Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 28 mei 2025

ECLI:NL:RBDHA:2025:10500Zaaknummer NL24.42693

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
28 mei 2025
Publicatiedatum
17 juni 2025
Zaaknummer
NL24.42693
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Beroep gericht tegen het afwijzen van de asielaanvraag van eiser. Eiser is met onbekende bestemming vertrokken en hierna niet meer verschenen. Beroep niet-ontvankelijk, aangezien eiser geen procesbelang heeft bij het beroep. Hij stelt kennelijk geen prijs meer op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming in Nederland.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Eversteijn, rechter, in aanwezigheid van L.M. Kalkman, griffier.

2 ECLI:NL:RVS:2024:2662.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

28 mei 2025

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Procesverloop
  2. Overwegingen
  3. Beslissing
  4. Bent u het niet eens met deze uitspraak?

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: NL24.42693

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], V-nummer: [V-nummer], eiser (gemachtigde: mr. E.H. Bokhorst),

en

de Minister van Asiel en Migratie, de minister.

Procesverloop

Bij besluit van 22 oktober 2024 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel afgewezen als kennelijk ongegrond. Voorts is besloten dat eiser geen verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd en geen uitstel van vertrek om medische redenen krijgt. Tot slot heeft de minister aan eiser een terugkeerbesluit opgelegd.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit op 31 oktober 2024 beroep ingesteld.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is.1

2. De rechtbank ziet zich allereerst voor de vraag gesteld of eiser procesbelang heeft bij het beroep. In zijn brief van 19 november 2024 heeft de minister naar voren gebracht dat eiser op 13 november 2024 met onbekende bestemming (MOB) is vertrokken. De gemachtigde van eiser heeft de rechtbank daarop op 6 december 2024 laten weten dat hij daarmee niet bekend was en nog niet zo lang geleden contact met hem heeft gehad over de beroepsprocedure. Ook liet hij weten dat hij, naar aanleiding van de MOB-melding, heeft getracht in contact te komen met eiser, maar dat dit niet meer lukt.

3. Op basis van de stukken in het dossier stelt de rechtbank vast dat eiser op 13 november 2024 met onbekende bestemming is vertrokken en hierna niet meer is verschenen.

1. Op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

4. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS), onder meer van 1 juli 20242, blijkt dat als de vreemdeling met onbekende bestemming is vertrokken zonder contact te onderhouden met zijn gemachtigde wordt geconcludeerd dat hij kennelijk geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming in Nederland. In dat geval heeft de vreemdeling geen rechtens te beschermen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van het ingestelde beroep, aldus de ABRvS.

5. Gelet op het voorgaande is het beroep van eiser niet-ontvankelijk.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Eversteijn, rechter, in aanwezigheid van L.M. Kalkman, griffier.

2 ECLI:NL:RVS:2024:2662.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

28 mei 2025

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Deze uitspraak verwijst naar

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.