Uitspraak · Bestuursrecht

Rechtbank Den Haag, 3 januari 2024

ECLI:NL:RBDHA:2024:616Zaaknummer SGR 23/4913

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
3 januari 2024
Publicatiedatum
23 januari 2024
Zaaknummer
SGR 23/4913
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Beroep NTB. Bestuursrechter onbevoegd.

Beslissing

De bestuursrechter verklaart zich onbevoegd.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Kleijn, rechter, in aanwezigheid van

mr. B.D.A. Mantingh, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op

3 januari 2024.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [eiser] , uit [woonplaats] , eiser
  2. Inleiding
  3. Beoordeling door de rechtbank
  4. Beslissing
  5. Informatie over hoger beroep

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht

zaaknummer: SGR 23/4913

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 januari 2024 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

en

de minister van Financiën

(gemachtigde: mr. [naam]).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het niet tijdig beslissen op zijn verzoek om schadevergoeding van 23 juni 2021.

1.1.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

1.2.

De rechtbank doet uitspraak zonder zitting omdat partijen een zitting niet nodig hebben geacht.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?

2. Op 23 juni 2021 heeft eiser bij verweerder een schadeverzoek ingediend omdat hij ten onrechte door de Belastingdienst op de Fraude Signalering Voorziening (FSV) zou zijn geplaatst. Daardoor was het voor het bedrijf [bedrijfsnaam] B.V., waar eiser directeur van is, niet mogelijk om een btw-identificatienummer aan te vragen. Eiser stelt dat als gevolg daarvan de B.V. aanzienlijke omzetderving heeft gehad, waarvan de schade wordt geschat op circa € 500.000,-. Eiser zelf verzoekt om een schadevergoeding van € 10.704,-.

3. Bij brief van 2 september 2021 heeft eiser verweerder aan het schadeverzoek herinnerd. Verweerder heeft de brief opgevat en aangemerkt als een ingebrekestelling. Daarna heeft meermaals telefonisch contact tussen partijen plaatsgevonden. Omdat vervolgens een verdere reactie uitbleef, heeft eiser op 7 juli 2023 verzoekschriften ingediend bij de sector Kanton van deze rechtbank. Bij vonnis van 14 juli 2023 heeft de kantonrechter de zaak doorverwezen naar de bestuursrechter.

Het oordeel van de rechtbank

4. De bestuursrechter is onbevoegd om van het beroep kennis te nemen.

5. De reactie van verweerder die eiser met deze procedure probeert te verkrijgen is geen besluit in de zin van het bestuursrecht.[_30ff938c-10b7-46a8-bc6f-e4c05e3f2f63] Dit omdat het verzoek om schadevergoeding van eiser op grond van artikel 82 AVG, voor zover de bestuursrechter dat kan beoordelen, geen verband houdt met een besluit op grond van artikel 15 tot en met 22 van de AVG.[_c6d7e0b4-6b90-4588-85c9-995db328bbc7] Daaronder valt bijvoorbeeld een besluit op een verzoek om inzage in de persoonsgegevens, of een besluit op een verzoek om beperking van de verwerking van persoonsgegevens. Alleen een besluit op basis van een van die artikelen kwalificeert als een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb.[_e29cdb42-ebb8-49e6-a915-07508dfa201f] Daarbij komt dat eiser in dit geval überhaupt niet de vrije keuze heeft om zijn verzoek tot schadevergoeding aan de bestuursrechter voor te leggen.[_c32cc6fc-2212-49f9-83c5-3da1923ef50c] De weg naar de bestuursrechter is wettelijk uitgesloten als er sprake is van een onrechtmatig besluit afkomstig van de Belastingdienst.[_f8738210-9600-4ba1-a765-50a76a3c482c]

6. Dat bij vonnis van de kantonrechter van 14 juli 2023 de zaak is doorverwezen naar de bestuursrechter omdat eiser zijn verzoek heeft ingestoken als een beroep tegen het overschrijden van de beslistermijnen door verweerder, en daarbij heeft verwezen naar bepalingen uit de Awb, maakt dat niet anders.

7. Omdat de bestuursrechter onbevoegd is, krijgt eiser het door hem betaalde griffierecht terug. Dit is vanwege de voorlopige vrijstelling van het griffierecht al geëffectueerd.

8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De bestuursrechter verklaart zich onbevoegd.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Kleijn, rechter, in aanwezigheid van

mr. B.D.A. Mantingh, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op

3 januari 2024.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.