Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Rechtbank Den Haag, 28 juli 2025

ECLI:NL:RBDHA:2025:28183Zaaknummer 23/8427

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
28 juli 2025
Publicatiedatum
26 oktober 2026
Zaaknummer
23/8427
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Beroep ongegrond. Eiser heeft zijn beroepsgrond niet verder toegelicht. Er wordt niet specifiek ingegaan op de motivering van het bestreden besluit en er wordt niet duidelijk waarom eiser de motivering onjuist acht. Verweerder heeft in het bestreden besluit voldoende gemotiveerd waarom de aanvraag om bijzondere bijstand niet is ingewilligd.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C.J. Waterbolk, rechter, in aanwezigheid van

E.M.J. Kemper, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 28 juli 2025.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Procesverloop
  2. Overwegingen
  3. Beslissing
  4. Informatie over hoger beroep

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht

zaaknummer: SGR 23/8427

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 juli 2025 in de zaak tussen

drs. [eiser], wonende te [woonplaats], eiser,

en

het dagelijks bestuur van de Intergemeentelijke Sociale Dienst Bollenstreek, verweerder

(gemachtigde: [gemachtigde]).

Procesverloop

Bij besluit van 25 mei 2023 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser van 9 mei 2023 om bijzondere bijstand op grond van de Participatiewet (Pw) voor de kosten van de chiropractor afgewezen.

Bij besluit van 6 november 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder het hiertegen door eiser gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 juli 2025. Eiser is, met kennisgeving vooraf, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. De rechtbank gaat bij de beoordeling van dit beroep uit van de volgende feiten en omstandigheden. Eiser ontvangt van verweerder een uitkering op grond van de Pw om in de algemeen noodzakelijke bestaanskosten te voorzien. Op 9 mei 2023 heeft hij een aanvraag om bijzondere bijstand ingediend teneinde de eigen bijdrage in de kosten van twee behandelingen door de chiropractor vergoed te krijgen. Verweerder heeft deze aanvraag bij het primaire besluit van 25 mei 2023 afgewezen. Bij het bestreden besluit is eisers bezwaar tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.

2. Het bestreden besluit berust (samengevat) op de overweging dat chiropractie een alternatieve geneeswijze is. De kosten daarvan komen op grond van de Zorgverzekeringswet (Zvw) niet voor vergoeding in aanmerking. Daarom is er in beginsel geen ruimte om voor deze kosten bijzondere bijstand te verlenen. Alleen voor reguliere zorg bevatten de Uitvoeringsregels bijzondere bijstand (Uitvoeringsregels) beleid dat ruimte biedt om in bepaalde gevallen een hoge eigen bijdrage in zorgkosten te vergoeden. Eiser heeft volgens verweerder niet aannemelijk gemaakt dat zin zijn geval sprake is van een bijzondere situatie die maakt dat toch bijzondere bijstand zou moeten worden verleend. Dat eiser mogelijk baat heeft bij de behandeling levert geen bijzondere situatie op.

3. De rechtbank is van oordeel dat de in het beroepschrift van eiser vermelde beroepsgrond geen doel treft. Eiser volstaat met de grief dat het bestreden besluit zich niet verdraagt met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, en meer specifiek met het zorgvuldigheidsbeginsel. Deze beroepsgrond wordt echter verder niet toegelicht, behalve dan met de algemene stelling dat verweerder bij de voorbereiding van het bestreden besluit niet de nodige kennis omrent de relevante feiten en de af te wegen belangen heeft vergaard. Daarmee wordt niet specifiek ingegaan op de motivering van het bestreden besluit, en wordt niet duidelijk waarom eiser die motivering onjuist acht.

4. Wat eiser in beroep aanvoert over de wijze waarop een medewerker van de Intergemeentelijke Sociale Dienst (ISD) Bollenstreek met de aanvraag is omgegaan, raakt niet de inhoud van het bestreden besluit. Reeds hierom gaat de rechtbank hieraan voorbij.

5. Verweerder heeft in het bestreden besluit voldoende gemotiveerd waarom de aanvraag om bijzondere bijstand niet is ingewilligd. Daarbij heeft verweerder uitleg gegeven omtrent het wettelijk kader en de toetsing van de aanvraag aan de van toepassing zijnde regels. Ook is verweerder ingegaan op de tegen het primaire besluiten aangevoerde bezwaren. Eiser heeft in beroep niet aangegeven waarom deze beoordeling onjuist is. De rechtbank volstaat daarom met een verwijzing naar de overwegingen van het bestreden besluit.

6. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C.J. Waterbolk, rechter, in aanwezigheid van

E.M.J. Kemper, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 28 juli 2025.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.