Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 4 september 2025

ECLI:NL:RBDHA:2025:16550Zaaknummer NL25.40742

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
4 september 2025
Publicatiedatum
8 september 2025
Zaaknummer
NL25.40742
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Voorlopige voorziening
Zittingsplaats
Arnhem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

spoedvovo, beëindiging tijdelijke bescherming, stopzetten bevriezingsmaatregel, ordermaatregel.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

  • schorst bij wijze van ordemaatregel het besluit van 19 augustus 2025;
  • bepaalt dat verzoekster niet mag worden uitgezet totdat uitspraak is gedaan op het verzoek om een voorlopige voorziening, verzoekster gedurende die tijd recht houdt op opvang en verstrekkingen en het verzoekster gedurende die periode toegestaan blijft werkzaamheden te verrichten zonder dat daarvoor een tewerkstellingsvergunning is vereist

Deze uitspraak is gedaan door mr. W. Loof, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. C.G.H. van der Holst, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [verzoekster], v-nummer: [nummer], verzoekster
  2. Procesverloop
  3. Beoordeling door de voorzieningenrechter
  4. Conclusie en gevolgen
  5. Beslissing

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.40742

uitspraak van de voorzieningenrechter van 4 september 2025 in de zaak tussen

[verzoekster], v-nummer: [nummer], verzoekster

(gemachtigde: mr. J.A. Neslo),

en

de minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop

1. De minister heeft bij besluit van 19 augustus 2025 een terugkeerbesluit aan verzoekster opgelegd. Verzoekster heeft hiertegen op 27 augustus 2025 beroep ingesteld[_1f722c55-a9f9-419f-a156-c5a93a453b54] en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.

1.1.

In verband met onverwijlde spoed is een zitting achterwege gebleven.[_c993ac7b-e264-4649-b02d-4fe67c7cce18]

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Na daartoe op 4 juni 2025 een voornemen te hebben uitgebracht, heeft de minister bij besluit van 19 augustus 2025 een terugkeerbesluit opgelegd aan verzoekster. Hiermee is vastgesteld dat verzoekster op dat moment niet (langer) rechtmatig in Nederland verbleef. Het gevolg van dit terugkeerbesluit is dat verzoekster moet terugkeren naar Zimbabwe en zij het grondgebied van de EU, EER en Zwitserland binnen vier weken moet verlaten. Doet verzoekster dat niet, kan zij worden verwijderd. Ook wordt verzoekster gesignaleerd in het Schengen Informatie Systeem. Hoewel verzoekster nu nog valt onder de zogenoemde bevriezingsmaatregel, stopt die maategel op 4 september 2025.[_46ad356d-8e79-4ac6-89c0-556c6b95c8fa] Omdat verzoekster geen beroepszaak heeft openstaan tegen de beëindiging van haar recht op tijdelijke bescherming onder Richtlijn 2001/55/EG[_7c41d56e-1ff2-43d9-a9b4-cb9a12e6eef2], heeft zij vanaf 4 september 2025 vier weken de tijd om de opvang en Nederland te verlaten en mag zij vanaf 4 september 2025 niet meer werken.

3. Verzoekster verzoekt de voorzieningenrechter de voorlopige voorziening te treffen dat de rechtsgevolgen van het terugkeerbesluit worden opgeschort tot dat op het beroep is beslist. Zij verzoekt de voorzieningenrechter zo snel mogelijk op dat verzoek te beslissen.

4. Omdat het niet mogelijk is om vóór 4 september 2025 een uitspraak te doen op het beroep en/of het verzoek om een voorlopige voorziening, terwijl daarna al rechtsgevolgen van het terugkeerbesluit van 19 augustus 2025 intreden, en om onomkeerbare gevolgen te voorkomen, ziet de voorzieningenrechter aanleiding om het terugkeerbesluit bij wijze van ordemaatregel te schorsen tot de einduitspraak. Een verdere beoordeling van het verzoek vergt namelijk nader onderzoek. Dat betekent concreet dat verzoekster niet mag worden uitgezet totdat uitspraak is gedaan op het verzoek om een voorlopige voorziening, zij gedurende die tijd recht houdt op opvang en verstrekkingen en het haar gedurende die periode toegestaan blijft werkzaamheden te verrichten zonder dat daarvoor een tewerkstellingsvergunning is vereist.

Conclusie en gevolgen

5. De voorzieningenrechter treft de ordemaatregel dat het besluit van 19 augustus 2025 wordt geschorst tot de einduitspraak. Een beslissing over de proceskosten volgt in de einduitspraak.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

  • schorst bij wijze van ordemaatregel het besluit van 19 augustus 2025;
  • bepaalt dat verzoekster niet mag worden uitgezet totdat uitspraak is gedaan op het verzoek om een voorlopige voorziening, verzoekster gedurende die tijd recht houdt op opvang en verstrekkingen en het verzoekster gedurende die periode toegestaan blijft werkzaamheden te verrichten zonder dat daarvoor een tewerkstellingsvergunning is vereist

Deze uitspraak is gedaan door mr. W. Loof, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. C.G.H. van der Holst, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.