Uitspraak · Vreemdelingenrecht
Rechtbank Den Haag, 23 januari 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:1516Zaaknummer NL25.26761
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 23 januari 2026
- Publicatiedatum
- 6 maart 2026
- Zaaknummer
- NL25.26761
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Verzoek om een voorlopige voorziening. Geen beroep meer aanhangig (connexiteitsvereiste). Verzoek niet-ontvankelijk.
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.W. Griffioen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. Y. Robio, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.26761
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker] , V-nummer: [v-nummer] , verzoeker
(gemachtigde: mr. A. Orhan),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker.
Bij besluit van 11 juni 2025 heeft verweerder de aanvraag van verzoeker om afgifte van een verblijfsdocument EU/EER afgewezen. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Verweerder heeft op 30 juli 2025 op het bezwaar van verzoeker beslist (het bestreden besluit). Op 1 augustus 2025 heeft verzoeker hiertegen beroep ingesteld (zaaknummer: NL25.35586), waardoor het verzoek om een voorlopige voorziening hangende bezwaar is omgeklapt naar een verzoek om een voorlopige voorziening hangende beroep.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening op 9 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van verzoeker deelgenomen. Verweerder heeft zich afgemeld voor de zitting.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. Op grond van artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan een voorlopige voorziening alleen worden verzocht zolang er bezwaar of beroep aanhangig is (connexiteitsvereiste).
De rechtbank heeft op 16 januari 2026 uitspraak gedaan op het beroep van verzoeker en dit niet-ontvankelijk verklaard. Daarmee is er geen beroep meer aanhangig. Nu niet langer wordt voldaan aan het in artikel 8:81 van de Awb neerlegede vereiste van connexiteit, is de voorzieningenrechter van oordeel dat het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk is.
Conclusie en gevolgen
3. De voorzieningenrechter komt tot de conclusie dat het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk is. Verzoeker krijgt het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.W. Griffioen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. Y. Robio, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.