Uitspraak · Civiel recht

Rechtbank Den Haag, 10 april 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:11287Zaaknummer C/09/694011 / HA RK 25-657

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
10 april 2026
Publicatiedatum
22 mei 2026
Zaaknummer
C/09/694011 / HA RK 25-657
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Vaststelling staatloosheid. Relevanten landen: Palestijnse gebieden, Turkije en Griekenland.

De rechtbank:

stelt vast dat verzoeker staatloos is.

Deze beschikking is gegeven door mr. A. Emmens, rechter, in tegenwoordigheid van mr. S. Sluijmer als griffier en uitgesproken op de openbare zitting van 10 april 2026.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Vaststelling van staatloosheid
  2. Procedure
  3. Feiten
  4. Beoordeling
  5. Beslissing

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige Kamer

Rekestnummer: HA RK 25-657

Zaaknummer: C/09/694011

Datum beschikking: 10 april 2026

Vaststelling van staatloosheid

Beschikking op het op 3 november 2025 ingekomen verzoekschrift van:

[verzoeker],

verzoeker,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. F. Engelbertink in Amsterdam.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

DE STAAT DER NEDERLANDEN,

Ministerie van Justitie en Veiligheid, Immigratie- en Naturalisatiedienst, hierna: de Staat,

zetelende in ’s-Gravenhage,

vertegenwoordigd door: mr. J. Laros.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

  • het verzoekschrift, met bijlagen;
  • het bericht van 13 februari 2026 van de Staat, met bijlagen;
  • het bericht van 2 maart 2026 van verzoeker.

Omdat het advies van de Staat overeenstemt met dat wat door verzoeker is verzocht, waarover hierna meer, heeft de rechtbank aanleiding gezien om zonder mondelinge behandeling op het verzoek te beslissen. Partijen hebben hiermee ingestemd.

Feiten

De volgende feiten blijken uit het dossier dan wel zijn door de Staat vastgesteld, zodat de rechtbank deze als vaststaand aanneemt:

  • Verzoeker is geboren op [geboortedatum] 2002 in [geboorteplaats] in de Gazastrook.
  • Verzoeker is in 2020 uit Gaza vertrokken naar Turkije. Verzoeker heeft van november 2020 tot december 2023 in Turkije gestudeerd.
  • Verzoeker is in december 2023 uit Turkije vertrokken naar Griekenland. Verzoeker heeft van december 2023 tot juni 2024 in Griekenland gewoond.
  • Verzoeker is uit Griekenland naar Nederland vertrokken.
  • Verzoeker heeft asiel aangevraagd en een verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd van 10 juni 2024 tot 10 juni 2029 gekregen.
  • Verzoeker beschikt over de volgende documenten:
  • een door Bureau Documenten onderzocht en positief beoordeeld Palestijns paspoort;
  • een kopie van een identiteitsbewijs;
  • een kopie van een geboortebewijs.

Verzoek en het advies van de Staat

Het verzoekschrift strekt tot vaststelling van de staatloosheid van verzoeker.

De Staat adviseert het verzoek toe te wijzen.

Beoordeling

Wettelijk kader

Het verzoek is gebaseerd op artikel 2 van de Wet van 7 juni 2023, houdende regels met betrekking tot de vaststelling van staatloosheid, Staatsblad 2023, 230 (Wet vaststellingsprocedure staatloosheid).

Op grond van lid 1 van genoemd artikel kan een ieder die, buiten een bij enige rechterlijke instantie aanhangige zaak, daarbij onmiddellijk belang heeft en in Nederland zijn woonplaats of gewone verblijfplaats heeft, bij deze rechtbank een verzoek indienen tot vaststelling van zijn staatloosheid. Het verzoek kan ook strekken tot de vaststelling dat de betrokkene op een bepaald tijdstip staatloos was. De rechtbank stelt op grond van lid 2 van dit artikel de staatloosheid vast, indien hem niet is gebleken dat de betrokkene door enige staat, krachtens diens wetgeving, als onderdaan wordt beschouwd.

Ontvankelijkheid

De rechtbank stelt vast dat verzoeker in Nederland woont. Verder is niet in geschil dat verzoeker onmiddellijk belang heeft bij het verzoek tot vaststelling van staatloosheid, zodat hij ontvankelijk is in zijn verzoek.

Relevante landen

Gelet op de stukken zal de rechtbank de Palestijnse gebieden, Turkije en Griekenland bij de beoordeling betrekken. De rechtbank heeft geen aanwijzingen dat verzoekster een andere nationaliteit kan hebben verkregen.

Wordt verzoeker als onderdaan van de Palestijnse Gebieden beschouwd?

Gelet op de overgelegde documenten is naar het oordeel van de rechtbank aannemelijk dat verzoeker van Palestijnse afkomst is en de Palestijnse nationaliteit heeft.

Uit het Algemeen Ambtsbericht Palestijnse Gebieden van april 2022 van het Ministerie van Buitenlandse Zaken en de Werkinstructie 2020/19 Palestijnen volgt dat Nederland de staat Palestina, en dus ook de Palestijnse nationaliteit, niet erkent. Voor Nederland gelden Palestijnen uit de Palestijnse gebieden die geen andere nationaliteit hebben daarom als staatloos.

Wordt verzoeker als onderdaan van Turkije beschouwd?

De verkrijging van de Turkse nationaliteit middels naturalisatie wordt geregeld in artikel 11 en verder van de Turkse nationaliteitswet. Eén van de voorwaarden voor naturalisatie is dat een persoon minimaal vijf jaar inwoner is geweest van Turkije. Verzoeker heeft verklaard van 28 november 2020 tot 8 december 2023 in Turkije te hebben verbleven met een studentenverblijfsvergunning en dus niet vijf jaar. De rechtbank volgt daarom de conclusie van verzoeker en de Staat dat het niet aannemelijk is dat verzoeker de Turkse nationaliteit heeft verkregen.

Wordt verzoeker als onderdaan van Griekenland beschouwd?

De verkrijging van de Griekse nationaliteit middels naturalisatie wordt geregeld in artikel 5 van de Griekse nationaliteitswet. Eén van de voorwaarden voor naturalisatie is dat een persoon minimaal zeven jaar voor het indienen van het naturalisatieverzoek wettig inwoner is geweest van Griekenland. Verzoeker heeft verklaard van 8 december 2023 tot begin juni 2024 in Griekenland te hebben verbleven, waarna hij naar Nederland vertrok, en dus niet zeven jaar. Ook is niet gebleken dat verzoeker onder één van de uitzonderingen in dit artikel valt. De rechtbank volgt daarom de conclusie van verzoeker en de Staat dat het niet aannemelijk is dat verzoeker de Griekse nationaliteit heeft verkregen.

Conclusie

Gelet op al het voorgaande stelt de rechtbank de staatloosheid van verzoeker vast.

Beslissing

De rechtbank:

stelt vast dat verzoeker staatloos is.

Deze beschikking is gegeven door mr. A. Emmens, rechter, in tegenwoordigheid van mr. S. Sluijmer als griffier en uitgesproken op de openbare zitting van 10 april 2026.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.