Uitspraak · Bestuursprocesrecht
Rechtbank Den Haag, 7 mei 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:11643Zaaknummer NL26.8923
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 7 mei 2026
- Publicatiedatum
- 27 mei 2026
- Zaaknummer
- NL26.8923
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Bestuursprocesrecht
- Procedure
- Voorlopige voorziening
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
mondelinge uitspraak - artikel 8:67 Awb - verzoek om voorlopige voorziening afgewezen, omdat al uitspraak is gedaan op het beroep.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Gronden van de beslissing
2. Bij mondelinge uitspraak van 7 mei 2026 is het samenhangende beroep van verzoeker (NL26.8922) ongegrond verklaard. Omdat inmiddels op het beroep is beslist, bestaat er geen aanleiding meer voor het treffen van een voorlopige voorziening. Het verzoek wordt daarom afgewezen.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is gedaan op de openbare zitting van 7 mei 2026 door mr. E.M.A. Vinken, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.J.J. Roks, griffier.
Dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.8923 (voorlopige voorziening)
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 7 mei 2026 in de zaak tussen
[verzoeker] , verzoeker
V-nummer: [v-nummer]
(gemachtigde: mr. N. Birrou),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
(gemachtigde: mr. N. Rijerkerk).
Procesverloop
1. Verzoeker heeft op 5 februari 2026 een herhaalde aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend in Nederland.
Verweerder heeft met het bestreden besluit van 17 februari 2026 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
Verzoeker heeft de voorzieningenrechter gevraagd om, samenhangend zijn beroep NL26.8922 tegen het bestreden besluit, een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft dit verzoek op 7 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker, B. Zagdhoud als tolk en de gemachtigde van verweerder.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Gronden van de beslissing
2. Bij mondelinge uitspraak van 7 mei 2026 is het samenhangende beroep van verzoeker (NL26.8922) ongegrond verklaard. Omdat inmiddels op het beroep is beslist, bestaat er geen aanleiding meer voor het treffen van een voorlopige voorziening. Het verzoek wordt daarom afgewezen.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is gedaan op de openbare zitting van 7 mei 2026 door mr. E.M.A. Vinken, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.J.J. Roks, griffier.
Dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.