Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 11 november 2025

ECLI:NL:RBDHA:2025:21198Zaaknummer NL25.42409 en NL25.42411

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
11 november 2025
Publicatiedatum
11 november 2025
Zaaknummer
NL25.42409 en NL25.42411
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Vereenvoudigde behandeling
Zittingsplaats
Groningen
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Beroep niet tijdig

De rechtbank:

  • verklaart de beroepen gegrond;
  • vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit;
  • draagt de minister op om binnen acht weken na de dag van het bekendmaken van deze uitspraak alsnog besluiten op de aanvragen bekend te maken;
  • bepaalt dat de minister aan eisers gezamenlijk een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-;
  • veroordeelt de minister in de proceskosten van eisers gezamenlijk tot een bedrag van € 453,50.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Tesfai, rechter, in aanwezigheid van A.W. Landman, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

Deze uitspraak is bekendgemaakt op:

11.

12.

13. Bent u het niet eens met deze uitspraak?

14. Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

15.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [naam],V-nummer: [nummer]
  2. Inleiding
  3. Beoordeling door de rechtbank
  4. Welke beslistermijn legt de rechtbank de minister op?
  5. Conclusie en gevolgen
  6. Beslissing

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.42409 en NL25.42411

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam],V-nummer: [nummer],

[naam],V-nummer: [nummer]

gezamenlijk: eisers,

(gemachtigde: mr. A.S. Sewman)

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. In een eerdere procedure (NL25.15107 en NL25.15108) heeft deze rechtbank en zittingsplaats het beroep van eisers tegen het niet tijdig nemen van een besluit gegrond verklaard. De minister moest binnen een termijn van acht weken alsnog een besluit nemen op de aanvraag. Daarbij heeft de rechtbank ook bepaald dat als de minister niet op tijd een besluit neemt, hij een dwangsom van € 100,- moest betalen voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van € 7.500,-.

1.1

Deze uitspraak gaat over de tweede beroepen die eisers hebben ingediend omdat de minister niet op tijd zou hebben beslist op de asielaanvragen van 5 maart 2023.

1.2

De rechtbank doet uitspraak zonder zitting.[_108de673-3d74-48a7-8207-b5c470b5d5a2]

Beoordeling door de rechtbank

Is het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond?

2. Voorafgaand aan het instellen van een beroep tegen het niet tijdig beslissen moeten eisers de minister door middel van een ingebrekestelling laten weten dat hij binnen twee weken alsnog op de aanvraag moet beslissen.[_5e9cbb57-4736-470c-9c80-7869f8157ff5] Bij een tweede beroep tegen het niet tijdig beslissen op dezelfde aanvraag is een nieuwe ingebrekestelling niet nodig.[_0bce936b-9376-41ab-979f-69389951b869]

3. In de uitspraak van 18 april 2025 heeft de rechtbank de minister een beslistermijn opgelegd van 8 weken. De minister heeft niet binnen deze termijn een besluit op de aanvraag genomen.

4. De beroepen zijn ontvankelijk en kennelijk gegrond.

Welke beslistermijn legt de rechtbank de minister op?

5. De minister moet alsnog een besluit nemen op de aanvragen.[_37271d78-53e8-445d-ace9-bba7b573cb66] De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) heeft geoordeeld dat bij het bepalen van een nieuwe beslistermijn rekening moet worden gehouden met het ‘8+8 wekenmodel’.[_4c701a39-ff76-47ea-b495-7bd5488a85c5]

6. De rechtbank oordeelt dat in de gevallen waarin, zoals hier, de bovengrens van 21 maanden[_9871864d-c5d3-4742-9937-7def345cc330] is overschreden een kortere beslistermijn passend is. Dit betekent dat de minister in principe binnen een termijn van acht weken een besluit moet nemen. De termijn begint op de dag na het bekendmaken van deze uitspraak.

Welke dwangsom legt de rechtbank op?

7. De rechtbank legt alleen een rechterlijke dwangsom op.[_b75ba53d-0fa3-445b-a599-e52827d9dfd7]

8. De rechtbank bepaalt in deze zaken dat, als de minister niet binnen de door de rechtbank opgelegde termijn een besluit op de aanvragen neemt, de minister aan eisers gezamenlijk[_0aa6a02f-3fd9-42c5-9054-bcea37ebd34c] een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,-.[_7983d984-ae7f-4eac-97db-3ecb3f39e319]

Conclusie en gevolgen

9. De beroepen zijn kennelijk gegrond. Dat betekent dat eisers gelijk krijgen en de minister acht weken de tijd krijgt om alsnog een besluit te nemen. Doet de minister dat niet, dan is hij aan eisers een dwangsom verschuldigd.

10. De minister moet de door eisers gemaakte proceskosten vergoeden. De rechtbank stelt vast dat sprake is van samenhangende zaken als bedoeld in het Besluit proceskosten bestuursrecht.[_9c76c1eb-588d-4aa0-bb12-d20b39b20e72] De rechtsbijstand is verleend door dezelfde persoon, waarbij de werkzaamheden in elk van de zaken nagenoeg identiek zijn. Deze kosten stelt de rechtbank vast op € 453,50.[_e3f3009c-8f08-43c1-8228-bfabd11f7b99]

Beslissing

De rechtbank:

  • verklaart de beroepen gegrond;
  • vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit;
  • draagt de minister op om binnen acht weken na de dag van het bekendmaken van deze uitspraak alsnog besluiten op de aanvragen bekend te maken;
  • bepaalt dat de minister aan eisers gezamenlijk een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-;
  • veroordeelt de minister in de proceskosten van eisers gezamenlijk tot een bedrag van € 453,50.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Tesfai, rechter, in aanwezigheid van A.W. Landman, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

Deze uitspraak is bekendgemaakt op:

11.

12.

13. Bent u het niet eens met deze uitspraak?

14. Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

15.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.