Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 5 juni 2024

ECLI:NL:RBDHA:2024:9437Zaaknummer NL24.7266

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
5 juni 2024
Publicatiedatum
20 juni 2024
Zaaknummer
NL24.7266
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Middelburg
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

BNT, asiel, artikel 42 zesde lid Vw, WBV 2022/22, ingebrekestelling prematuur, beroep niet-ontvankelijk

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [eiser] , eiser
  2. Inleiding
  3. Overwegingen
  4. Beslissing

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL24.7266

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. B.J. Riesebos),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Inleiding

Eiser heeft op 26 februari 2024 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag.

De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb[_16fb072a-2161-47de-92c1-5e1200be2a95] uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb wordt voor de toepassing

van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep het niet tijdig nemen van een besluit

met een besluit gelijkgesteld. In artikel 6:12, tweede lid, van de Awb is bepaald dat het

beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een

besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling

door het bestuursorgaan is ontvangen.

2. Eiser heeft op 26 augustus 2022 een asielaanvraag ingediend. De staatssecretaris heeft in eerste instantie onderzocht of de aanvraag niet in behandeling dient te worden genomen, omdat hij vermoedde dat Duitsland verantwoordelijk was voor de aanvraag. Op 1 december 2022 heeft de staatssecretaris eiser bericht dat zijn aanvraag (in beginsel) alsnog behandeld zal worden in de nationale procedure, nadat Duitsland het terugnameverzoek heeft afgewezen.

3. Uit artikel 42, zesde lid van de Vw[_33120e41-33c6-4516-993a-3ca4c40b7e00] volgt dat de staatssecretaris vanaf die datum verantwoordelijk is geworden voor de behandeling van de asielaanvraag. De wettelijke beslistermijn van zes maanden zou in het geval van eiser op 1 juni 2023 eindigen. De staatssecretaris heeft met de inwerkingtreding van WBV 2022/22[_7f667aa5-13fa-450e-ad5e-7f09a56442f2] de beslistermijn met ingang van 27 september 2022 verlengd met negen maanden, waardoor deze voor eiser pas op 1 maart 2024 is geëindigd. Deze rechtbank en zittingsplaats heeft in haar uitspraken van 21 maart 2023[_447e46dd-3fec-400c-9c04-af69a61b394b] geoordeeld dat deze verlenging rechtsgeldig is. De rechtbank ziet geen reden om in deze zaak van dit oordeel af te wijken. De omstandigheid dat de Afdeling[_bb58f8b3-980d-4d20-9558-87354f20ed78] prejudiciële vragen heeft gesteld[_8d49f0db-8375-4f16-ba1d-27cbeba140ae] aan het Hof[_7c30b259-e594-4961-a5a2-820cc9a5de6b], vormt geen aanleiding om de zaak aan te houden tot het Hof die vragen heeft beantwoord.

4. Eiser heeft de staatssecretaris op 5 december 2023 schriftelijk in gebreke gesteld. Op dat moment was de beslistermijn nog niet verstreken. De ingebrekestelling is dus te vroeg ingediend. Daarom is het beroep van eiser tegen het uitblijven van een besluit op zijn asielaanvraag niet-ontvankelijk.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.C.J. van Dooijeweert, rechter, in aanwezigheid van N.A. D’Hoore, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.