Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 6 mei 2025

ECLI:NL:RBDHA:2025:7677Zaaknummer NL25.14234 en NL25.14235

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
6 mei 2025
Publicatiedatum
6 mei 2025
Zaaknummer
NL25.14234 en NL25.14235
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Vereenvoudigde behandeling
Zittingsplaats
Groningen
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Beroep niet tijdig, asiel, gegrond. Samenhangende zaken.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Inleiding
  2. Beoordeling door de rechtbank
  3. Conclusie en gevolgen
  4. Beslissing

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.14234 en NL25.14235

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], V-nummer: [nummer],

[naam], V-nummer: [nummer],

gezamenlijk: eisers,

(gemachtigde: mr. J.M. Suurmeijer),

en

de Minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. In een eerdere procedure (NL24.33034 in samenhang met NL24.33035) heeft deze rechtbank en zittingsplaats bij uitspraak van 21 oktober 2024 het beroep van eisers tegen het niet tijdig beslissen op de afzonderlijke asielaanvragen gegrond verklaard. Daarbij heeft de rechtbank de minister opgedragen uiterlijk 23 december 2024 alsnog een beslissing te nemen op de aanvragen van eisers.

2. Deze uitspraak gaat over het opvolgende beroep dat eisers hebben ingediend omdat de minister niet op tijd zou hebben beslist op de afzonderlijke asielaanvragen van 28 januari 2023.

2.1.

De rechtbank doet uitspraak zonder zitting.[_2a24cac4-b966-4943-b0e8-b56334492d0b]

Beoordeling door de rechtbank

Is het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond?

3. De minister moet in dit geval uiterlijk binnen zes maanden na het ontvangen van de aanvraag beslissen.[_f5eef779-b4a5-45be-afb2-b510e9f619cf] De minister heeft deze termijn met negen maanden verlengd.[_e8201eb3-3c29-48c1-95ad-b66529c4e303] De rechtbank stelt vast dat deze termijn is verstreken.[_a48aeeb7-5c58-4463-98ac-2cb2a571ab7a] Eisers hebben de minister, na het verstrijken van deze termijn, gevraagd om alsnog binnen twee weken te beslissen. Dat heeft de minister niet gedaan en eisers hebben vervolgens beroep ingesteld.[_5da576aa-2498-43a5-a3cc-332f699f5bf6]

4. De beroepen zijn ontvankelijk en kennelijk gegrond.

Welke beslistermijn legt de rechtbank de minister op?

5. De minister moet alsnog een besluit nemen op de aanvragen.[_ae424022-cfb1-480c-bb94-cd08317b7c74] De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) heeft geoordeeld dat bij het bepalen van een nieuwe beslistermijn rekening moet worden gehouden met het ‘8+8 wekenmodel’.[_1ee2e175-7898-4c2e-a01d-a730575cd609]

6. De rechtbank oordeelt dat in de gevallen waarin, zoals hier, de bovengrens van 21 maanden[_ff537a3a-f407-4e9c-8473-bd2d5cecff01] is overschreden een kortere beslistermijn passend is. Dit betekent dat de minister in principe binnen een termijn van acht weken een besluit moet nemen. De termijn begint op de dag na het bekendmaken van deze uitspraak.

Welke dwangsom legt de rechtbank op?

7. De rechtbank legt alleen een rechterlijke dwangsom op.[_2c861bfa-2d82-40ac-963a-8f207b584f5d]

8. De rechtbank bepaalt in deze zaak dat, als de minister niet binnen de door de rechtbank opgelegde termijn een besluit op de aanvraag neemt, de minister een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van € 7.500,-.[_78041901-7550-49d0-8fd8-bfa4ab79b526] Zoals volgt uit de uitspraak van de Afdeling van 15 juli 2020[_3a75aa2d-589f-43e3-bbc4-4e697008dea8] brengt een redelijke toepassing van artikel 8:55d, tweede lid, van de Awb in dit geval met zich dat de minister één dwangsom verbeurt voor eisers gezamenlijk.

Conclusie en gevolgen

9. De beroepen zijn kennelijk gegrond. Dat betekent dat eisers gelijk krijgen en de minister acht weken de tijd krijgt om alsnog een besluit te nemen. Doet de minister dat niet, dan is zij aan eisers een dwangsom verschuldigd.

10. De minister moet de door eisers gemaakte proceskosten vergoeden. Deze kosten stelt de rechtbank vast op € 453,50.[_65653472-433b-4d2b-8c95-e8c749a83d9a] De rechtbank stelt vast dat sprake is van samenhangende zaken.[_007eec37-8b81-4869-a980-7877144cb735] De rechtsbijstand is verleend door dezelfde persoon, waarbij de werkzaamheden in elk van de zaken nagenoeg identiek zijn.

Beslissing

De rechtbank:

  • verklaart de beroepen gegrond;
  • vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit;
  • draagt de minister op om binnen acht weken na de dag van het bekendmaken van deze uitspraak alsnog een besluit op de aanvragen bekend te maken;
  • bepaalt dat de minister aan eisers een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee zij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 7.500,-;
  • veroordeelt de minister in de proceskosten van eisers tot een bedrag van € 453,50.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Tesfai, rechter, in aanwezigheid van J. Yedema, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.