Uitspraak · Civiel recht

Rechtbank Den Haag, 13 maart 2025

ECLI:NL:RBDHA:2025:28181Zaaknummer 11382184 \ CV EXPL 24-3697

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
13 maart 2025
Publicatiedatum
19 oktober 2026
Zaaknummer
11382184 \ CV EXPL 24-3697
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Tussenuitspraak
Zittingsplaats
Gouda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Rolbeslissing uitlaten over vraag of sprake is van een overeenkomst van consumentenkrediet

Beslissing

De kantonrechter:

- verwijst de zaak naar de rol van 10 april 2025 te 10.00 uur voor akte aan de zijde van eisende partij;

- elke verdere beslissing wordt aangehouden.

Deze rolbeslissing is gewezen door de kantonrechter mr. P.M. Frinking en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 maart 2025.

Volledige tekst

Rechtbank den haag

Zittingsplaats Gouda

MvN/Rolnr.: 11382184 \ CV EXPL 24-3697

Rolbeslissing van de kantonrechter d.d. 13 maart 2025 in de zaak van:

de besloten vennootschap [eiseres] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats],

eisende partij,

gemachtigde: Gerechtsdeurwaarderskantoor De Kluijver,

tegen:

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde partij,

niet verschenen.

Overwegingen

Bij rolbeslissing van 5 december 2024 heeft de kantonrechter eisende partij in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over de bevoegdheid van de kantonrechter.

Bij akte ter rolle van 4 februari 2025 heeft eisende partij gesteld dat het onderhavige geschil onder de werking valt van artikel 93 sub c Rv omdat de litigieuze geldleningovereenkomst enkel en alleen door partijen is aangegaan in het kader van hun arbeidsovereenkomst. Zonder deze arbeidsovereenkomst zou door eisende partij nooit geld aan gedaagde partij zijn uitgeleend.

Naar het oordeel van de kantonrechter betreft de vordering uit hoofde van de geldleningsovereenkomst tussen partijen geen vordering betreffende de arbeidsovereenkomst, zodat de kantonrechter op die grondslag niet bevoegd is van het geschil kennis te nemen.

De kantonrechter is op grond van artikel 93 sub c Rv wel bevoegd van het geschil kennis te nemen indien de geldleningsovereenkomst valt te kwalificeren als een overeenkomst van consumentenkrediet als bedoeld in artikel 7:57 BW.

Alvorens hierop te beslissen wordt eisende partij in de gelegenheid gesteld om zich op de hierna te melden roldatum bij akte uit te laten over de vraag of sprake is van een overeenkomst van consumentenkrediet, en – indien eisende partij van mening is dat hiervan sprake is – of in dat kader voldaan is aan de vereisten van titel 7:2A BW.

Elke verdere beslissing wordt aangehouden.

Beslissing

De kantonrechter:

- verwijst de zaak naar de rol van 10 april 2025 te 10.00 uur voor akte aan de zijde van eisende partij;

- elke verdere beslissing wordt aangehouden.

Deze rolbeslissing is gewezen door de kantonrechter mr. P.M. Frinking en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 maart 2025.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.