Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Den Haag, 15 september 2025
ECLI:NL:RBDHA:2025:28079Zaaknummer C/09/688985 / KG ZA 25-739
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 15 september 2025
- Publicatiedatum
- 18 augustus 2026
- Zaaknummer
- C/09/688985 / KG ZA 25-739
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Vonnis kort geding. Vaststelling family life. Doorverwijzing omgangsbegeleiding en vaststelling voorlopige omgangsregeling.
5 De beslissing
De voorzieningenrechter:
stelt vast dat partijen, te weten:
[eiser] (de vader)
wonende te [geboorteplaats],
en
[gedaagde], (de moeder)
wonende te [geboorteplaats],
bij (aangehecht) proces-verbaal van doorverwijzing zijn verwezen naar(De Rotterdamse omgangsbegeleiding voorziet blijkens haar folder in omgangsbegeleiding voor de duur van in beginsel maximaal zes maanden, overeenkomend met acht à negen contacten.) Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan het traject Omgangsbegeleiding en voor aanmelding bij de uitvoerende hulpverleningsinstantie;
beveelt de griffier binnen twee dagen na heden een afschrift van (de kennisgeving van) deze beschikking te zenden naar het Kenniscentrum Kind en Scheiding, Albertus de Oudelaan 1, 2273 CW Voorburg;
bepaalt dat de man en de kinderen voorlopig met elkaar videobellen op donderdag, zaterdag en maandag om 15.30 uur, waarbij de man de vrouw belt;
bepaalt dat – totdat partijen bij de uitvoerende hulpverleningsinstantie terecht kunnen – de kinderen vanaf zondag 21 september 2025 iedere zondag van 10.00 uur tot 12.00 uur bij de ouders van de man zullen zijn om onder begeleiding van grootouders vaderszijde omgang met de man te hebben, waarbij de vrouw de kinderen zal brengen om 10.00 uur en de man ervoor zorgdraagt dat de kinderen bij de moeder terug zijn om 12.00 uur;
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. A. Emmens en in het openbaar uitgesproken op 15 september 2025.
LEM
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
Rechtbank den haag
Team handel - voorzieningenrechter
zaak- / rolnummer: C/09/688985 / KG ZA 25-739
Vonnis in kort geding van 15 september 2025
in de zaak van
[eiser] te [woonplaats],
eiser,
advocaat mr. N. Çiçek te Den Haag,
tegen:
[gedaagde] te [woonplaats],
gedaagde,
advocaat mr. A.J. de Jong te Den Haag.
Partijen worden in het navolgende respectievelijk ‘de man’ en ‘de vrouw’ genoemd.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties;
- de door gedaagde overgelegde conclusie van antwoord met producties;
- de door gedaagde nader overgelegde productie;
- de op 4 september 2025 gehouden mondelinge behandeling.
Tijdens de zitting is vonnis bepaald op vandaag.
2 De feiten
Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.
Partijen hebben tot mei 2025 met elkaar een affectieve relatie gehad en met elkaar samengewoond.
De vrouw is moeder van de nog minderjarige kinderen:
- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2018 te [geboorteplaats];
- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2022 te [geboorteplaats];
- [minderjarige 3], geboren op [geboortedatum 3] 2023 te [geboorteplaats].
De man is de biologische vader van de kinderen, maar heeft de kinderen niet erkend.
De vrouw oefent van rechtswege het eenhoofdig gezag over de kinderen uit.
3 Het geschil
De man vordert – zakelijk weergegeven – te bepalen dat de kinderen voorlopig bij de man zullen zijn:
- iedere vrijdag van 15.00 uur tot zondag 15.00 uur, waarbij de man [minderjarige 1] en [minderjarige 2] van respectievelijk school en peuterspeelzaal zal halen en [minderjarige 3] om 12.00 uur door opa vaderszijde bij de vrouw thuis wordt opgehaald en op de zondag worden de kinderen door opa vaderszijde teruggebracht naar de vrouw;
- indien op de vrijdag geen school is, worden de kinderen op vrijdag om 12.00 uur door opa vaderszijde bij de vrouw opgehaald,
althans een vonnis te wijzen, zoals de voorzieningenrechter in goede justitie redelijk acht.
Daartoe voert de man – samengevat – het volgende aan. Partijen zijn sinds mei dit jaar uit elkaar. In juni is er tussen beiden een woordenwisseling geweest en is uiteindelijk de politie en Veilig Thuis betrokken geraakt. De man heeft family life met de kinderen wil daarom een omgangsregeling vaststellen tussen hem en de kinderen. De man stelt te hebben geprobeerd om met de vrouw hierover in overleg te treden, maar de vrouw reageert volgens hem nergens op.
De vrouw voert verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van de man.
4 De beoordeling van het geschil
Ontvankelijkheid: family life
Op grond van artikel 1:377a, eerste lid, Burgerlijk Wetboek (BW) heeft een kind recht op omgang met zijn ouders en met degene die in een nauwe persoonlijke betrekking tot hem staat. Op grond van het tweede lid stelt de rechter op verzoek van de ouders of van een van hen of degene die in een nauwe persoonlijke betrekking staat tot het kind, al dan niet voor bepaalde tijd, een regeling inzake de uitoefening van het omgangsrecht vast dan wel ontzegt, al dan niet voor bepaalde tijd, het recht op omgang.
De voorzieningenrechter moet eerst beoordelen of de man, die niet de juridische ouder van de kinderen is, in een nauwe persoonlijke betrekking tot hen staat. Voor de invulling van deze persoonlijke betrekking wordt aangesloten bij het in artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) bedoelde family life.
De vrouw heeft niet betwist dat de man family life heeft met de kinderen. Vaststaat dat de man sinds de geboorte van de kinderen met de vrouw heeft samengewoond en een aandeel heeft gehad in de zorg voor de kinderen. Dat dat aandeel van de man volgens de vrouw beperkt is doet er niet aan af dat aldus sprake is van een nauwe persoonlijke betrekking tussen de man en de kinderen, zodat de man ontvankelijk is in zijn verzoek tot een voorlopige omgangsregeling.
Inhoudelijke beoordeling
Op de zitting heeft de vrouw haar zorgen geuit over de man. In het verleden zou de man zich schuldig hebben gemaakt aan huiselijk geweld jegens de vrouw en zij maakt zich zorgen over het drugsgebruik van de man. Daarnaast woont de man bij zijn ouders en beschikt hij dus niet over een eigen woonruimte waar hij de kinderen zou kunnen ontvangen. De vrouw wil dat er omgang plaatsvindt tussen de man en de kinderen, maar wil eerst dat dit via een hulpverleningstraject van begeleide omgang wordt opgestart, voordat onbegeleide omgang plaats kan vinden. De vrouw heeft zich al aangemeld bij Kracht, maar haar aanmelding is daar tijdelijk gepauzeerd in afwachting van deze zitting. Op de zitting heeft de vrouw toegezegd het gezin opnieuw bij Kracht te zullen aanmelden. Totdat partijen bij Kracht terecht kunnen voor omgangsbegeleiding, wil de vrouw dat uitsluitend een videobelregeling wordt uitgevoerd.
De man betwist dat de zorgen die de vrouw uit terecht zijn, maar heeft op de zitting aangegeven open te staan voor begeleide omgang via Kracht om daarmee toe te werken naar onbegeleide omgang. Hij heeft de kinderen inmiddels tien weken niet gezien. De man heeft daarom voorgesteld de omgang eerst onder begeleiding van zijn ouders bij zijn ouders te laten plaatsvinden totdat partijen bij Kracht terecht kunnen.
Partijen hebben op de zitting afgesproken dat de man en de kinderen voorlopig met elkaar zullen videobellen op donderdag, zaterdag en maandag om 15.30 uur, waarbij de man de vrouw zal bellen. De voorzieningenrechter zal deze afspraak vastleggen in het dictum.
De voorzieningenrechter begrijpt uit hetgeen de ouders naar voren hebben gebracht dat zij een turbulente relatie hebben gehad en dat de gebeurtenissen die rondom het uiteengaan van de ouders hebben plaatsgevonden het reeds bij de moeder bestaande gebrek aan vertrouwen in de vader hebben vergroot. De ouders zijn jong en er is nu al enige tijd niet of nauwelijks contact tussen de vader en de kinderen geweest. De moeder ziet bij [minderjarige 1] ook angst en weerstand tegen contact met de vader.
De voorzieningenrechter vindt het belangrijk dat het contact tussen de vader en de kinderen zo snel mogelijk wordt hersteld. Dat herstel moet wel op een veilige en duurzame manier plaatsvinden. Het is belangrijk dat de ouders duurzame afspraken gaan maken en het onderlinge vertrouwen herstellen. De ouders hebben hier hulp bij nodig in de vorm van (in elk geval) omgangsbegeleiding en op termijn mogelijk ook een vorm van ouderschapsbemiddeling. Beide ouders hebben op de zitting de bereidheid uitgesproken om deel te nemen aan het traject omgangsbegeleiding. De voorzieningenrechter zal partijen en de kinderen in de gelegenheid stellen deel te nemen aan dit traject, zoals blijkt uit het proces-verbaal van doorverwijzing dat aan deze beschikking is gehecht. Dit proces-verbaal is al per email verzonden naar Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan voornoemd traject en/of training en aanmelding bij de betreffende uitvoerende hulpverleningsinstantie. De voorzieningenrechter zal (een kennisgeving van) deze beschikking per post zenden aan Kenniscentrum Kind en Scheiding.
Vanwege de aard van deze kortgedingprocedure zal de voorzieningenrechter partijen en de hulpverleningsorganisatie niet vragen haar te informeren over de voortgang en de resultaten van het omgangbegeleidingstraject. Ook zal er geen lus naar de Raad voor de Kinderbescherming worden opgenomen. Er is geen bodemprocedure waarin partijen kunnen rapporten. Op de zitting hebben partijen aangegeven dat dit ook niet nodig zal zijn. De rechtbank verwacht van de ouders dat zij via Kracht een begeleide omgangsregeling gaan uitvoeren, waarbij de voorzieningenrechter denkt aan één omgangsmoment per week tussen de man en de kinderen, uit te breiden naar omgang in de thuissituatie van de vader en die daarna in tijd kan worden uitgebreid. De ouders hebben toegezegd Kracht ook te vragen om partijen te begeleiden in het vormgeven van hun ouderrelatie.
Mogelijk zal er een wachtlijst zijn, waardoor de mogelijkheid om de omgang tussen de vader en de kinderen te begeleiden een aantal weken op zich kan laten wachten. De voorzieningenrechter vindt het wel belangrijk dat de kinderen snel weer contact zullen hebben met de man, zeker nu gebleken is dat bij [minderjarige 1] kennelijk een negatief beeld is ontstaan over de man. Het is van belang dat de kinderen zich niet (verder) van de man vervreemden. De voorzieningenrechter begrijpt dat de vrouw vertrouwen heeft in de grootouders vaderszijde en dat de veiligheid van de kinderen daar gewaarborgd is. De voorzieningenrechter begrijpt ook dat de vrouw vindt dat de man de omgang uiteindelijk zelf moet vormgeven en dat zij mede daarom wil dat het eerste fysieke contact plaats zal vinden onder begeleiding van Kracht, maar voor de voorzieningenrechter weegt zwaarder dat het contactherstel tussen de vader en de kinderen snel plaatsvindt.
Gelet op het voorgaande en omdat partijen op de zitting hebben afgesproken direct te starten met de afgesproken videobelregeling, zal de voorzieningenrechter bepalen dat de kinderen vanaf zondag 21 september 2025 iedere zondag van 10.00 uur tot 12.00 uur, in aanwezigheid van (één van) zijn ouders, bij de man zullen zijn in de woning van zijn ouders. De vrouw zal de kinderen om 10.00 uur naar de man brengen en de man zorgt ervoor dat de kinderen om 12.00 uur weer bij de vrouw zijn. De voorzieningenrechter verwacht van de man dat hij met zijn ouders regelt dat zij de kinderen terugbrengen bij de moeder, zodat rechtstreeks contact tussen de ouders voorlopig nog zoveel mogelijk wordt voorkomen. Zodra partijen bij Kracht terecht kunnen en starten met het begeleide omgangstraject, vervangt die begeleide omgang de omgangsmomenten bij de grootouders vaderszijde.
5 De beslissing
De voorzieningenrechter:
stelt vast dat partijen, te weten:
[eiser] (de vader)
wonende te [geboorteplaats],
en
[gedaagde], (de moeder)
wonende te [geboorteplaats],
bij (aangehecht) proces-verbaal van doorverwijzing zijn verwezen naar(De Rotterdamse omgangsbegeleiding voorziet blijkens haar folder in omgangsbegeleiding voor de duur van in beginsel maximaal zes maanden, overeenkomend met acht à negen contacten.) Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan het traject Omgangsbegeleiding en voor aanmelding bij de uitvoerende hulpverleningsinstantie;
beveelt de griffier binnen twee dagen na heden een afschrift van (de kennisgeving van) deze beschikking te zenden naar het Kenniscentrum Kind en Scheiding, Albertus de Oudelaan 1, 2273 CW Voorburg;
bepaalt dat de man en de kinderen voorlopig met elkaar videobellen op donderdag, zaterdag en maandag om 15.30 uur, waarbij de man de vrouw belt;
bepaalt dat – totdat partijen bij de uitvoerende hulpverleningsinstantie terecht kunnen – de kinderen vanaf zondag 21 september 2025 iedere zondag van 10.00 uur tot 12.00 uur bij de ouders van de man zullen zijn om onder begeleiding van grootouders vaderszijde omgang met de man te hebben, waarbij de vrouw de kinderen zal brengen om 10.00 uur en de man ervoor zorgdraagt dat de kinderen bij de moeder terug zijn om 12.00 uur;
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. A. Emmens en in het openbaar uitgesproken op 15 september 2025.
LEM
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.