Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 10 november 2025

ECLI:NL:RBDHA:2025:21055Zaaknummer NL25.44238

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
10 november 2025
Publicatiedatum
10 november 2025
Zaaknummer
NL25.44238
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Vereenvoudigde behandeling
Zittingsplaats
Groningen
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Beroep niet tijdig, asiel

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Sibma, rechter, in aanwezigheid van K.D.M. Nijholt, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

Deze uitspraak is bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Inleiding
  2. Beoordeling door de rechtbank
  3. Conclusie en gevolgen
  4. Beslissing

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.44238

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser,

V-nummer: [nummer],

(gemachtigde: mr. I.M. Hidding),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend, omdat de minister niet op tijd zou hebben beslist op de asielaanvraag van 26 januari 2022.

1.1.

Eiser heeft op 28 februari 2023 een beroep niet tijdig beslissen ingediend. Deze rechtbank, zittingsplaats Zwolle, heeft dit beroep op 21 juli 2023 niet-ontvankelijk verklaard. In een tweetal opvolgende procedures heeft deze rechtbank en zittingsplaats de beroepen niet tijdig beslissen gegrond verklaard[_5ae0a522-6566-4618-81c5-ffaad0bbc9a6]. In de laatste uitspraak, die van 9 januari 2025, heeft de rechtbank bepaald dat de minister binnen twee weken alsnog een besluit moest nemen op de asielaanvraag. Daarbij heeft de rechtbank bepaald dat als de minister niet op tijd een besluit neemt, hij een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van € 7.500,-.

1.2.

De minister heeft op 1 mei 2025 beslist op de aanvraag. In de uitspraak van 7 juli 2025 heeft deze rechtbank en zittingsplaats het beroep van eiser tegen dat besluit gegrond verklaard. De rechtbank heeft de minister opgedragen om binnen vier weken na de dag van bekendmaking van de uitspraak een nieuw voornemen te nemen, waarna de minister (na de vier weken termijn voor het indienen door eiser van de zienswijze) binnen vier weken een nieuw besluit moest nemen..[_f6682a20-1b9f-4dfc-ae9c-b9ff09baa606]

1.3.

Eiser heeft de minister op 27 augustus 2025 in gebreke gesteld. Omdat nog geen voornemen is uitgebracht, is volgens hem te voorzien dat ook niet op tijd zal worden beslist. Op 12 september 2025 heeft eiser beroep ingesteld omdat niet op tijd zou zijn beslist.

1.2.

De rechtbank doet uitspraak zonder zitting.[_78ff0bad-e2c8-4bc7-86c9-fe4153cbc3fa]

Beoordeling door de rechtbank

Is het beroep ontvankelijk en gegrond?

2. In de uitspraak van 7 juli 2025 heeft de rechtbank bepaald binnen welke termijn de minister een voornemen moet nemen en binnen welke termijn hij vervolgens moet beslissen. De door de rechtbank opgelegde beslistermijn komt erop neer dat de minister binnen twaalf weken na de uitspraak een beslissing op de aanvraag moet nemen. De rechtbank stelt vast dat eiser beroep heeft ingesteld terwijl de nadere beslistermijn van twaalf weken nog niet was verstreken. Het beroep is te vroeg (prematuur) ingediend en voldoet daarom niet aan de vereisten voor het indienen van een beroep tegen het niet tijdig beslissen.[_bff47184-820c-44c8-bc11-4e38a4f9b352]

Conclusie en gevolgen

3. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk. De minister hoeft de proceskosten niet aan eiser te vergoeden.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Sibma, rechter, in aanwezigheid van K.D.M. Nijholt, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

Deze uitspraak is bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.