Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Den Haag, 19 februari 2025

ECLI:NL:RBDHA:2025:5717Zaaknummer C/09/679798

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
19 februari 2025
Publicatiedatum
9 april 2025
Zaaknummer
C/09/679798
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Afwijzing zorgmachtiging

De rechtbank:

5.1.

wijst het verzoek af.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 19 februari 2025 door mr. E.M.M. Engbers, rechter, in aanwezigheid van mr. V.A.H. Schoorl, griffier en op schrift gesteld op 11 maart 2025.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 Wat vaststaat
  3. 3 Het verzoek
  4. 4 De beoordeling
  5. 5 De beslissing

RECHTBANK DEN HAAG

Familie- en Jeugdrecht

Zaaknummer: C/09/679798 / FA RK 25-880

Datum uitspraak: 19 februari 2025

Beschikking afwijzing zorgmachtiging

op het verzoek van de officier van justitie voor

[betrokkene],

geboren op [geboortedatum] 1976 in [geboorteplaats], Bangladesh,

hierna te noemen betrokkene,

wonend in [woonplaats],

advocaat mr. J.B. Peters te Zoetermeer.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De rechtbank neemt de volgende stukken mee in haar beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 6 februari 2025.

1.2.

De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op

19 februari 2025. Daarbij zijn gehoord:

- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;

  • [naam 1], als verpleegkundig specialist verbonden aan Parnassia;
  • [naam 2], als begeleider verbonden aan Parnassia.

2 Wat vaststaat

2.1.

De rechtbank heeft een machtiging verleend tot en met 28 februari 2025. Betrokkene verblijft met deze machtiging bij Parnassia, afdeling LIB.

3 Het verzoek

3.1.

De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging voor de duur van twaalf maanden te verlenen.

4 De beoordeling

4.1.

De rechtbank wijst de gevraagde machtiging af. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.

4.2.

De rechtbank overweegt dat uit het behandelde ter zitting is gebleken dat het toestandsbeeld van betrokkene inmiddels zodanig is opgeknapt dat er geen sprake meer is van ernstig nadeel en dat betrokkene zich niet verzet tegen de zorg. Betrokkene verblijft sinds enkele maanden weer op de open afdeling en accepteert de nodige behandeling en medicatie, waardoor er voldoende mogelijkheden zijn voor passende zorg op vrijwillige basis. Gelet op het voorgaande is niet voldaan aan de criteria voor een zorgmachtiging. Het verzoek zal daarom worden afgewezen.

5 De beslissing

De rechtbank:

5.1.

wijst het verzoek af.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 19 februari 2025 door mr. E.M.M. Engbers, rechter, in aanwezigheid van mr. V.A.H. Schoorl, griffier en op schrift gesteld op 11 maart 2025.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.