de huidige accommodatie blijven wonen en drugs blijven gebruiken. De rechtbank is van oordeel dat een zorgmachtiging nodig is zodat er tijdig ingegrepen kan worden.

De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:

- toedienen van medicatie;

- verrichten medische controles;

- beperken van de bewegingsvrijheid;

- onderzoek aan kleding of lichaam;

- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;

- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;

- opnemen in een accommodatie.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De verplichte zorg is bovendien evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt verder dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend.

Gelet op hetgeen ter zitting is besproken ziet de rechtbank geen aanleiding voor het opleggen van verplichte zorg in de vorm van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, insluiten, het uitoefenen van toezicht, aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten en het beperken van het recht op het ontvangen van het bezoek. Niet gebleken is dat deze vormen voorzienbaar zijn en dat het opleggen hiervan direct noodzakelijk zal zijn. Het verzoek zal daarom in zoverre worden afgewezen.

Beslissing

De rechtbank:

verleent een zorgmachtiging ten aanzien van:

[betrokkene],

geboren op [geboortedatum] 1985 te [geboorteplaats],

inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:

- toedienen van medicatie;

- verrichten medische controles;

- beperken van de bewegingsvrijheid;

- onderzoek aan kleding of lichaam;

- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;

- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;

- opnemen in een accommodatie;

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 13 november 2026;

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.C. van den Dries, rechter, bijgestaan door I. de Vroom als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 13 mei 2026.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 3 juni 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.