Uitspraak · Omgevingsrecht

Rechtbank Den Haag, 22 januari 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:1050Zaaknummer 25-9088

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
22 januari 2026
Publicatiedatum
5 februari 2026
Zaaknummer
25-9088
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Omgevingsrecht
Procedure
Mondelinge uitspraak, Proces-verbaal, Voorlopige voorziening
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

vovo tegen omgevingsvergunning voor het kappen van bomen afgewezen, omdat verzoeker niet als belanghebbende kan worden aangemerkt

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 22 januari 2026 door mr. A.J. van der Ven, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van drs. A.C.P. Witsiers, griffier.

griffiervoorzieningenrechter

Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 22 januari 2026 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen
  2. [verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker
  3. Inleiding
  4. Beoordeling door de voorzieningenrechter
  5. Conclusie en gevolgen
  6. Beslissing
  7. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht

zaaknummer: SGR 25/9088

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van

22 januari 2026 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

[verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker

en

het college van burgemeester en wethouders van Pijnacker-Nootdorp, het college

(gemachtigde: J.C. van Eeden).

Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [derde-partij] B.V. (vergunninghoudster)

(gemachtigde: mr. J.J.D. van Doleweerd).

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen de verleende omgevingsvergunning voor het kappen van zes bomen op de [adresreeks].

Met het bestreden besluit van 16 december 2025 heeft het college deze omgevingsvergunning verleend aan vergunninghoudster. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.

Het college heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift.

Verzoeker heeft nadere stukken overgelegd. Vergunninghoudster heeft ook op het verzoek gereageerd.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 22 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van het college en de gemachtigde van vergunninghoudster.

Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

3. De voorzieningenrechter is van oordeel dat verzoeker geen gevolgen van enige betekenis ondervindt van de kap van de bomen. Verzoeker woont op een afstand van circa 122 meter van de te kappen bomen. Dat is meer dan de 100 meter die voor de beoordeling van de belanghebbendheid bij een besluit tot velling van houtopstand in de rechtspraak wordt aangehouden, gelet op de ruimtelijke relevantie van die activiteit.[_79bed83d-7f68-4539-901d-e6510112d818] Weliswaar heeft verzoeker vanuit zijn woning zicht op de bomen, maar door tussenliggend groen is dat zicht beperkt, zeker in de zomer.

4. Dat de bomen vanuit de wijde omtrek zichtbaar zijn, leidt niet tot een ander oordeel, omdat het voor de vraag of verzoeker belanghebbende is gaat om zijn persoonlijke belang, dus om de gevolgen van het besluit voor de woonsituatie van verzoeker. De zichtbaarheid vanaf andere plekken is daarom niet van belang.

5. Dat verzoeker bij de plannen voor het [park] mag inspreken, leidt ook niet tot een ander oordeel, omdat het daar gaat om andersoortige besluitvorming, waar het belanghebbende-begrip van de Algemene wet bestuursrecht nog geen rol heeft gespeeld en/of een andere invulling krijgt.

6. Naar verwachting zal het bezwaar van verzoeker daarom niet-ontvankelijk worden verklaard. Voor het treffen van een voorlopige voorziening bestaat dan ook geen aanleiding.

Conclusie en gevolgen

7. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Dat betekent dat van de verleende omgevingsvergunning gebruik mag worden gemaakt. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

8. Partijen zijn erop gewezen dat tegen deze mondelinge uitspraak geen hoger beroep of verzet openstaat.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 22 januari 2026 door mr. A.J. van der Ven, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van drs. A.C.P. Witsiers, griffier.

griffiervoorzieningenrechter

Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.