Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Den Haag, 14 oktober 2025

ECLI:NL:RBDHA:2025:24924Zaaknummer C/09/692299 / FA RK 25-7332

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
14 oktober 2025
Publicatiedatum
6 januari 2026
Zaaknummer
C/09/692299 / FA RK 25-7332
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Vervangende toestemming vakanties.

De rechtbank:

verleent toestemming aan de moeder – welke toestemming die van de vader vervangt – om met de minderjarigen [de minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2016 te [geboorteplaats 1], [de minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2018 te [geboorteplaats 2], en [de minderjarige 3], geboren op [geboortedatum 3] 2021 te [geboorteplaats 1], in de periode van 16 oktober 2025 tot en met 21 oktober 2025 op vakantie te gaan naar [land 2];

verleent toestemming aan de moeder – welke toestemming die van de vader vervangt – om met voormelde minderjarigen in de periode van 27 december 2025 tot en met 2 januari 2026 op vakantie te gaan naar [land 1];

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. C. van Hees, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. C.P.E. van de Fliert-Verburg als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 oktober 2025.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Gezagsuitoefening
  2. Procedure
  3. Feiten
  4. Verzoek en verweer
  5. Beslissing

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige Kamer

Rekestnummer: FA RK 25-7332

Zaaknummer: C/09/692299

Datum beschikking: 14 oktober 2025

Gezagsuitoefening

Beschikking op het op 29 september 2025 ingekomen verzoek van:

[de moeder],

de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. H.H.M. de Vries-Veringa te Lisse.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader],

de vader,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

  • het verzoekschrift van de zijde van de moeder, ingekomen op 29 september 2025;
  • het bericht van 6 oktober 2025, met bijlagen, van de zijde van de moeder.

Op 10 oktober 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij is verschenen: de moeder met mr. J.C.G.J. van der Linden (waarnemend voor mr. H.H.M. de Vries-Veringa). De vader is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

Feiten

- Partijen zijn gehuwd geweest.

- Zij zijn de ouders van de volgende nu nog minderjarige kinderen:

- [de minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2016 te [geboorteplaats 1];

- [de minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2018 te [geboorteplaats 2];

- [de minderjarige 3], geboren op [geboortedatum 3] 2021 te [geboorteplaats 1].

- Partijen oefenen gezamenlijk het gezag over de kinderen uit.

Verzoek en verweer

De moeder verzoekt:

  • haar vervangende toestemming te verlenen om met de kinderen op vakantie te gaan met bestemming [bestemming 1] en vertrekdatum vanuit Nederland 16 oktober 2025 en datum van terugkeer 21 oktober 2025;
  • haar vervangende toestemming te verlenen om met de kinderen op vakantie te gaan met bestemming [bestemming 2] in [land 1] en vertrekdatum vanuit Nederland 27 december 2025 en datum van terugkeer 2 januari 2026,

een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

De vader heeft geen verweer gevoerd.

Beoordeling

Op grond van artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek kunnen, in geval van gezamenlijke uitoefening van het gezag, geschillen hieromtrent op verzoek van de ouders, of een van hen, aan de rechtbank worden voorgelegd. De rechtbank neemt een zodanige beslissing als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt.

De moeder wil van 16 oktober 2025 tot en met 21 oktober 2025 met de kinderen op vakantie gaan naar [bestemming 1] en van 27 december 2025 tot en met 2 januari 2026 naar [land 1]. Aangezien de vader weigert zijn toestemming te geven voor deze vakanties, verzoekt de moeder de rechtbank vervangende toestemming te verlenen.

De rechtbank zal het verzoek van de moeder toewijzen. De vader heeft geen verweer gevoerd tegen het verzoek en de rechtbank acht het in het belang van de kinderen dat zij met de moeder op vakantie kunnen gaan. Voor beide vakanties geldt dat het niet op momenten valt dat de kinderen volgens de zorgregeling bij de vader zijn. Voor de vakantie naar [bestemming 1] heeft de moeder op de zitting verklaard dat zij op donderdag 16 oktober 2025 na school zal vertrekken. Op vrijdag hebben de kinderen een studiedag en de week daarna hebben zij herfstvakantie. De kinderen zullen dus geen school missen. De rechtbank ziet dus geen reden om de toestemming te weigeren.

Beslissing

De rechtbank:

verleent toestemming aan de moeder – welke toestemming die van de vader vervangt – om met de minderjarigen [de minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2016 te [geboorteplaats 1], [de minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2018 te [geboorteplaats 2], en [de minderjarige 3], geboren op [geboortedatum 3] 2021 te [geboorteplaats 1], in de periode van 16 oktober 2025 tot en met 21 oktober 2025 op vakantie te gaan naar [land 2];

verleent toestemming aan de moeder – welke toestemming die van de vader vervangt – om met voormelde minderjarigen in de periode van 27 december 2025 tot en met 2 januari 2026 op vakantie te gaan naar [land 1];

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. C. van Hees, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. C.P.E. van de Fliert-Verburg als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 oktober 2025.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.