Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 8 augustus 2025

ECLI:NL:RBDHA:2025:14942Zaaknummer NL25.18021

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
8 augustus 2025
Publicatiedatum
12 augustus 2025
Zaaknummer
NL25.18021
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Arnhem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

beroep, griffierecht niet betaald, niet-ontvankelijk.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. I.A.M. van Boetzelaer - Gulyas, rechter, in aanwezigheid van F. Metz, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Inleiding
  2. Beoordeling door de rechtbank
  3. Conclusie en gevolgen
  4. Beslissing

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.18021

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 augustus 2025 in de zaak tussen

[eiseres 1], v-nummer [nummer 1],

[eiser 1], v-nummer [nummer 2],

[eiser 2], v-nummer [nummer 3],

[eiseres 2], v-nummer [nummer 4],

[eiser 3], v-nummer [nummer 5],

[eiser 4], v-nummer [nummer 6],

eisers

(gemachtigde: mr. I. Petkovski),

en

de minister van Asiel en Migratie.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eisers hebben ingesteld, omdat de minister de aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van ‘familie en gezin’, bij referent [eiser 4], heeft afgewezen.

1.1.

De rechtbank doet uitspraak zonder zitting.[_259f5a2f-6df9-49d4-afc7-5718d8affd07]

Beoordeling door de rechtbank

2. Iemand die beroep instelt, moet griffierecht betalen. De griffier van de rechtbank stelt een termijn vast waarbinnen het griffierecht betaald moet worden.[_df7a2150-ba7b-4b3b-8212-c77b8c5b30b8] Het hele bedrag moet binnen die termijn zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of contant zijn betaald op de griffie van de rechtbank. Wanneer iemand het griffierecht niet of niet op tijd betaalt, kan de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaren. Een niet-ontvankelijkverklaring van het beroep laat de rechtbank achterwege als zij het niet (op tijd) betalen van het griffierecht verontschuldigbaar vindt. In dat geval bestaat er namelijk een goede reden waarom iemand het griffierecht niet (op tijd) heeft betaald.

Is er een betalingstermijn gegeven voor het betalen van griffierecht?

3. Op 23 april 2025 heeft de griffier eisers voor de eerste keer gewezen op de verplichting om griffierecht te betalen via de nota griffierecht. Eisers hebben vervolgens niet binnen de in de nota gegeven termijn van twee weken het griffierecht voldaan. Met de aangetekende brief van 22 mei 2025 heeft de griffier eisers eraan herinnerd dat zij nog griffierecht verschuldigd zijn. Eisers zijn in de gelegenheid gesteld om binnen twee weken na dagtekenen van deze brief het griffierecht alsnog te betalen. Daarbij heeft de griffier vermeld dat als het griffierecht niet (binnen de betalingstermijn) wordt betaald, eisers het risico lopen dat hun beroep door de rechtbank niet-ontvankelijk wordt verklaard. Bovendien staat in die brief duidelijk vermeld dat dit de laatste betalingsmogelijkheid is voor de betaling van het griffierecht.

4. In de aangetekende brief van 22 mei 2025 staat het adres van gemachtigde. Uit het afleverbewijs van PostNL blijkt dat de brief op 28 mei 2025 is bezorgd[_c2009320-9177-4c08-bd56-820b62d65172] bij een PostNL-punt en op 29 mei 2025 is afgehaald. Er is voor ontvangst van de brief getekend.

Hebben eisers het griffierecht betaald?

5. Uit de administratie van de rechtbank blijkt dat eisers het griffierecht niet hebben voldaan. Eisers hebben ook geen reden gegeven waarom zij het griffierecht niet kunnen betalen aan de rechtbank. De rechtbank vindt het niet betalen van het griffierecht daarom niet verontschuldigbaar.

Conclusie en gevolgen

6. Omdat eisers het griffierecht niet hebben betaald en daar geen reden voor hebben gegeven, is het beroep niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. I.A.M. van Boetzelaer - Gulyas, rechter, in aanwezigheid van F. Metz, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.