Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Rechtbank Den Haag, 26 februari 2025

ECLI:NL:RBDHA:2025:4078Zaaknummer 25/459

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
26 februari 2025
Publicatiedatum
21 maart 2025
Zaaknummer
25/459
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

NTB beroep, niet-ontvankelijk want onredelijk laat beroep

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. D.R. van der Meer, rechter, in aanwezigheid van mr. I. Ince, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 26 februari 2025.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Inleiding
  2. Beoordeling door de rechtbank
  3. Beslissing
  4. Informatie over verzet

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht

zaaknummer: SGR 25/459

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 februari 2025 in de zaak tussen

De staatssecretaris van Defensie,

voor deze het Defensie Ondersteuningscommando te Utrecht,

eiser

(gemachtigde: mr. M.H.G. In de Braekt),

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen,

(het Uwv),

verweerder

(gemachtigde: R. van den Brink).

Inleiding

In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiser tegen het niet op tijd beslissen van het Uwv op zijn bezwaar tegen de beslissing van het Uwv van 20 juni 2022 op grond van de Wet Wia met betrekking tot de omzetting van een loongerelateerde uitkering naar een loonaanvullende uitkering van de heer [naam], een (voormalig) werknemer van eiser.

Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

1. De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk-niet ontvankelijk is, omdat eiser het beroepschrift onredelijk laat heeft ingediend. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.

2. Indien het beroep is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit, zoals in deze zaak, is het niet aan een termijn gebonden. Het beroep is niet-ontvankelijk indien het beroepschrift onredelijk laat is ingediend.[_ffd88678-7ea3-4fc5-97f8-21b6defee8cc]

3. Op 20 juli 2022 heeft eiser bezwaar aangetekend tegen de beslissing van het Uwv van 20 juni 2022. Omdat er binnen de wettelijke termijn geen beslissing op het bezwaar werd genomen, heeft eiser op 11 april 2023 een ingebrekestelling gestuurd aan het Uwv. Het Uwv heeft die ontvangst van die ingebrekestelling op 14 april 2023 bevestigd.

Op 26 september 2023 heeft het Uwv een dwangsombeschikking afgegeven. Er zijn door eiser aanvullende gronden van bezwaar ingediend, waarvan de ontvangst op 24 oktober 2023 is bevestigd door het Uwv. Vervolgens is het stil gebleven. Er is geen zicht op welke termijn de beslissing op bezwaar genomen zal worden.

4. Eiser heeft beroep ingesteld op 9 januari 2025. Dat is meer dan een jaar en acht maanden na het versturen van de ingebrekestelling op 11 april 2023. Van contactmomenten na de ingebrekestelling blijkt uit de stukken niets. Dit betekent dat eiser vanaf de datum van ingebrekestelling tot het beroep op 9 januari 2025 meer dan één jaar en acht maanden geen actie heeft ondernomen om een besluit op zijn bezwaar te verkrijgen. Van een geldige reden hiervoor blijkt niet uit het dossier. Dit leidt de rechtbank tot de conclusie dat het beroepschrift onredelijk laat is ingediend.

5. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. D.R. van der Meer, rechter, in aanwezigheid van mr. I. Ince, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 26 februari 2025.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.