Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 2 december 2025

ECLI:NL:RBDHA:2025:22792Zaaknummer NL25.47759

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
2 december 2025
Publicatiedatum
2 december 2025
Zaaknummer
NL25.47759
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Proceskostenveroordeling, Vereenvoudigde behandeling
Zittingsplaats
Groningen
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verzoek pkv, asiel

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van K.D.M. Nijholt, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

Deze uitspraak is bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Inleiding
  2. Beoordeling door de rechtbank
  3. Conclusie en gevolgen
  4. Beslissing

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.47759

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], verzoekster,

V-nummer: [nummer],

(gemachtigde: mr. E. Schoneveld),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoekster om de minister te veroordelen in de vergoeding van de proceskosten.

1.1.

De rechtbank doet uitspraak zonder zitting.[_0bc5fc9b-9733-4441-b91b-ce033f485161]

Beoordeling door de rechtbank

Onder welke voorwaarden kan een verzoek tot vergoeding van de proceskosten worden ingediend?

2. Verzoekster heeft haar beroep tegen het niet tijdig beslissen ingetrokken, omdat de minister door het nemen van een besluit tegemoet is gekomen aan haar verzoek. Verzoekster heeft daarbij gevraagd om de minister te veroordelen in de vergoeding van de proceskosten.[_b6e8094e-7f70-4f08-90a6-aeab94fc6ccb]

3. Als niet is voldaan aan de voorwaarden voor het instellen van beroep tegen het niet tijdig nemen van het besluit, bestaat geen recht op een vergoeding van de proceskosten.

Voldoet het beroep van verzoekster aan de voorwaarden?

4. Niet in geschil is dat de termijn om op het verzoek van verzoekster te beslissen is verstreken. Verzoekster heeft de minister met de brief van 30 augustus 2025, door de minister ontvangen op 2 september 2025, gevraagd om alsnog binnen twee weken te beslissen.[_8c5d2e2a-90e6-496c-8c40-5115743e7b43] De termijn van twee weken vangt aan één dag na ontvangst van de brief waarin verzoekster de minister heeft gevraagd om alsnog binnen twee weken te beslissen.[_c3000240-7480-4b92-9a95-1e66483ba28c] De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is verstreken op 17 september 2025.

5. Verzoekster heeft het beroepschrift ingediend op 16 september 2025. Het beroep is te vroeg en dus prematuur ingediend en voldoet daarom niet aan de vereisten voor het indienen van een beroep tegen het niet tijdig beslissen.[_4be74681-fafd-4cab-b25c-8ae2e9c2610e]

6. Het beroep van verzoekster voldoet niet aan de voorwaarden. Het verzoek om een proceskostenveroordeling zal dan ook worden afgewezen.

7. Ten overvloede merkt de rechtbank op dat de minister in zijn brief van10 november 2025 aangeeft bereid te zijn de proceskosten van verzoekster te vergoeden. Wat daar ook van zij, het maakt de beoordeling van het aan het verzoek ten grondslag liggende beroep niet tijdig beslissen niet anders. Verzoekster kan zich tot de minister richten met betrekking tot de door hem getoonde bereidheid.

Conclusie en gevolgen

8. Het verzoek om de minister te veroordelen in de proceskosten wordt afgewezen.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van K.D.M. Nijholt, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

Deze uitspraak is bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.