Uitspraak · Vreemdelingenrecht
Rechtbank Den Haag, 22 september 2025
ECLI:NL:RBDHA:2025:17380Zaaknummer NL24.18062
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 22 september 2025
- Publicatiedatum
- 22 september 2025
- Zaaknummer
- NL24.18062
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Groningen
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
voorlopige voorziening / afgewezen / pkv
De uitspraak is openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.18062
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam], verzoekster,
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. N.B. Swart)
en
de minister van Asiel en Migratie, [_aa7b8435-5d13-4b13-a96e-abd00b87cc1e]de minister
(gemachtigde: mr. P. Loijenga).
Procesverloop
1. Met het besluit van 24 december 2024 heeft de minister de aanvraag van verzoekster om toepassing te geven aan artikel 64 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) ingewilligd met ingang van 19 augustus 2024 tot 19 augustus 2025.
2. Verzoekster heeft beroep ingediend tegen dit besluit, omdat zij zich niet kan vinden in de ingangsdatum van 19 augustus 2024. Verzoekster heeft de voorzieningenrechter op
24 april 2024 verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek wordt thans geacht betrekking te hebben op de beroepsfase.
3. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 3 april 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van verzoekster en de gemachtigde van de minister.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
4. Bij uitspraak van 15 mei 2025, zaaknummer AWB 25/974, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Het beroep is daarbij gegrond verklaard en het bestreden besluit is vernietigd, voor zover het de ingangsdatum van het verleende uitstel van vertrek betreft. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
5. Gelet op de uitkomst van de bezwaarprocedure veroordeelt de voorzieningenrechter de minister wel in de door verzoekster gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 907,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift, met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 1).
Beslissing
De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
- veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 907,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H. Hanssen-Telman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. P.C.J. Lindeijer, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.