Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 18 februari 2025

ECLI:NL:RBDHA:2025:8970Zaaknummer NL25.2302

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
18 februari 2025
Publicatiedatum
22 mei 2025
Zaaknummer
NL25.2302
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Voorlopige voorziening
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Dublin plakvovo, verzoek afgewezen.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J.M. Mol, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van K.F.K. Hoogbruin, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

18 februari 2025

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Procesverloop
  2. Overwegingen
  3. Beslissing
  4. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.2302

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoekster], V-nummer: [V-nummer], verzoekster,

(gemachtigde: mr. E. Ceylan),

en

de Minister van Asiel en Migratie, de minister, (gemachtigde: mr. R. Hopman).

Procesverloop

Bij besluit van 9 november 2024 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoekster tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat België verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.

Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

De minister heeft een verweerschrift ingediend.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de zaak NL25.2301, op 11 februari 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: mr. G. Ocak als waarnemer van de gemachtigde van verzoekster en de gemachtigde van de minister. Verzoekster was niet aanwezig.

Overwegingen

  • Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.2301, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
  • Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J.M. Mol, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van K.F.K. Hoogbruin, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

18 februari 2025

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.