Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Den Haag, 10 april 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:11305Zaaknummer C09/698850 FA RK 26-1051

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
10 april 2026
Publicatiedatum
22 mei 2026
Zaaknummer
C09/698850 FA RK 26-1051
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Vovo toevertrouwing minderjarige en kinderalimentatie.

De rechtbank:

bepaalt dat de minderjarige [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2022 te [plaats], [land], aan de vrouw zal worden toevertrouwd;

*

bepaalt dat de man aan de vrouw, met ingang van heden voorlopig een kinderalimentatie ten behoeve van de minderjarige [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2022 te [plaats], [land], (bij co-ouderschap eventueel: medeverzorgt en opvoedt) van € 25,- per maand zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;

*

bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.

*

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. R.S. Matthijssen, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. F.M. Wijvekate als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 10 april 2026.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Voorlopige voorzieningen
  2. Procedure
  3. Feiten
  4. Verzoek en verweer
  5. Beoordeling
  6. Beslissing

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige Kamer

Rekestnummer: FA RK 26-1051

Zaaknummer: C/09/698850

Datum beschikking: 10 april 2026

Voorlopige voorzieningen

Beschikking op het op 3 februari 2026 ingekomen verzoek van:

[de vrouw],

de vrouw,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. F. Arslan te Den Haag.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de man],

de man,

zonder bekende woon- of verblijfplaats.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

  • het verzoekschrift;
  • een bericht van 23 februari 2026 van de zijde van de vrouw.

Op 27 maart 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:

  • de vrouw, bijgestaan door haar advocaat en A.K. Umar, tolk Twi;
  • [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna ook: de Raad).

De man is, met bericht van verhindering, niet verschenen.

Feiten

  • Partijen zijn op [datum] 2021 met elkaar in het huwelijk getreden in [plaats], [land].
  • Zij zijn de ouders van het volgende minderjarige kind:

 [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2022 te [plaats], [land].

  • De man en [de minderjarige] hebben de Nederlandse nationaliteit, de vrouw heeft de Ghanese nationaliteit.
  • De vrouw en [de minderjarige] wonen sinds begin 2025 in Nederland.
  • De vrouw heeft op 13 januari 2026 een verzoek tot echtscheiding ingediend.

Verzoek en verweer

Het verzoek van de vrouw strekt ertoe dat:

- het minderjarige kind van partijen aan de vrouw wordt toevertrouwd;

- een regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken ten aanzien van het minderjarige kind van partijen wordt vastgesteld;

- een door de man aan de vrouw te betalen voorlopige kinderalimentatie van € 300,- per maand wordt vastgesteld;

een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en kosten rechtens.

Ter zitting heeft de vrouw haar verzoek om vaststelling van een zorgregeling ingetrokken.

Beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht

In deze voorlopige voorzieningenprocedure heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht en wordt Nederlands recht toegepast.

Toevertrouwing van [de minderjarige]

De vrouw verzoekt [de minderjarige] aan haar toe te vertrouwen. [de minderjarige] wordt al haar hele leven door de vrouw verzorgd en opgevoed en heeft nauwelijks contact gehad met de man. Partijen hebben elkaar ontmoet in [land], waar de vrouw is opgegroeid en de man destijds woonde en werkte. In oktober 2021 is de man teruggekeerd naar Nederland. Begin 2025 zijn de vrouw en [de minderjarige] naar Nederland gekomen. Sinds de komst van [de minderjarige] en de vrouw naar Nederland heeft de man [de minderjarige] tweemaal gezien.

De rechtbank zal het verzoek van de vrouw als niet weersproken, op de wet gegrond en in het belang van [de minderjarige] toewijzen.

Voorlopige kinderalimentatie

De vrouw verzoekt een voorlopige kinderalimentatie vast te stellen. Bij de beoordeling van het verzoek stelt de rechtbank voorop dat deze voorlopige vaststelling het karakter heeft van een ordemaatregel. Daarbij is het uitgangspunt dat wordt uitgegaan van de actuele situatie van partijen, voor zover de rechtbank daar voldoende inzicht in heeft. Indien de rechtbank onvoldoende inzicht in de situatie van partijen heeft, zal de rechtbank beoordelen wat zij redelijk acht en in dat kader een schatting maken.

De rechtbank stelt vast dat de man op dit moment geen vaste woon- of verblijfplaats heeft. Het briefadres dat hij in de Basisregistratie Personen (BRP) heeft laten registreren, betreft een nachtopvang voor daklozen. De vrouw is niet op de hoogte van het inkomen en heeft ook geen zicht op zijn positie op de arbeidsmarkt of zijn verdiencapaciteit. De rechtbank zal dus een schatting moeten maken. Omdat er gelet op al deze feiten en omstandigheden aanwijzingen bestaan dat de man dakloos is, acht de rechtbank het redelijk om uit te gaan van de minimale draagkracht – zoals aanbevolen in het Rapport Alimentatienormen – van € 25,- per maand. De rechtbank zal de door de man aan de vrouw te betalen voorlopige kinderalimentatie daarom vaststellen op € 25,- per maand.

Uitvoerbaarheid bij voorraad

Tegen deze beslissing staat geen gewoon rechtsmiddel open. In artikel 824 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is bepaald dat alleen cassatie in het belang der wet kan worden ingesteld. Hoger beroep is dus niet mogelijk. Dit betekent dat deze beslissing directe werking heeft. De rechtbank zal deze beslissing dan ook niet uitvoerbaar bij voorraad verklaren.

Proceskosten

Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren als hierna vermeld.

Beslissing

De rechtbank:

bepaalt dat de minderjarige [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2022 te [plaats], [land], aan de vrouw zal worden toevertrouwd;

*

bepaalt dat de man aan de vrouw, met ingang van heden voorlopig een kinderalimentatie ten behoeve van de minderjarige [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2022 te [plaats], [land], (bij co-ouderschap eventueel: medeverzorgt en opvoedt) van € 25,- per maand zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;

*

bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.

*

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. R.S. Matthijssen, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. F.M. Wijvekate als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 10 april 2026.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.