Uitspraak · Bestuursrecht

Rechtbank Den Haag, 3 juli 2025

ECLI:NL:RBDHA:2025:11575Zaaknummer 25/3266

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
3 juli 2025
Publicatiedatum
10 juli 2025
Zaaknummer
25/3266
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verzoek om een voorlopige voorziening. Geen spoedeisend belang meer nadat de vergunninghouder afstand heeft gedaan van zijn standplaats.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C.W. Griffioen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A. Badermann, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 3 juli 2025.

griffiervoorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker
  2. Procesverloop
  3. Beoordeling door de voorzieningenrechter
  4. Beslissing
  5. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht

zaaknummer: SGR 25/3266

uitspraak van de voorzieningenrechter van 3 juli 2025 in de zaak tussen

[verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker

en

het collega van burgemeester en wethouders van Zoetermeer, verweerder

(gemachtigde: mr. P.J.M. de Haan).

Procesverloop

1. Met het bestreden besluit van 23 april 2025, gepubliceerd in het Gemeenteblad op 25 april 2025, heeft verweerder een standplaatsvergunning verleend op [straatnaam] in Zoetermeer. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.

1.1.

Verweerder heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift.

1.2.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 19 juni 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van verweerder, vergezeld door [naam 1] en [naam 2].

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) alleen een voorlopige voorziening als “onverwijlde spoed” dat vereist.

3. De vergunninghouder heeft zich op 17 mei 2025 desgevraagd gesteld als derde belanghebbende bij de procedure. Bij e-mail van 18 juni 2025 geeft de vergunninghouder aan dat hij toch af ziet van deelname aan de procedure. Daarbij geeft hij ook aan dat hij afstand doet van de standplaats op [straatnaam].

4. Verzoeker reageert bij e-mail van 18 juni 2025 dat de door hem ervaren overlast feitelijk is beëindigd. Daarbij verzoekt verzoeker onder meer om verweerder te veroordelen in de door hem gemaakte proceskosten.

5. Verweerder heeft ter zitting bevestigd dat er een verzoek tot intrekking van de standplaatsvergunning is ontvangen en dat dit verzoek zal worden ingewilligd. De vergunninghouder zal zijn standplaats dus niet meer innemen. Daarmee komt de voorzieningenrechter tot de conclusie dat er geen enkel spoedeisend belang meer is bij de gevraagde voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af. Daarmee komt de voorzieningenrechter niet toe aan de andere verzoeken van verzoeker uit zijn e-mail van 18 juni 2025.

6. Voor vergoeding van het griffierecht bestaat geen aanleiding omdat er geen sprake is van tegemoet komen door verweerder.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C.W. Griffioen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A. Badermann, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 3 juli 2025.

griffiervoorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.