Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 15 oktober 2025

ECLI:NL:RBDHA:2025:20744Zaaknummer NL25.1950

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
15 oktober 2025
Publicatiedatum
6 november 2025
Zaaknummer
NL25.1950
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak, Proces-verbaal
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Aanvrager asiel (eiseres) vertrokken mob.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Overwegingen

1. De minister heeft de rechtbank op 23 juli 2025 meegedeeld dat eiseres met onbekende bestemming is vertrokken. De minister heeft zich daarbij gebaseerd op informatie van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa).

2. De rechtbank ziet zich eerst voor de vraag gesteld of eiseres nog procesbelang heeft bij het beroep.

3. De gemachtigde van eiseres heeft de rechtbank op 11 september 2025 desgevraagd meegedeeld dat zij geen contact meer heeft over de procedure met eiseres en niet weet waar zij verblijft. Om die reden kan de gemachtigde ook geen uitsluitsel geven of eiseres het beroep wenst te handhaven. Evenmin is het gemachtigde bekend of eiseres nog een procesbelang heeft.

4. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) blijkt het volgende. Wanneer een vreemdeling, die een asielaanvraag heeft ingediend, met onbekende bestemming vertrekt zonder aan de minister te laten weten waar zij verblijft, kan er in principe vanuit worden gegaan dat die vreemdeling geen prijs meer stelt op de door haar in eerste instantie gezochte bescherming in Nederland. Dit is alleen anders als een vreemdeling nog contact met zijn gemachtigde onderhoudt en dus nog prijs stelt op deze bescherming.1

5. In dit geval heeft eiseres de opvang verlaten en de minister en de gemachtigde niet op de hoogte gesteld van haar verblijfsplaats. Eiseres heeft ook geen contact meer met haar gemachtigde. Dit maakt dat de rechtbank ervan uitgaat dat eiseres geen prijs meer stelt op bescherming in Nederland. Het is de rechtbank verder ook niet gebleken van concrete aanknopingspunten om hiervan af te wijken. Daarom is er geen belang meer bij een inhoudelijke behandeling van het beroep en is het beroep niet-ontvankelijk.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

7. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze

Deze uitspraak is gedaan door mr. G. Schnitzler, rechter, in aanwezigheid van mr. L.M. Janssens - Kleijn, griffier.

1. Uitspraak van de Afdeling van 1 juli 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:2662)

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

15 oktober 2025

Documentcode:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Procesverloop
  2. Beslissing
  3. Overwegingen
  4. Documentcode:
  5. Bent u het niet eens met deze uitspraak?

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.1950

proces-verbaal van de mondelingen uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 oktober 2024 in de zaak tussen

[eiseres], V-nummer: [V-nummer], eiseres (gemachtigde: mr. E.D. van Elst),

en

de Minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. R.A. Mandersloot).

Procesverloop

Bij besluit van 14 januari 2025 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van eiseres tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel afgewezen als ongegrond.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

De rechtbank heeft het beroep op 8 oktober 2025 op zitting behandeld. Eiseres is niet verschenen. De gemachtigde van eiseres is, met bericht van verhindering, niet verschenen. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Overwegingen

1. De minister heeft de rechtbank op 23 juli 2025 meegedeeld dat eiseres met onbekende bestemming is vertrokken. De minister heeft zich daarbij gebaseerd op informatie van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa).

2. De rechtbank ziet zich eerst voor de vraag gesteld of eiseres nog procesbelang heeft bij het beroep.

3. De gemachtigde van eiseres heeft de rechtbank op 11 september 2025 desgevraagd meegedeeld dat zij geen contact meer heeft over de procedure met eiseres en niet weet waar zij verblijft. Om die reden kan de gemachtigde ook geen uitsluitsel geven of eiseres het beroep wenst te handhaven. Evenmin is het gemachtigde bekend of eiseres nog een procesbelang heeft.

4. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) blijkt het volgende. Wanneer een vreemdeling, die een asielaanvraag heeft ingediend, met onbekende bestemming vertrekt zonder aan de minister te laten weten waar zij verblijft, kan er in principe vanuit worden gegaan dat die vreemdeling geen prijs meer stelt op de door haar in eerste instantie gezochte bescherming in Nederland. Dit is alleen anders als een vreemdeling nog contact met zijn gemachtigde onderhoudt en dus nog prijs stelt op deze bescherming.1

5. In dit geval heeft eiseres de opvang verlaten en de minister en de gemachtigde niet op de hoogte gesteld van haar verblijfsplaats. Eiseres heeft ook geen contact meer met haar gemachtigde. Dit maakt dat de rechtbank ervan uitgaat dat eiseres geen prijs meer stelt op bescherming in Nederland. Het is de rechtbank verder ook niet gebleken van concrete aanknopingspunten om hiervan af te wijken. Daarom is er geen belang meer bij een inhoudelijke behandeling van het beroep en is het beroep niet-ontvankelijk.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

7. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze

Deze uitspraak is gedaan door mr. G. Schnitzler, rechter, in aanwezigheid van mr. L.M. Janssens - Kleijn, griffier.

1. Uitspraak van de Afdeling van 1 juli 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:2662)

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

15 oktober 2025

Documentcode:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Deze uitspraak verwijst naar

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.