Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Den Haag, 12 mei 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:15782Zaaknummer C/09/688275 / FA RK 25-5225

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
12 mei 2026
Publicatiedatum
23 juni 2026
Zaaknummer
C/09/688275 / FA RK 25-5225
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Scheiding en huurrecht.

De rechtbank:

*

spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, gehuwd op [datum] 2025 in [plaats];

*

bepaalt dat de man met ingang van de dag van inschrijving van deze beschikking in de registers van de burgerlijke stand de huurder zal zijn van de woonruimte aan het adres [adres];

*

bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;

*

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. C.L. Strop, rechter, bijgestaan door mr. S.A.L. Niemantsverdriet als griffier. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 12 mei 2026.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Scheiding
  2. Procedure
  3. Feiten
  4. Verzoek en verweer
  5. Beoordeling
  6. Beslissing

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige Kamer

Rekestnummer: FA RK 25-5225

Zaaknummer: C/09/688275

Datum beschikking: 12 mei 2026

Scheiding

Beschikking op het op 10 juli 2025 ingekomen verzoek van:

[de vrouw],

de vrouw,

wonende op een voor de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. M. Ahmadi in Rotterdam.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de man],

de man,

wonende op een voor de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. D. Hopmans in Rotterdam.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

  • het verzoekschrift;
  • het verweerschrift met een zelfstandig verzoek;
  • het verweer op het zelfstandig verzoek;
  • het F9-formulier van 1 april 2026, met bijlagen, van de vrouw.

Op 14 april 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vrouw, bijgestaan door haar advocaat, en de man, bijgestaan door zijn advocaat.

Feiten

  • Partijen zijn gehuwd op [datum] 2025 in [plaats].
  • Blijkens uittreksels uit de Basisregistratie Personen hebben beide partijen in ieder geval de Nederlandse nationaliteit.

Verzoek en verweer

De vrouw verzoekt, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

  • de echtscheiding tussen partijen uit te spreken;
  • te bepalen dat het huurrecht van de echtelijke woning, staande en gelegen aan de [adres], aan de vrouw wordt toegekend.

De man voert verweer tegen het verzoek van de vrouw ten aanzien van het huurrecht, dat hierna – voor zover nodig – wordt besproken. Hierbij verzoekt hij zelfstandig:

  • de echtscheiding tussen partijen uit te spreken;
  • te bepalen dat de man het huurrecht van de echtelijke woning gelegen aan de [adres] krijgt toegewezen,

kosten rechtens.

Beoordeling

Echtscheiding

Ontvankelijkheid

De rechtbank zal de man en de vrouw ontvangen in hun verzoeken tot echtscheiding omdat aan de wettelijke formaliteiten zoals genoemd in artikel 815 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) is voldaan.

Inhoudelijke beoordeling

De vrouw stelt dat het huwelijk duurzaam is ontwricht en de man heeft dit niet betwist, zodat de over en weer gedane verzoeken tot echtscheiding als op de wet gegrond worden toegewezen.

Huurrecht woning

De vrouw en de man verzoeken allebei om toedeling van het huurrecht van de woning aan het adres [adres]. Partijen hebben nooit hebben samengewoond in de woning, maar zij staan wel beiden als huurder vermeld in de huurovereenkomst.

De rechtbank stelt voorop dat de situatie tussen partijen verdrietig is. Het is duidelijk dat zij beiden hele andere verwachtingen hadden van hetgeen het huwelijk hen zou brengen. De situatie heeft tot ongelukkige gevolgen geleid, waaronder ook deze kwestie. Het lukt partijen niet om in onderling overleg te komen tot afspraken met betrekking tot de woning.

Beide partijen hebben belang bij het huurrecht van de woning. In de huidige woningmarkt, waarin de woning schaarste groot is, is het voor beiden moeilijk om alternatieve woonruimte te vinden.

De rechtbank zal bij toewijzing van de huur van de woning daarom een belangenafweging maken. De man heeft onbetwist gesteld dat hij al sinds 2020 ingeschreven stond bij Woonnet Haaglanden om zelfstandig een woning te kunnen huren, terwijl de vrouw zich pas in 2024 heeft ingeschreven. De vrouw heeft gesteld, maar naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende onderbouwd dat de man de woning heeft gekregen doordat zij zich ook heeft ingeschreven. Daarnaast weegt de rechtbank mee dat de man een sterke binding heeft met de regio Den Haag, terwijl een dergelijke binding bij de vrouw ontbreekt. De vrouw is opgegroeid en woont in Gouda en studeert in Utrecht. De belangen van partijen tegen elkaar afwegende, is de rechtbank van oordeel dat het belang van de man bij het toekennen van het huurrecht van de woning zwaarder weegt dan het belang van de vrouw. De rechtbank zal het verzoek van de man daarom toewijzen, onder afwijzing van het verzoek van de vrouw.

Proceskosten

Omdat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren zoals hierna vermeld.

Beslissing

De rechtbank:

*

spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, gehuwd op [datum] 2025 in [plaats];

*

bepaalt dat de man met ingang van de dag van inschrijving van deze beschikking in de registers van de burgerlijke stand de huurder zal zijn van de woonruimte aan het adres [adres];

*

bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;

*

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. C.L. Strop, rechter, bijgestaan door mr. S.A.L. Niemantsverdriet als griffier. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 12 mei 2026.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.