Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 4 juni 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:15715Zaaknummer NL26.29498

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
4 juni 2026
Publicatiedatum
11 juni 2026
Zaaknummer
NL26.29498
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Zwolle
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Bewaring – vervolgberoep – plaatsing en verblijf in PI Vught.

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.R. van der Winkel, rechter, in aanwezigheid van D.K. Bloemers, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Procesverloop
  2. Overwegingen
  3. Beslissing

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Zwolle

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.29498

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], V-nummer: [V-nummer], eiser,

(gemachtigde: mr. S. Akkas),

en

de minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop

De minister heeft op 10 januari 2026 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw[_266b1285-eb0d-4b98-8df5-a5047c506a22] opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.

Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.

De minister heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd.

De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek gesloten op 29 mei 2026 om 24.00 uur (middernacht).

Overwegingen

1. Eiser stelt van Marokkaanse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1993.

2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.

3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van 29 april 2026 (in de zaak NL26.21137) volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom is bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel van bewaring slechts de periode van belang sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek op 23 april 2026. Plaatsing en verblijf in PI Vught

4. Eiser herhaalt zijn eerder ingenomen standpunt dat de aard van de PI Vught, de strikte uitleg van het Hof van Justitie en het feitelijke contact met gedetineerden maken dat dat BPG-afdeling van de PI Vught niet kan worden aangemerkt als een speciale inrichting voor bewaring in de zin van artikel 16 van de Terugkeerrichtlijn.

5. De rechtbank verwijst naar wat zij hiertoe heeft overwogen in haar eerdere uitspraken, met name de uitspraak van 29 april 2026, NL26.21137. In wat eiser in dit beroep heeft aangevoerd, ziet de rechtbank geen aanleiding voor een ander oordeel. Deze beroepsgrond slaagt daarom niet. Ambtshalve toets

6. Ook overigens ziet de rechtbank geen aanleiding voor het oordeel dat (het voortduren van) de maatregel van bewaring is.[_5ce111ac-f2ac-4c78-8e0a-6c9631aa0e26]Conclusie

7. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.R. van der Winkel, rechter, in aanwezigheid van D.K. Bloemers, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.