Uitspraak · Ambtenarenrecht

Rechtbank Den Haag, 11 maart 2025

ECLI:NL:RBDHA:2025:7786Zaaknummer 24/7445

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
11 maart 2025
Publicatiedatum
4 december 2025
Zaaknummer
24/7445
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Ambtenarenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Uitspraak over toekenning van proceskostenvergoeding.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van € 907,- aan proceskosten aan verzoeker.

Deze uitspraak is gedaan door mr. D. Biever, rechter, in aanwezigheid van mr. R.J.P. Lindhout, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 11 maart 2025.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker
  2. Beoordeling door de rechtbank
  3. Beslissing
  4. Informatie over verzet

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht

zaaknummer: SGR 24/7445

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 maart 2025 in de zaak tussen

[verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker

(gemachtigde: mr. A.E.P. van Zandbergen),

en

de staatssecretaris van Defensie, verweerder

(gemachtigde: mr. P. Souren).

Beoordeling door de rechtbank

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoeker om een veroordeling van verweerder in de proceskosten. Verzoeker heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van zijn beroep tegen het besluit van verweerder van 9 juli 2024. Hij heeft het beroep ingetrokken omdat verweerder dit verzoek op 30 december 2024 heeft vervangen door een nieuw besluit en daarin volledig tegemoet is gekomen aan verzoeker.

1.1.

De rechtbank heeft verweerder in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. Verweerder heeft de rechtbank meegedeeld dat hij met dit verzoek instemt.

1.2.

De rechtbank wijst het verzoek om een proceskostenvergoeding daarom als kennelijk gegrond toe en doet uitspraak zonder zitting.[_77ef46f8-877f-4ea0-88f1-08c97324f0e4] Verzoeker krijgt een vergoeding van zijn proceskosten. Verweerder moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 907,- omdat de gemachtigde van verzoeker een beroepschrift heeft ingediend. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

1.3.

De rechtbank wijst erop dat verweerder verplicht is het door verzoeker betaalde griffierecht van € 51,- te vergoeden.[_d071f756-141c-4842-8549-f072442ce88e]Verzoeker moet zich hiervoor dan ook tot verweerder wenden.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van € 907,- aan proceskosten aan verzoeker.

Deze uitspraak is gedaan door mr. D. Biever, rechter, in aanwezigheid van mr. R.J.P. Lindhout, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 11 maart 2025.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.