Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Den Haag, 10 april 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:11294Zaaknummer C/09/677376 / FA RK 24-8999

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
10 april 2026
Publicatiedatum
22 mei 2026
Zaaknummer
C/09/677376 / FA RK 24-8999
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Scheiding. Verzoeken verdeling huwelijksgemeenschap afgewezen, er zijn geen concrete verzoeken gedaan.

De rechtbank:

spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, gehuwd op [datum] 1974 te [plaats], [land];

bepaalt dat de man met ingang van de dag van inschrijving van deze beschikking in de registers van de burgerlijke stand de huurder zal zijn van de woonruimte te [adres] [adres], en verklaart deze beschikking in zoverre uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. E.D.A. Geleijns, rechter, bijgestaan door mr. C.P.E. van de Fliert-Verburg als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 10 april 2026.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Scheiding
  2. Procedure
  3. Feiten
  4. Verzoek en verweer
  5. Beoordeling
  6. Beslissing

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige Kamer

Rekestnummers: FA RK 24-8999 (echtscheiding) / FA RK 25-2528 (verdeling)

Zaaknummers: C/09/677376 (echtscheiding) / C/09/683022 (verdeling)

Datum beschikking: 10 april 2026

Scheiding

Beschikking op het op 17 december 2024 ingekomen verzoek van:

[de man],

de man,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. L. da Silva te ’s-Gravenhage.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vrouw],

de vrouw,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. G.A. Nandoe Tewarie te ’s-Gravenhage.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

  • het verzoekschrift van de zijde van de man, ingekomen op 17 december 2024;
  • het verweerschrift met zelfstandige verzoeken van de zijde van de vrouw, ingekomen op 29 januari 2025;
  • het verweerschrift tegen de zelfstandige verzoeken van de zijde van de man, ingekomen op 26 maart 2025;
  • het bericht van 4 december 2025, met bijlagen, van de zijde van de man;
  • het bericht van 8 december 2025, met bijlagen, van de zijde van de vrouw;
  • het bericht van 11 maart 2026, met bijlagen, van de zijde van de man;
  • het bericht van 12 maart 2026, met bijlagen, van de zijde van de man;
  • het bericht van 12 maart 2026 van de zijde van de vrouw.

Op 13 maart 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de advocaat van de man, alsmede de vrouw met haar advocaat. De man is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet in persoon verschenen.

Feiten

- Partijen zijn gehuwd op [datum] 1974 te [plaats], [land].

- Partijen hebben beiden (in ieder geval) de Nederlandse nationaliteit.

- Deze rechtbank heeft op 3 februari 2025 voorlopige voorzieningen getroffen, inhoudende dat:

 de man bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning;

 de man aan de vrouw met ingang van 3 februari 2025 voorlopig een partneralimentatie van € 611,- bruto per maand zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen.

Verzoek en verweer

De man verzoekt de echtscheiding uit te spreken en:

- het huurrecht van de echtelijk woning te [adres], toe te kennen aan de man;

- de verdeling van de huwelijksgemeenschap vast te stellen conform het voorstel van de man,

een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

De vrouw voert verweer tegen het verzoek aangaande het huurrecht van de echtelijke woning, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Daarnaast verzoekt de vrouw zelfstandig de echtscheiding uit te spreken en:

- ( naar de rechtbank begrijpt:) het huurrecht van de echtelijk woning te [adres] [adres], toe te kennen aan de vrouw;

- een door de man aan de vrouw te betalen partneralimentatie van € 953,- per maand, althans € 611,- per maand vast te stellen;

- de verdeling van de huwelijksgemeenschap vast te stellen conform het voorstel van de vrouw,

een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

De man voert verweer tegen de zelfstandige verzoeken aangaande het huurrecht van de echtelijke woning en de partneralimentatie.

Beoordeling

Echtscheiding

Beide partijen stellen dat het huwelijk duurzaam is ontwricht, zodat de daarop steunende, over en weer gedane verzoeken tot echtscheiding als op de wet gegrond voor toewijzing vatbaar zijn.

Huurrecht echtelijke woning

De vrouw heeft inmiddels een andere woning gevonden. Gelet daarop heeft de advocaat van de vrouw op de zitting namens de vrouw het verzoek ter zake de toekenning van het huurrecht van de echtelijke woning aan de vrouw ingetrokken. Op dit verzoek hoeft de rechtbank dan ook niet meer te beslissen.

Nu niet langer verweer wordt gevoerd tegen het verzoek van de man om het huurrecht van de echtelijke woning aan hem toe te kennen, zal de rechtbank dit verzoek toewijzen.

Partneralimentatie

Op de zitting heeft de advocaat van de vrouw namens de vrouw het verzoek tot vaststelling van een door de man aan de vrouw te betalen partneralimentatie ingetrokken, zodat hierop niet meer hoeft te worden beslist.

Verdeling huwelijksgemeenschap

Zoals reeds op de zitting besproken, zal de rechtbank het namens de vrouw bij bericht van 12 maart 2026 gedane verzoek aangaande de verdeling van de inboedel gelet op het late tijdstip van indiening buiten beschouwing laten (de advocaat van de man heeft op de zitting aangegeven dat zij dit verzoek niet meer met de man heeft kunnen bespreken). Voor het overige hebben partijen geen concrete verzoeken ter zake de verdeling gedaan. Partijen lijken het erover eens te zijn dat er – naast de inboedel – niets meer te verdelen valt.

Gelet op het voorgaande zal de rechtbank geen beslissing nemen over de verdeling van de huwelijksgemeenschap. Voor zover partijen hun verzoeken tot verdeling van de huwelijksgemeenschap nog handhaven, zullen deze worden afgewezen.

Beslissing

De rechtbank:

spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, gehuwd op [datum] 1974 te [plaats], [land];

bepaalt dat de man met ingang van de dag van inschrijving van deze beschikking in de registers van de burgerlijke stand de huurder zal zijn van de woonruimte te [adres] [adres], en verklaart deze beschikking in zoverre uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. E.D.A. Geleijns, rechter, bijgestaan door mr. C.P.E. van de Fliert-Verburg als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 10 april 2026.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.