Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Den Haag, 24 april 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:13426Zaaknummer C/09/699048 / FA RK 26-1162

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
24 april 2026
Publicatiedatum
9 juni 2026
Zaaknummer
C/09/699048 / FA RK 26-1162
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Overeenstemming. De ouders hebben voor de zitting afspraken gemaakt over een voorlopige zorgregeling. De afspraken zijn vastgelegd in een beschikking

De rechtbank:

*

bepaalt dat de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedatum 1] 2017 te [geboorteplaats],

voorlopig aan de vrouw zal worden toevertrouwd;

*

bepaalt dat de man voorlopig gerechtigd is om de minderjarige [minderjarige] bij zich te hebben eenmaal per twee weken van zaterdag tot zondag, waarbij de man [minderjarige] op zaterdag tussen 08.00 uur en 09.00 uur zal ophalen en haar op zondag vóór 17.00 uur weer zal terugbrengen;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. C.G. Meeder, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. M.G. Coopmans-Veraa als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 april 2026.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Voorlopige voorzieningen
  2. [de man]
  3. [de vrouw]
  4. Procedure
  5. Feiten
  6. Verzoek en verweer
  7. Beoordeling
  8. Beslissing

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige kamer

Rekestnummer: FA RK 26-1162

Zaaknummer: C/09/699048

Datum beschikking: 24 april 2026

Voorlopige voorzieningen

Beschikking op het op 5 februari 2026 ingekomen verzoek van:

[de man]

,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. N. Plaisier te Hendrik-Ido-Ambacht.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vrouw]

,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. R.G. Groen te ’s-Gravenhage.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

  • het verzoekschrift;
  • het verweerschrift tevens verzoekschrift;

- het bericht van 7 april 2026, met bijlage, namens de vrouw;

- de brief van 13 april 2026 namens de man;

- het bericht van 13 april 2026 namens de vrouw.

De mondelinge behandeling van de zaak was gepland op de zitting van deze rechtbank van 15 april 2026. Voorafgaand aan deze behandeling hebben beide advocaten de rechtbank bericht dat zij namens hun cliënten overeenstemming hebben bereikt en dat de behandeling daarom niet door hoeft te gaan.

Feiten

- Partijen zijn onder huwelijkse voorwaarden met elkaar op [datum] 2015 te [plaats]

( [land]) gehuwd.

- Zij zijn de ouders van het volgende thans nog minderjarige kind:

[minderjarige], geboren op [geboortedatum 1] 2017 te [geboorteplaats].

- [minderjarige] verblijft feitelijk bij de moeder in de echtelijke woning.

- De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over [minderjarige] uit.

- De man en de vrouw hebben in ieder geval de Nederlandse nationaliteit.

- De man heeft uit eerdere huwelijken nog drie kinderen: [kind 1] ( [geboortedatum 2] 1997), [kind 2]

( [geboortedatum 3] 1998) en [kind 3] ( [geboortedatum 4] 1999).

Verzoek en verweer

Het verzoek van de man zoals dat aanvankelijk luidde, strekte ertoe dat:

- een regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken (zorgregeling) ten aanzien van het minderjarige kind van partijen wordt vastgesteld, waarbij [minderjarige] elke vrijdag van 18.00 - 19.00 uur tot zondag 12.00 uur bij de man verblijft, alsook de helft met de vakanties en (Islamitische) feestdagen;

- dan wel een zodanige voorlopige zorgregeling als de rechtbank juist acht;

een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

De vrouw heeft hiertegen verweer gevoerd en zelfstandig verzocht om [minderjarige] aan haar toe te vertrouwen, voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

De advocaat van de man heeft bij brief van 13 april 2026 de rechtbank bericht dat de ouders overeenstemming hebben bereikt en verzoekt deze overeenstemming op te nemen in een beschikking.

De advocaat van de vrouw heeft bij bericht van 13 april 2026 de bereikte overeenstemming bevestigd en verzoekt eveneens deze overeenstemming op te nemen in een beschikking.

Beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht

De Nederlandse rechter komt in deze voorlopige voorzieningenprocedure rechtsmacht toe. De rechtbank past in dit geval Nederlands recht toe.

Inhoudelijke beoordeling

De ouders zijn in de loop van de procedure tot overeenstemming gekomen en verzoeken nu beiden om deze overeenstemming op te nemen in een beschikking.

De ouders zijn het volgende overeengekomen:

  • [minderjarige] wordt toevertrouwd aan de vrouw;
  • een voorlopige zorgregeling, inhoudende dat de man [minderjarige] eenmaal per twee

weken op zaterdag tussen 08.00 uur en 09.00 uur zal ophalen en haar op zondag

vóór 17.00 uur weer zal terugbrengen.

De rechtbank zal conform deze overeenstemming beslissen, omdat niet is gebleken dat het belang van [minderjarige] zich hiertegen verzet en het nader verzochte niet onrechtmatig en niet ongegrond is. Hetgeen oorspronkelijk meer of anders is verzocht, beschouwt de rechtbank als ingetrokken.

Beslissing

De rechtbank:

*

bepaalt dat de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedatum 1] 2017 te [geboorteplaats],

voorlopig aan de vrouw zal worden toevertrouwd;

*

bepaalt dat de man voorlopig gerechtigd is om de minderjarige [minderjarige] bij zich te hebben eenmaal per twee weken van zaterdag tot zondag, waarbij de man [minderjarige] op zaterdag tussen 08.00 uur en 09.00 uur zal ophalen en haar op zondag vóór 17.00 uur weer zal terugbrengen;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. C.G. Meeder, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. M.G. Coopmans-Veraa als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 april 2026.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.