Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 14 april 2025

ECLI:NL:RBDHA:2025:6221Zaaknummer NL25.11259

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
14 april 2025
Publicatiedatum
15 april 2025
Zaaknummer
NL25.11259
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Middelburg
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Dublin Oostenrijk, buiten zitting, overschrijding beroepstermijn, niet verschoonbaar, beroep niet-ontvankelijk.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Procesverloop
  2. Overwegingen
  3. Beslissing

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.11259

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser,

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. J.J. Bronsveld),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

In het besluit van 12 februari 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen op de grond dat Oostenrijk verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld en tevens om een voorlopige voorziening verzocht.

De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Eiser stelt de Turkse nationaliteit te hebben en te zijn geboren op [datum] 1988. Eiser heeft op 2 december 2024 een asielaanvraag ingediend in Nederland.

2. De rechtbank beoordeelt ambtshalve of het beroepschrift op tijd is ingediend. De laatste dag voor het indienen van het beroepschrift was 19 februari 2025. Het beroepschrift is ingediend op 10 maart 2025, dat is na het verstrijken van de beroepstermijn.

3. Eiser heeft aangevoerd dat er sprake is geweest van een vergissing bij het berekenen van de beroepstermijn. Dat maakt niet dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat de fout gemaakt is door een professioneel rechtsbijstandverlener en de wettelijke beroepstermijn volgt uit artikel 69, tweede lid, onder b, van de Vw.[_03f28d26-f346-4124-861d-156e8fe8fec3] Deze termijn bedraagt één week.

4. De rechtbank ziet zich, gelet hierop, nog slechts voor de vraag gesteld of het digitale dossier aanleiding geeft om aan te nemen dat er sprake is van bijzondere, op de individuele zaak betrekking hebbende feiten of omstandigheden als bedoeld in rechtsoverweging 45 van het arrest van het EHRM[_dd109e25-0d18-4c4d-9edf-790c35f17789] in de zaak Bahaddar tegen Nederland.[_5947524d-18be-41a7-b6ea-5aeb826bc599] Dergelijke bijzondere feiten of omstandigheden doen zich voor, indien hetgeen is aangevoerd en overgelegd onmiskenbaar tot het oordeel leidt dat gedwongen overdracht schending zou opleveren van artikel 3 van het EVRM.[_aecb432c-0f56-4b96-b653-be7d36c6f982] Naar het oordeel van de rechtbank is hiervan geen sprake.

5. De rechtbank zal het beroep daarom dan ook met toepassing van artikel 6:6 van de Awb niet-ontvankelijk verklaren.

6. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan op 14 april 2025 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van A.S.J.I. Hendrickx, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.