Uitspraak · Omgevingsrecht

Rechtbank Den Haag, 2 juni 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:14610Zaaknummer 25/19

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
2 juni 2026
Publicatiedatum
16 juni 2026
Zaaknummer
25/19
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Omgevingsrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

beroep niet-ontvankelijk; geen procesbelang

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. T.A. Oudenaarden, rechter, in aanwezigheid van mr.Y. Al-Qaq, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 2 juni 2026.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [bedrijf] B.V. uit [plaats]
  2. Procesverloop
  3. Beoordeling door de rechtbank
  4. Conclusie en gevolgen
  5. Beslissing
  6. Informatie over hoger beroep

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht

zaaknummer: SGR 25/19

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 juni 2026 in de zaak tussen

de erven van wijlen [erflater], uit [woonplaats], de erven

en

het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, het college

(gemachtigde: mr. M. Remeijer).

Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [bedrijf] B.V. uit [plaats]

(gemachtigde: mr. I.R. Köhne).

Procesverloop

1. In het besluit van 28 juni 2024 heeft het college de derde-partij een omgevingsvergunning verleend voor PV-panelen en een geluidsreductiescherm op het dak van het hotel aan de [adres] in Den Haag.

1.1.

Met het bestreden besluit van 9 december 2024 heeft het college de omgevingsvergunning in stand gelaten.

1.2.

Wijlen [erflater] heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Hij is op [dag] 2025 overleden. De zoon van eiser, [erfgenaam], heeft het beroep namens de erven voortgezet.

1.3.

De rechtbank heeft het beroep op 21 april 2026 op zitting behandeld, tegelijk met het beroep met nummer SGR 25/420. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van het college, de gemachtigde van de derde-partij en [naam 1] namens de derde-partij. Namens de erven is niemand verschenen. In verband met de behandeling van het beroep met nummer 25/420 waren [naam 2] en [naam 3] aanwezig. Het beroep met nummer SGR 25/420 is ter zitting ingetrokken.

Beoordeling door de rechtbank

Procesbelang

2. De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of de erven procesbelang hebben bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep.

2.1.

Onder procesbelang wordt verstaan het belang bij de uitkomst van de procedure. Het gaat daarbij om het antwoord op de vraag wat de erven concreet met het beroep willen dan wel kunnen bereiken. Het betreft niet de vraag óf zij gelijk hebben, het gaat erom of zij een reëel en actueel belang hebben bij het gelijk, als zij dat zouden hebben.

2.2.

Het is de rechtbank gebleken dat het appartement van [erflater] na zijn overlijden is verkocht. Daarmee is het procesbelang van de erven komen te vervallen. Verder is niet gebleken dat de erven op enige andere manier een reëel en actueel belang hebben bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep.

Conclusie en gevolgen

3. Wegens het ontbreken van procesbelang komt de rechtbank niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van het beroep. Het beroep zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard. Voor vergoeding van de proceskosten is daarom geen aanleiding, en evenmin voor vergoeding van het griffierecht.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. T.A. Oudenaarden, rechter, in aanwezigheid van mr.Y. Al-Qaq, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 2 juni 2026.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.