Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 13 maart 2025

ECLI:NL:RBDHA:2025:3921Zaaknummer NL25.4142 en NL25.4143

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
13 maart 2025
Publicatiedatum
13 maart 2025
Zaaknummer
NL25.4142 en NL25.4143
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening
Zittingsplaats
Groningen
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

PV van zitting, mondelinge uitspraak bodemzaak en vovo. Eiser mob, geen procesbelang.

De rechtbank:

- verklaart het beroep niet-ontvankelijk;

De voorzieningenrechter:

- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;

Overwegingen

2. De minister heeft de rechtbank op 4 maart 2025 bericht dat eiser op 24 februari 2025 met onbekende bestemming is vertrokken. De minister heeft zich daarbij gebaseerd op informatie van de vreemdelingenpolitie.

2.1.

De gemachtigde van eiser heeft op 5 maart 2025 aan de rechtbank laten weten dat hij na de mob-melding geen contact meer heeft gehad met eiser en niet weet waar deze verblijft.

3. De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of eiser nog belang heeft bij de behandeling van zijn beroep.

3.1.

Uit vaste rechtspraak van de Afdeling volgt dat wanneer een vreemdeling, die een asielaanvraag heeft ingediend, met onbekende bestemming vertrekt zonder aan de minister te laten weten waar hij verblijft, er in principe vanuit wordt gegaan dat die vreemdeling geen prijs meer stelt op de door hem in eerste instantie gezochte bescherming in Nederland.[_84ed9a97-90b0-4a52-b559-9697d6329aa5] Dit is alleen anders als een vreemdeling nog contact met zijn gemachtigde onderhoudt.

3.2.

In dit geval heeft eiser de opvang verlaten, de minister en de gemachtigde niet op de hoogte gesteld van zijn verblijfsplaats en heeft hij ook geen contact meer met zijn gemachtigde. Dit maakt dat de rechtbank ervan uitgaat dat eiser geen prijs meer stelt op bescherming in Nederland. Het is de rechtbank niet gebleken van concrete aanknopingspunten om hiervan af te wijken.

4. Daarom is er geen belang meer bij een inhoudelijke behandeling van het beroep en is het beroep niet-ontvankelijk. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

4.1.

Omdat de rechtbank uitspraak heeft gedaan op het beroep is een voorlopige voorziening hangende beroep niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. H. Hanssen - Telman, rechter, in aanwezigheid van mr. D.G. van den Berg, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Tegen de uitspraak in beroep kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen 1 week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.

Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Inleiding
  2. Beslissing
  3. Overwegingen

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummers: NL25.4142 en NL25.4143

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter van 6 maart 2025 in de zaak tussen

[naam], V-nummer: [v-nummer], eiser,

(gemachtigde: mr. J.M. Suurmeijer),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister,[_d08713eb-1589-4bf6-90b7-2d3bc5689843]

(gemachtigde: mr. I. van Es).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag. Eiser heeft op 24 oktober 2021 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 22 januari 2025 deze aanvraag in de verlengde procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. Ook is aan eiser een terugkeerbesluit en een inreisverbod met een duur van twee jaar opgelegd. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld.

1.1.

De rechtbank heeft het beroep,[_3dc10e00-b532-4425-8901-36d1b7c1ee09] samen met het verzoek om voorlopige voorziening,[_eff44870-8887-4aac-af3e-462fee6e989b] op 6 maart 2025 op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen: de gemachtigde van de minister. De gemachtigde van eiser is, met bericht van verhindering, niet verschenen.

1.2.

Na afloop van de zitting is onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep niet-ontvankelijk;

De voorzieningenrechter:

- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;

Overwegingen

2. De minister heeft de rechtbank op 4 maart 2025 bericht dat eiser op 24 februari 2025 met onbekende bestemming is vertrokken. De minister heeft zich daarbij gebaseerd op informatie van de vreemdelingenpolitie.

2.1.

De gemachtigde van eiser heeft op 5 maart 2025 aan de rechtbank laten weten dat hij na de mob-melding geen contact meer heeft gehad met eiser en niet weet waar deze verblijft.

3. De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of eiser nog belang heeft bij de behandeling van zijn beroep.

3.1.

Uit vaste rechtspraak van de Afdeling volgt dat wanneer een vreemdeling, die een asielaanvraag heeft ingediend, met onbekende bestemming vertrekt zonder aan de minister te laten weten waar hij verblijft, er in principe vanuit wordt gegaan dat die vreemdeling geen prijs meer stelt op de door hem in eerste instantie gezochte bescherming in Nederland.[_84ed9a97-90b0-4a52-b559-9697d6329aa5] Dit is alleen anders als een vreemdeling nog contact met zijn gemachtigde onderhoudt.

3.2.

In dit geval heeft eiser de opvang verlaten, de minister en de gemachtigde niet op de hoogte gesteld van zijn verblijfsplaats en heeft hij ook geen contact meer met zijn gemachtigde. Dit maakt dat de rechtbank ervan uitgaat dat eiser geen prijs meer stelt op bescherming in Nederland. Het is de rechtbank niet gebleken van concrete aanknopingspunten om hiervan af te wijken.

4. Daarom is er geen belang meer bij een inhoudelijke behandeling van het beroep en is het beroep niet-ontvankelijk. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

4.1.

Omdat de rechtbank uitspraak heeft gedaan op het beroep is een voorlopige voorziening hangende beroep niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. H. Hanssen - Telman, rechter, in aanwezigheid van mr. D.G. van den Berg, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Tegen de uitspraak in beroep kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen 1 week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.

Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.