Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Den Haag, 4 september 2025

ECLI:NL:RBDHA:2025:28052Zaaknummer C/09/689194 / FA RK 25-5693

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
4 september 2025
Publicatiedatum
24 augustus 2026
Zaaknummer
C/09/689194 / FA RK 25-5693
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Voorlopige voorzieningen. Doorverwijzing naar ouderschapsbemiddeling en verzoek tot raadsonderzoek, met verzoek te rapporteren in de bodemprocedure. Voorlopige kinderalimentatie.

De rechtbank:

*

bepaalt dat de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2023 te [geboorteplaats] aan de vrouw zal worden toevertrouwd;

*

bepaalt dat de man voorlopig gerechtigd is om [minderjarige] bij zich te hebben:

  • de eerste drie maanden na heden, iedere zaterdag van 14.00 uur tot 17.00 uur, onder begeleiding;
  • daarna onbegeleid iedere zaterdag van 10.00 uur van 17.00 uur;

*

stelt vast dat partijen, te weten:

[de man], (de man)

wonende te [adres 1] te [woonplaats 1],

en

[de vrouw], (de vrouw)

wonende te [adres 2] te [woonplaats 2],

bij (aangehecht) proces-verbaal van doorverwijzing zijn verwezen naar(De Rotterdamse omgangsbegeleiding voorziet blijkens haar folder in omgangsbegeleiding voor de duur van in beginsel maximaal zes maanden, overeenkomend met acht à negen contacten.) Jeugdteams Leidse Regio voor deelname aan het traject Ouderschapsbemiddeling en voor aanmelding bij de uitvoerende hulpverleningsinstantie;

beveelt de griffier binnen twee dagen na heden een afschrift van (de kennisgeving van) deze beschikking te zenden naar:

Jeugdteams Leidse Regio, Haarlemmerstraatweg 31 – 8519 –, 2343 LA Oegstgeest;

bepaalt dat de uitvoerende hulpverleningsinstantie de rechtbank in de bodemprocedure met kenmerk C/09/688697 FA RK 25-5448 (tussentijds) rapporteert omtrent het verloop van voornoemd traject, met kopie aan beide ouders en daarvan;

*

verzoekt gelijktijdig de Raad voor de Kinderbescherming een onderzoek te verrichten met het hiervoor omschreven doel en daarover aan de rechtbank te rapporteren en advies uit te brengen in de bodemprocedure met kenmerk C/09/688697 FA RK 25-5448;

bepaalt dat de griffier een afschrift van de processtukken aan de Raad voor de Kinderbescherming zal toesturen;

*

bepaalt dat de man aan de vrouw, met ingang van heden voorlopig een kinderalimentatie ten behoeve van [minderjarige] van € 274,- per maand zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;

*

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

*

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. H.M. Boone, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. L.E. Meisters als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 september 2025.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Voorlopige voorzieningen
  2. Procedure
  3. Feiten
  4. Verzoek en verweer
  5. Beoordeling
  6. Beslissing

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige kamer

Rekestnummer: FA RK 25-5693

Zaaknummer: C/09/689194

Datum beschikking: 4 september 2025

Voorlopige voorzieningen

Beschikking op het op 28 juli 2025 ingekomen verzoek van:

[de man],

de man,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. E.J. Coxon te Utrecht.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vrouw],

de vrouw,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. C. Ekholm te Leiden.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

  • het verzoekschrift;
  • het verweerschrift tevens verzoekschrift;
  • het bericht van 20 augustus 2025 van de zijde van de man, met bijlagen.

Op 21 augustus 2025 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de man, bijgestaan door zijn advocaat en tolk Frans F. den Hengst, de vrouw, bijgestaan door haar advocaat en [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad).

Feiten

- Partijen zijn met elkaar gehuwd op [datum] 2020 te [plaats], [land].

- Zij zijn ouders van het minderjarige kind [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2023 te [geboorteplaats].

- [minderjarige] verblijft op dit moment bij de vrouw.

- De ouders oefenen gezamenlijk het gezag over [minderjarige] uit.

- De man heeft de Marokkaanse nationaliteit en de vrouw en [minderjarige] de Nederlandse nationaliteit.

Verzoek en verweer

Het verzoek van de man strekt ertoe dat:

- een regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken ten aanzien van het minderjarige kind [minderjarige] van partijen wordt vastgesteld, waarbij [minderjarige] de even weken bij de man verblijft van vrijdag 17.00 uur tot zondag 17.00 uur en in de oneven weken van vrijdag 10.00 uur tot zaterdag 17.00 uur;

- een door de man aan de vrouw te betalen voorlopige kinderalimentatie van € 149,- per maand wordt vastgesteld, met ingang van de in deze te wijzen beschikking, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;

een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

De vrouw voert verweer, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Tevens verzoekt de vrouw zelfstandig nog:

- het minderjarige kind van partijen aan de vrouw wordt toevertrouwd;

- de Raad een onderzoek te laten doen naar de (on)mogelijkheden tot contact tussen de man en [minderjarige], subsidiair te bepalen, indien bepaald wordt dat de Raad geen onderzoek gaat doen, dat Cardea voorlopig de omgang tussen de man en [minderjarige] zal begeleiden;

- een door de man aan de vrouw te betalen voorlopige kinderalimentatie van € 331,- per maand wordt vastgesteld, met ingang van datum verzoekschrift voorlopige voorzieningen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen en wettelijk te indexeren,

een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

De man voert verweer, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht

De Nederlandse rechter komt te dezen rechtsmacht toe. De rechtbank past in deze voorlopige voorzieningenprocedure Nederlands recht toe.

Toevertrouwing [minderjarige]

De vrouw heeft verzocht om de toevertrouwing van [minderjarige]. De man heeft geen verweer gevoerd tegen dit verzoek. [minderjarige] verblijft sinds het uiteengaan van partijen bij de vrouw. De rechtbank acht het aldus in het belang van [minderjarige] dat hij voor de duur van de echtscheidingsprocedure aan de vrouw wordt toevertrouwd. De rechtbank zal dit verzoek van de vrouw daarom als niet weersproken, op de wet gegrond en in het belang van [minderjarige] toewijzen.

Voorlopige zorgregeling

Partijen zijn sinds medio 2024 feitelijk uit elkaar. Zij hebben beiden verschillende visies op hoe de situatie tussen hen en [minderjarige] sindsdien is verlopen. De man verzoekt een voorlopige zorgregeling vast te stellen. Hij heeft [minderjarige] sinds afgelopen 3 april niet meer gezien en wil graag weer regelmatig contact met hem. Sinds hij de echtelijke woning heeft verlaten, heeft de man [minderjarige] wekelijks bij zich gehad. De beschuldigingen die de vrouw doet, betwist hij uitdrukkelijk. Er is volgens hem tijdens het huwelijk nooit sprake geweest van fysiek of verbaal geweld. Op 3 april jl. heeft er een incident plaatsgevonden voor de deur van de echtelijke woning waarbij de man stelt dat de vrouw ten onrechte de politie heeft gebeld omdat de man [minderjarige] zou willen ontvoeren. Veilig Thuis is daarna betrokken geweest en heeft het dossier volgens de man vanwege onvoldoende noodzaak tot nader onderzoek afgesloten. Er zijn dus volgens hem geen contra-indicaties om een voorlopige zorgregeling vast te stellen. De man heeft op de zitting ermee ingestemd dat de eerste contacten tussen hem en [minderjarige] zullen worden begeleid, waarna opgebouwd dient te worden naar een onbegeleide voorlopige zorgregeling.

De vrouw stelt dat er wel contra-indicaties zijn voor contact tussen de man en [minderjarige]. De man is onvoorspelbaar in zijn handelen en bedreigt de vrouw regelmatig. De vrouw heeft aangegeven dat tijdens het huwelijk sprake is geweest van fysieke en verbale mishandeling. Zij heeft sinds het uiteengaan van partijen uitvoerig geprobeerd om het contact tussen de man en [minderjarige] plaats te laten vinden, maar dit is door het handelen van de man niet gelukt. De vrouw heeft geen vertrouwen in de man. Op 3 april jl. wilde de man [minderjarige] niet aan haar teruggeven en hem van de vrouw wegnemen. Hiertoe heeft zij de politie moeten bellen. Dat de man sinds zijn vertrek uit de echtelijke woning [minderjarige] wekelijks bij zich heeft gehad, betwist de vrouw. De aantal keren dat [minderjarige] bij de man is verbleven, kwam [minderjarige] terug met een volle luier en had hij niet gegeten. De vrouw maakt zich daarom zorgen over [minderjarige] als hij bij de man verblijft, te meer omdat [minderjarige] bijzondere behoeften heeft en wordt onderzocht op een vorm van autisme. Zij vindt dat de Raad eerst onderzoek moet doen naar de (on)mogelijkheden van contact tussen de man en [minderjarige] voordat er contact plaatsvindt. Vervolgens dient dit contact eerst onder begeleiding plaats te vinden.

De Raad heeft op de zitting geconstateerd dat beide ouders over en weer geen vertrouwen hebben in elkaar en dat zij hier op termijn aan moeten werken, bijvoorbeeld bij een traject van ouderschapsbemiddeling. Op korte termijn moeten ouders gezamenlijk en in samenwerking met derden het contact tussen [minderjarige] en de man opstarten op een voor beide ouders vertrouwde manier.

De rechtbank overweegt als volgt. Op de zitting heeft de vrouw aangegeven momenteel al contact te hebben met het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) voor de lopende onderzoeken van [minderjarige] naar een vorm van autisme. Zij heeft toegezegd contact op te zullen nemen met CJG om in werking te zetten dat de eerste contactmomenten tussen de man en [minderjarige] zullen worden begeleid, waarbij de rechtbank het met name van de overdrachtsmomenten belangrijk vindt dat dit onder begeleiding plaatsvindt, zodat de kans op escalatie tussen de ouders in het bijzijn van [minderjarige] zoveel mogelijk wordt voorkomen. De rechtbank zal vastleggen dat CJG de eerste drie maanden het contact tussen de man en [minderjarige] zal begeleiden – tenzij het CJG gedurende deze periode aangeeft dat dit niet meer nodig is – waarbij [minderjarige] iedere zaterdag van 14.00 uur tot 17.00 uur met de man zal zijn. Na vervolgens drie maanden zal [minderjarige] voor de duur van de echtscheidingsprocedure iedere zaterdag van 10.00 uur tot 17.00 uur bij de man zijn. De man zal zorgdragen voor het halen en brengen van [minderjarige] van en naar de vrouw.

Duidelijk is dat de ouders moeten werken aan hun onderlinge communicatie en verstandhouding in het belang van [minderjarige]. Beide ouders hebben op de zitting de bereidheid uitgesproken om deel te nemen aan het traject ouderschapsbemiddeling. De rechtbank zal de ouders en [minderjarige] in de gelegenheid stellen deel te nemen aan dit traject, zoals blijkt uit het proces-verbaal van doorverwijzing dat aan deze beschikking is gehecht. Dit proces-verbaal is al per email verzonden naar Jeugdteams Leidse Regio voor deelname aan voornoemd traject en/of training en aanmelding bij de betreffende uitvoerende hulpverleningsinstantie. De rechtbank zal (een kennisgeving van) deze beschikking per post zenden aan Jeugdteams Leidse Regio.

De rechtbank verzoekt de ouders om de rechtbank tijdig te informeren over het verloop van voornoemd traject en hierover te rapporteren in de bodemprocedure met kenmerk C/09/688697 FA RK 25-5448. Van de uitvoerende hulpverleningsinstantie verwacht de rechtbank dat – zoals op de zitting met de ouders is besproken – zij de eindrapportage over het verloop van het traject indient op de hierna vermelde wijze. De hulpverleningsinstantie kan de rechtbank tussentijds informeren als daartoe aanleiding is in de bodemprocedure met kenmerk C/09/688697 FA RK 25-5448.

Gelijktijdig zal de rechtbank de Raad verzoeken een onderzoek te doen en rapport en advies hierover uit te brengen in verband met de zorgregeling tussen de man en [minderjarige]. De standpunten van partijen staan dermate lijnrecht tegenover elkaar, dat de rechtbank zich onvoldoende geïnformeerd acht over de precieze leef- en opvoedsituatie van [minderjarige]. De communicatie en onderlinge verhouding tussen partijen is verstoord en zij wantrouwen elkaar over en weer in het ouderschap over [minderjarige]. Ook heeft de vrouw de man beschuldigd van fysiek geweld en bedreiging tegen haar waardoor er mogelijk veiligheidsissues spelen. Bij [minderjarige] zou volgens de vrouw onderzoeken plaatsvinden in verband met mogelijk een stoornis in het autistisch spectrum. De rechtbank verzoekt de Raad in het onderzoek antwoord te geven op de vraag welke verdeling van de zorg- en opvoedingstaken over [minderjarige] in zijn belang is. De rechtbank verzoekt de Raad in de bodemprocedure met kenmerk C/09/688697 FA RK 25-5448 hierover rapport en advies uit te brengen over de definitieve zorgregeling.

Voorlopige kinderalimentatie

De vrouw verzoekt een voorlopige kinderalimentatie vast te stellen. Bij de beoordeling van het verzoek stelt de rechtbank voorop dat deze voorlopige vaststelling het karakter heeft van een ordemaatregel. Daarbij is het uitgangspunt dat wordt uitgegaan van de actuele situatie van partijen, voor zover de rechtbank daar voldoende inzicht in heeft. Indien de rechtbank onvoldoende inzicht in de situatie van partijen heeft, zal de rechtbank beoordelen wat zij redelijk acht en in dat kader een schatting maken.

Behoefte

Partijen zijn het erover eens dat de behoefte van [minderjarige] € 751,- per maand bedraagt.

Draagkracht man

Voor het bepalen van de draagkracht van de man gaat de rechtbank uit van zijn inkomen uit loon van € 3.202,- bruto per maand, gebaseerd op zijn loonstroken van april, mei en juni 2025, te vermeerderen met 8% vakantiegeld. De rechtbank zal hierin de berekening van de man volgen.

De rechtbank houdt verder rekening met:

  • de pensioenpremie van afgerond € 81,-;
  • de premie WGA & WIA van samen afgerond € 11,-.

Op basis van de hiervoor genoemde uitgangspunten, berekent de rechtbank zijn NBI in 2025 op € 2.812,- per maand. De rechtbank verwijst hiervoor naar de aangehechte berekening.

Omdat het NBI van de man hoger is dan € 2.125,-, zal de rechtbank voor de berekening van zijn draagkracht de formule 70% x [NBI – (0,3 NBI + € 1.310,-)] gebruiken. De draagkracht van de man bedraagt dan € 461,- per maand.

Draagkracht vrouw

Op de zitting heeft de vrouw voor het eerst aangegeven momenteel geen werk te hebben. Zij heeft dit niet met stukken onderbouwd. De rechtbank zal de man volgen in zijn berekening waarin hij uitgaat van een inkomen van € 2.665,- bruto per maand, te vermeerderen met 8% vakantiegeld. Dit is gebaseerd op de door haar ingediende loonstroken.

Het kindgebonden budget moet volgens vaste rechtspraak bij het inkomen van de desbetreffende ouder die het ontvangt, worden opgeteld. De rechtbank berekent het kindgebonden budget aan de hand van bovenstaande inkomensgegevens.

De rechtbank houdt verder rekening met:

- de pensioenpremie van afgerond € 57,-.

Op basis van de hiervoor genoemde uitgangspunten, berekent de rechtbank haar NBI in 2025 op € 3.196,- per maand. De rechtbank verwijst hiervoor naar de aangehechte berekening.

Omdat het NBI van de vrouw hoger is dan € 2.125,-, zal de rechtbank voor de berekening van haar draagkracht de formule 70% x [NBI – (0,3 NBI + € 1.310,-)] gebruiken. De draagkracht van de vrouw bedraagt dan € 649,- per maand.

Draagkrachtvergelijking

De draagkracht van partijen bedraagt gezamenlijk € 1.110,- per maand (€ 461 + € 649). Dit is voldoende om in de behoefte van [minderjarige] te voorzien. De rechtbank zal daarom een draagkrachtvergelijking maken waarbij de behoefte naar rato van ieders draagkracht zal worden verdeeld. Hiervoor gebruikt de rechtbank de formule: ieders draagkracht gedeeld door de totale draagkracht vermenigvuldigd met de behoefte.

Van de totale behoefte van komt een gedeelte van € 312,- per maand voor rekening van de man. Een gedeelte van € 439,- per maand komt voor rekening van de vrouw.

Daarbij heeft de rechtbank een zorgkorting van 5% van de behoefte tot uitgangspunt genomen, gelet op de hierboven vastgelegde opbouwende voorlopige zorgregeling tussen de man en [minderjarige]. De zorgkorting bedraagt € 38,- (5% x € 751).

Dat betekent dat de man gehouden is een bedrag van € 274,- per maand aan de vrouw te voldoen aan kinderalimentatie (€ 312 -/- € 38). De rechtbank zal dit bedrag dan ook vaststellen aan kinderalimentatie.

Ingangsdatum

De rechtbank zal de voorlopige bijdrage aan kinderalimentatie vastleggen per datum van deze beschikking, omdat gebleken is dat de man reeds een bijdrage van € 250,- per maand voldoet.

Beslissing

De rechtbank:

*

bepaalt dat de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2023 te [geboorteplaats] aan de vrouw zal worden toevertrouwd;

*

bepaalt dat de man voorlopig gerechtigd is om [minderjarige] bij zich te hebben:

  • de eerste drie maanden na heden, iedere zaterdag van 14.00 uur tot 17.00 uur, onder begeleiding;
  • daarna onbegeleid iedere zaterdag van 10.00 uur van 17.00 uur;

*

stelt vast dat partijen, te weten:

[de man], (de man)

wonende te [adres 1] te [woonplaats 1],

en

[de vrouw], (de vrouw)

wonende te [adres 2] te [woonplaats 2],

bij (aangehecht) proces-verbaal van doorverwijzing zijn verwezen naar(De Rotterdamse omgangsbegeleiding voorziet blijkens haar folder in omgangsbegeleiding voor de duur van in beginsel maximaal zes maanden, overeenkomend met acht à negen contacten.) Jeugdteams Leidse Regio voor deelname aan het traject Ouderschapsbemiddeling en voor aanmelding bij de uitvoerende hulpverleningsinstantie;

beveelt de griffier binnen twee dagen na heden een afschrift van (de kennisgeving van) deze beschikking te zenden naar:

Jeugdteams Leidse Regio, Haarlemmerstraatweg 31 – 8519 –, 2343 LA Oegstgeest;

bepaalt dat de uitvoerende hulpverleningsinstantie de rechtbank in de bodemprocedure met kenmerk C/09/688697 FA RK 25-5448 (tussentijds) rapporteert omtrent het verloop van voornoemd traject, met kopie aan beide ouders en daarvan;

*

verzoekt gelijktijdig de Raad voor de Kinderbescherming een onderzoek te verrichten met het hiervoor omschreven doel en daarover aan de rechtbank te rapporteren en advies uit te brengen in de bodemprocedure met kenmerk C/09/688697 FA RK 25-5448;

bepaalt dat de griffier een afschrift van de processtukken aan de Raad voor de Kinderbescherming zal toesturen;

*

bepaalt dat de man aan de vrouw, met ingang van heden voorlopig een kinderalimentatie ten behoeve van [minderjarige] van € 274,- per maand zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;

*

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

*

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. H.M. Boone, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. L.E. Meisters als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 september 2025.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.