Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Den Haag, 10 april 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:11308Zaaknummer C/09/684227 / FA RK 25-3115

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
10 april 2026
Publicatiedatum
22 mei 2026
Zaaknummer
C/09/684227 / FA RK 25-3115
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Aanhouding. Onderlinge afspraken vastgelegd in tussenbeschikking.

De rechtbank:

houdt iedere verdere beslissing ten aanzien van het gezag en omgang c.q. verdeling van de zorg- en opvoedingstaken aan tot 15 oktober 2026 pro forma

Deze beschikking is gegeven door mr. A.P. de Klerk, kinderrechter, bijgestaan door mr. C.A.E. de Koning als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 10 april 2026.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Gezag en omgang c.q. verdeling van de zorg- en opvoedingstaken
  2. Procedure
  3. Feiten
  4. Verzoek en verweer
  5. Beoordeling
  6. Beslissing

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige kamer

Rekestnummer: FA RK 25-3115

Zaaknummer: C/09/684227

Datum beschikking: 10 april 2026

Gezag en omgang c.q. verdeling van de zorg- en opvoedingstaken

Beschikking op het op 25 april 2025 ingekomen verzoek van:

[de vader],

de vader,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. D.J. Klock in Haarlem.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder],

de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. J.M. Bekooij in Den Haag.

Procedure

De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken waaronder:

  • het verzoekschrift, met bijlagen, namens de vader;
  • verweerschrift, met zelfstandige verzoeken, namens de moeder.

Feiten

  • De vader en de moeder hebben een affectieve relatie gehad.
  • Zij zijn de ouders van het volgende nu nog minderjarige kind:

- [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2022 in [geboorteplaats].

  • De vader heeft [minderjarige] erkend.
  • De moeder is van rechtswege alleen belast met het gezag over [minderjarige].

Verzoek en verweer

De vader verzoekt:

- een omgangs- c.q. zorgregeling vast te stellen tussen hem en [minderjarige]:

- Tot 11 juli 2025 (start zomervakantie) hebben de man en [minderjarige] iedere woensdag (van 7:30 uur tot 16:00 uur) en zaterdag (van 10:00 uur tot 16:00 uur) bij de man thuis omgang met elkaar;

- Vanaf 11 juli 2025 tot 19 juli 2025 verblijft [minderjarige] bij de man. Vervolgens verblijft zij tot 9 augustus 2025 bij de vrouw. Van 9 augustus 2025 tot 16 augustus 2025 verblijft [minderjarige] dan weer bij de man;

- Vanaf 18 Augustus 2025 (start nieuwe schooljaar) verblijft [minderjarige] in de even weken van vrijdagochtend 10:00 uur tot zaterdagmiddag 17:00 uur bij de man. In de oneven weken verblijft [minderjarige] vanaf vrijdagochtend tot zondagmiddag 17:00 bij de man;

- De schoolvakanties worden bij helfte verdeeld;

- De man naast de vrouw te belasten met het ouderlijk gezag over [minderjarige];

voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

Beoordeling

In aanloop naar de zitting zijn de ouders gezamenlijk tot voorlopige afspraken gekomen ten aanzien van de zorgregeling tussen de vader en [minderjarige], de achternaam van [minderjarige] en de wijze waarop zij het vertrouwen in elkaar willen herstellen en hoe zij tot nadere afspraken over de zorgregeling willen komen. De ouders verzoeken de rechtbank om de afspraken in een tussenbeschikking op te nemen en de behandeling van de zaak pro forma aan te houden. Mochten partijen er op lange termijn niet uitkomen of mocht de hulpverlening stagneren, zal een beslissing van de rechtbank alsnog noodzakelijk zijn. Naar het oordeel van de rechtbank is dit in het belang van [minderjarige] en daarom zal de rechtbank deze afspraken opnemen in de beschikking en de zaak aanhouden, zoals verzocht.

De ouders zijn tot de volgende afspraken gekomen:

  • [minderjarige] verblijft op zaterdagen bij de vader van 10 uur tot 18 uur. [minderjarige] wordt dan door de moeder naar de vader gebracht, zij eet daar ’s avonds en de vader brengt haar dan weer naar de moeder;
  • Na vier weken zal deze zorgregeling worden uitgebreid; de vader haalt [minderjarige] één keer in de veertien dagen op vrijdag uit school en zal met [minderjarige] naar sport gaan, waarna hij haar daarna bij de moeder terugbrengt. Ook brengt de vader [minderjarige] op die vrijdagochtend om 8:30 uur naar school;
  • De vader trekt zijn verzoek ten aanzien van het gezamenlijk gezag in omdat gebleken is dat hij naast de moeder ook al is belast met het ouderlijk gezag.
  • Buiten de procedure om hebben partijen afgesproken dat [minderjarige] een dubbele achternaam krijgt waarbij de achternaam van de moeder zal worden toegevoegd. Zij zullen dit samen aan de Dienst Justis verzoeken;
  • Voorts is overeengekomen dat de ouders van de vader de moeder tijdig informeren als er problemen zijn met zijn gezondheid en zullen dan ook aanwezig bij het omgangsmoment. De man zal hierover transparant communiceren met de vrouw.

De voorlopige afspraken lenen zich niet voor opname in het dictum, maar de rechtbank verwacht dat de ouders zich hier wel aan zullen houden.

Doorverwijzing uniform hulpaanbod

De ouders hebben ook verzocht om een doorverwijzing voor hulpverlening via het Uniform Hulpaanbod naar het Centrum Jeugd & Gezin in [plaats]. De rechtbank kan echter niet verwijzen naar specifiek het Centrum Jeugd & Gezin. Als de ouders in het kader van ouderschapsbemiddeling naar het CJG verwezen willen worden dienen zij zich voor een verwijzing tot de (praktijkondersteuner van de) huisarts te wenden of rechtstreeks contact met het CJG op te nemen. Wel kan de rechtbank de ouders in het kader van het UHA verwijzen voor een traject Ouderschapsbemiddeling naar Jeugdteams [regio]. Indien de ouders dat wensen dienen zij binnen twee weken na de datum van deze beschikking een verzoek daartoe te doen waarin tenminste ook hun telefoonnummers en e-mailadressen in zijn vermeld.

Beslissing

De rechtbank:

houdt iedere verdere beslissing ten aanzien van het gezag en omgang c.q. verdeling van de zorg- en opvoedingstaken aan tot 15 oktober 2026 pro forma

Deze beschikking is gegeven door mr. A.P. de Klerk, kinderrechter, bijgestaan door mr. C.A.E. de Koning als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 10 april 2026.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.