Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 6 mei 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:10798Zaaknummer NL26.16308 NL26.16315

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
6 mei 2026
Publicatiedatum
7 mei 2026
Zaaknummer
NL26.16308 NL26.16315
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Voorlopige voorziening
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Dublin Duitsland. Vovo's afgewezen.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J. Blok, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van S.N. Lekatompessij, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

06 mei 2026

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Procesverloop
  2. Overwegingen
  3. Beslissing
  4. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummers: NL26.16308 en NL26.16315

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen

[verzoeker] en [verzoekster], V-nummers: [V-nummer] en [V-nummer],

mede namens hun minderjarige kinderen [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3], V-nummers: [V-nummer], [V-nummer], [V-nummer],

verzoekers

(gemachtigde: mr. M. van Werven),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister

(gemachtigde: mr. H. van Dooren).

Procesverloop

Bij besluiten van 23 maart 2026 (de bestreden besluiten) heeft de minister de aanvragen van verzoekers tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.

Verzoekers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter heeft de verzoeken, tezamen met de zaken NL26.16307 en NL26.16314, op 21 april 2026 op zitting behandeld. Verzoekers zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Als tolk is verschenen A. Koca. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL26.16307 en NL26.16314, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op de beroepen. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om die reden af.

2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J. Blok, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van S.N. Lekatompessij, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

06 mei 2026

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.