Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 21 november 2025

ECLI:NL:RBDHA:2025:22036Zaaknummer NL25.25632

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
21 november 2025
Publicatiedatum
21 november 2025
Zaaknummer
NL25.25632
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Voorlopige voorziening
Zittingsplaats
Groningen
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verzoek om een voorlopige voorziening bij beroep NL25.25627

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. van Waterschoot, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.J.C. ten Hoopen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [naam] , V-nummer: [V-nummer] , verzoeker
  2. Inleiding
  3. Beoordeling door de voorzieningenrechter
  4. Beslissing

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.25632

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam] , V-nummer: [V-nummer] , verzoeker

(gemachtigde: mr. H.L.M. Janssen),

en

de minister van Asiel en Migratie

(gemachtigde: mr. I. van Es).

Inleiding

1. Met het besluit van 17 maart 2022, waarbij verzoekers asielaanvraag is afgewezen, heeft de minister verzoeker op grond van artikel 64 van de Vreemdelingenwet (Vw) voorlopig uitstel van vertrek verleend in afwachting van de beslissing op de ambtshalve beoordeling om toepassing van artikel 64 van de Vw.

1.1.

Bij besluit van 8 september 2022 heeft de minister beslist dat verzoeker niet in aanmerking komt voor uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van de Vw.

1.2.

De minister heeft bij besluit van 6 juni 2025 het bezwaar van verzoeker tegen het besluit van 8 september 2022 ongegrond verklaard. Verzoeker heeft hiertegen beroep[_8d8de96c-a45e-4991-8420-43a152020d42] ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.

1.3.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de behandeling van de beroepszaak, op 6 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigde van de minister deelgenomen.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

2.1.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. van Waterschoot, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.J.C. ten Hoopen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.