Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 21 augustus 2025

ECLI:NL:RBDHA:2025:15691Zaaknummer AWB 25_16006

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
21 augustus 2025
Publicatiedatum
22 augustus 2025
Zaaknummer
AWB 25_16006
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Middelburg
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Terugkeerbesluit, inreisverbod, uitgewerkt, SIS-signalering, procesbelang. Beroep niet-ontvankelijk.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan op 21 augustus 2025 door mr. mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. S.D.C.J. Verheezen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [eiser], eiser
  2. Inleiding
  3. Beoordeling door de rechtbank
  4. Beslissing
  5. Informatie over verzet

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 25/16006

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser

V-nummer: [V-nummer]

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Inleiding

Bij besluit van 23 mei 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser een terugkeerbesluit opgelegd en een inreisverbod uitgevaardigd voor de duur van twee jaar.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Uit ambtshalve verkregen informatie is gebleken dat de gemachtigde van eiser, die voor hem dit beroep heeft ingesteld, sinds december 2022 niet meer als advocaat werkzaam is. Er heeft zich geen andere gemachtigde voor eiser gemeld.

Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

1. Eiser is geboren op [datum] 1975 en heeft de Servische nationaliteit.

2. Bij het bestreden besluit is aan eiser een terugkeerbesluit opgelegd met een vertrektermijn van nul dagen. Daarnaast is aan eiser een inreisverbod opgelegd voor de duur van twee jaren.

3. Uit de informatie van verweerder van 22 februari 2024 en 8 augustus 2025 blijkt dat eiser op 27 juni 2022 Nederland is uitgezet naar Servië en dat het inreisverbod is vervallen op 27 juni 2024. Ook is eiser niet langer gesignaleerd in het SIS-systeem.

4. De rechtbank stelt vast dat met de uitzetting van eiser het terugkeerbesluit is uitgewerkt. Uit vaste rechtspraak[_81a8dd5a-95e5-4b62-a94e-5e4ac4d61f34] van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) volgt dat het procesbelang bij een uitspraak op het beroep tegen een uitgewerkt terugkeerbesluit gelegen kan zijn in de mogelijkheid dat het terugkeerbesluit in de toekomst ook ten grondslag zal worden gelegd aan een inreisverbod. In het geval van eiser is ook een inreisverbod uitgevaardigd. Toch is de rechtbank van oordeel dat eiser in dit geval geen procesbelang heeft bij de beoordeling van zijn beroep tegen het terugkeerbesluit en het inreisverbod, omdat uit de informatie van verweerder blijkt dat het inreisverbod van rechtswege is komen te vervallen. Als gevolg hiervan kan eiser door de beoordeling van zijn beroep tegen de oplegging van het inreisverbod niet in een materieel gunstigere positie komen. Met het vervallen van het inreisverbod is ook de SIS-signalering per 26 juni 2024 komen te vervallen, zoals ook volgt uit de informatie van verweerder.

5. De rechtbank is dan ook van oordeel dat eiser geen procesbelang meer heeft bij de beoordeling van het terugkeerbesluit en het inreisverbod. Om die reden verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan op 21 augustus 2025 door mr. mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. S.D.C.J. Verheezen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.