Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Rechtbank Den Haag, 28 juli 2025

ECLI:NL:RBDHA:2025:28190Zaaknummer 24/7901

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
28 juli 2025
Publicatiedatum
26 oktober 2026
Zaaknummer
24/7901
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Beroep ongegrond. De uitkeringsspecificatie over de maand februari 2021 bevat geen wijzigingen van het uitkeringsbedrag. Zowel de reservering vakantiegeld als de inhouding van 5% op de basisnorm zijn hierin verwerkt. Verweerder heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat de uitkeringsspecificatie geen besluit is in de zin van de Awb waartegen bezwaar openstond.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C.J. Waterbolk, rechter, in aanwezigheid van

E.M.J. Kemper, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 28 juli 2025.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Procesverloop
  2. Overwegingen
  3. Beslissing
  4. Informatie over hoger beroep

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht

zaaknummer: SGR 24/7901

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 juli 2025 in de zaak tussen

drs. [eiser], wonende te [woonplaats], eiser,

en

het dagelijks bestuur van de Intergemeentelijke Sociale Dienst Bollenstreek, verweerder

(gemachtigde: [gemachtigde]).

Procesverloop

Op 31 maart 2021 heeft verweerder aan eiser een specificatie gestuurd van zijn uitkering ingevolge de Participatiewet (Pw) over de maand februari 2021.

Bij brief van 3 mei 2024 heeft eiser hiertegen een bezwaarschrift ingediend, vanwege de inhouding van 5% op de basisnorm.

Bij besluit van 16 augustus 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder, conform het advies van de bezwaarschriftencommissie, het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard omdat het te laat is ingediend.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft de gedingstukken ingezonden en een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 juli 2025. Eiser is, met kennisgeving vooraf, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. In deze zaak moet de rechtbank beoordelen of verweerder het bezwaar van eiser terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard.

2. In het verweerschrift heeft verweerder zich bij nader inzien op het standpunt gesteld dat de uitkeringsspecificatie waartegen eiser bezwaar heeft ingediend, geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) behelsde. Dit standpunt is naar het oordeel van de rechtbank juist. Hiertoe is het volgende van belang.

3. Volgens vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep is een uitkeringsspecificatie alleen een besluit indien daarin een wijziging van de vaststelling van de uitkering plaatsvindt, bijvoorbeeld indien een ander of hoger bedrag op de uitkering wordt ingehouden[_77b6b758-e40f-41be-9266-7e1ee8fa06c5].

4. Bij besluit van 30 maart 2021 heeft verweerder beslist op de aanvraag van eiser om een uitkering ingevolge de Pw. Daarbij is de uitkering toegekend met ingang van

11 december 2020. Blijkens de tekst van het besluit wordt op de netto uitkering van eiser vakantietoeslag in mindering gebracht (5% van de netto uitkering) en daarnaast wordt 5% ingehouden ter aflossing van een lening. Tegen deze cumulatie van inhoudingen heeft eiser bezwaar gemaakt, omdat naar zijn oordeel daardoor minder uitkering overblijft dan de beslagvrije voet. Over de beslissing op dit bezwaar heeft de rechtbank reeds geoordeeld bij uitspraak van 26 juli 2023, registratienummers SGR 21/6007, 21/6187 en 22/41[_065292fa-ea1f-472d-bfd7-4869e375b5eb]. Tegen die uitspraak heeft eiser hoger beroep ingesteld. De Centrale Raad van Beroep (CRvB) heeft nog geen uitspraak gedaan.

5. De uitkeringsspecificatie over de maand februari 2021 die verweerder op 30 maart 2021 aan eiser stuurde, bevat geen wijziging van het uitkeringsbedrag. Zowel de reservering vakantiegeld als de inhouding van 5% op de basisnorm zijn hierin verwerkt. Daarom heeft verweerder zich (bij nader inzien) terecht op het standpunt gesteld dat de uitkeringsspecificatie van 31 maart 2021 geen besluit in de zin van de Awb bevat waartegen bezwaar openstond. Reeds hierom is het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard.

6. Al hetgeen door eiser is aangevoerd met betrekking tot de vraag of de (aanzienlijke) overschrijding van de termijn waarbinnen bezwaar is gemaakt verschoonbaar is, kan naar het oordeel van de rechtbank buiten beschouwing blijven, nu van een voor bezwaar vatbaar besluit geen sprake was.

7. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C.J. Waterbolk, rechter, in aanwezigheid van

E.M.J. Kemper, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 28 juli 2025.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Deze uitspraak verwijst naar

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.