Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 15 september 2025

ECLI:NL:RBDHA:2025:16924Zaaknummer NL25.23374

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
15 september 2025
Publicatiedatum
15 september 2025
Zaaknummer
NL25.23374
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Vereenvoudigde behandeling
Zittingsplaats
Groningen
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

beroep niet tijdig, asiel

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Inleiding
  2. Beoordeling door de rechtbank
  3. Welke beslistermijn legt de rechtbank de minister op?
  4. Conclusie en gevolgen
  5. Beslissing

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.23374

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiseres,

V-nummer: [nummer],

(gemachtigde: mr. R. Balkenende),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. Op 15 april 2022 heeft eiseres een asielaanvraag ingediend. Met het besluit van 2 april 2024 heeft de minister de aanvraag van eiseres kennelijk ongegrond verklaard. Eiseres heeft tegen dit besluit beroep (NL24.15251) ingesteld. Bij uitspraak van 23 oktober 2024 heeft deze rechtbank, zittingsplaats Zwolle, het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en de minister opgedragen een nieuw besluit te nemen op de aanvraag van eiseres.

1.1.

Met de brief van 8 mei 2025 heeft eiseres de minister in gebreke gesteld wegens het niet tijdig beslissen op de aanvraag. Op 23 mei 2025 heeft eiseres beroep ingesteld wegens het niet tijdig beslissen op de aanvraag. In deze uitspraak beslist de rechtbank op dit beroep.

1.2.

De rechtbank doet uitspraak zonder zitting.[_feea0067-e199-41de-bac9-928605d807d2]

Beoordeling door de rechtbank

Is het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond?

2. De minister moet in beginsel uiterlijk binnen zes maanden na het ontvangen van de aanvraag beslissen.[_a1f98286-1ca8-4cd5-9fbe-b4bd6bcc9bc6] Deze termijn geldt ook voor de bij uitspraak van 23 oktober 2024 door de rechtbank aan de minister gegeven opdracht om opnieuw op de asielaanvraag van eiseres te beslissen. De rechtbank stelt vast dat deze termijn is verstreken.[_5ebb20b3-ab84-4b31-b44d-e187c4e0ea9d] Eiseres heeft de minister, na het verstrijken van de termijn, gevraagd om alsnog binnen twee weken te beslissen. Dat heeft de minister niet gedaan en eiseres heeft vervolgens beroep ingesteld.[_82ac3a11-3ca4-4be1-b97d-50e27060e4d1]

3. Het beroep is ontvankelijk en kennelijk gegrond.

Welke beslistermijn legt de rechtbank de minister op?

4. De minister moet alsnog een besluit nemen op de aanvraag.[_2c110632-9fef-4574-a4d6-c9ac754f8c5f] De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) heeft geoordeeld dat bij het bepalen van een nieuwe beslistermijn rekening moet worden gehouden met het ‘8+8 wekenmodel’.[_933e3cfe-84fb-4dc8-8629-2cc19f818aab]

5. De rechtbank oordeelt dat in de gevallen waarin, zoals hier, de bovengrens van 21 maanden[_48a65c1e-50b6-4b70-b91a-ba4bcd91e10c] is overschreden een kortere beslistermijn passend is. Dit betekent dat de minister binnen een termijn van acht weken een besluit moet nemen, die begint op de dag na het bekendmaken van deze uitspraak.

Welke dwangsom legt de rechtbank op?

6. De rechtbank legt alleen een rechterlijke dwangsom op.[_1f81b3cb-8808-48c2-a814-c6ddb2c091bb]

7. De rechtbank bepaalt in deze zaak dat, als de minister niet binnen de door de rechtbank opgelegde termijn een besluit op de aanvraag neemt, de minister een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,-.[_4b602de1-bef1-4969-ab59-a9135b8e32d7]

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is kennelijk gegrond. Dat betekent dat eiseres gelijk krijgt en de minister acht weken de tijd krijgt om alsnog een besluit te nemen. Doet de minister dat niet, dan is hij aan eiseres een dwangsom verschuldigd.

9. De minister moet de door eiseres gemaakte proceskosten vergoeden. Deze kosten stelt de rechtbank vast op € 453,50.[_c05e1dd7-8bb1-4fa2-aaaf-6b1578f2b1c1]

Beslissing

De rechtbank:

  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit;
  • draagt de minister op om binnen acht weken na de dag van het bekendmaken van deze uitspraak alsnog een besluit op de aanvraag bekend te maken;
  • bepaalt dat de minister aan eiseres een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-;
  • veroordeelt de minister in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 453,50.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van

mr. B.A. Smit, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.