Uitspraak · Bestuursrecht

Rechtbank Den Haag, 27 maart 2024

ECLI:NL:RBDHA:2024:4412Zaaknummer 23/2689 en 23/2706

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
27 maart 2024
Publicatiedatum
10 april 2024
Zaaknummer
23/2689 en 23/2706
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Voorlopige voorziening
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

PKV na intrekking VOVO. Verweerder heeft openbaarmaking documenten opgeschort tot zes weken nadat op het beroep is beslist. Verzoek om PKV toegewezen. Twee verzoekers, één punt toegekend omdat sprake is van samenhangende zaken.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeksters tot een bedrag van € 875,-;

- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 365,- aan verzoeksters te vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Kleijn, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E. van den Nieuwendijk, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 27 maart 2024.

griffiervoorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Inleiding
  2. Beoordeling door de voorzieningenrechter
  3. Beslissing
  4. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht

zaaknummers: SGR 23/2689 en 23/2706

uitspraak van de voorzieningenrechter van 27 maart 2024 in de zaken tussen

[verzoekster 1] B.V., gevestigd in [vestigingsplaats],

(gemachtigden: mr. J.G. Geertsma en mr. O.S. Pluimer),

[verzoekster 2] Co Ltd, gevestigd in China, (gemachtigden: mr. J.G. Geertsma en mr. O.S. Pluimer),

samen aan te duiden als verzoeksters

en

de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder

(gemachtigden: mr. S. van der Waal en mr. N.M. Versteege).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de voorzieningenrechter de verzoeken van verzoeksters om een veroordeling van verweerder in de proceskosten. Verzoeksters hebben dit verzoek gedaan bij de intrekking van hun verzoek om een voorlopige voorziening tegen de besluiten van verweerder van 28 februari 2023, waarin is besloten tot (gedeeltelijke) openbaarmaking van documenten die betrekking hebben op verzoeksters.

1.1.

Nadat verweerder bij brief van 7 februari 2024 heeft medegedeeld de werking van deze besluiten (de openbaarmaking) op te schorten tot zes weken nadat op het beroep is beslist, hebben verzoeksters op 19 februari 2024 hun verzoeken ingetrokken en de voorzieningenrechter gelijktijdig gevraagd om verweerder te veroordelen in de proceskosten.

1.2.

Verweerder heeft gereageerd op het verzoek om hem te veroordelen in de proceskosten.

1.3.

De voorzieningenrechter doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.[_5af28747-ace5-4be0-aa06-a1e69b845b81]

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken toe. Hij legt hierna uit hoe hij tot dit oordeel is gekomen.

3. Als een verzoek om voorlopige voorziening wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het verzoekschrift is tegemoet gekomen, kan de voorzieningenrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.[_cce00f1e-33be-4af0-865f-efb427ea28a2]

4. Naar aanleiding van de uitspraak van de meervoudige kamer van rechtbank MiddenNederland van 14 september 2023,[_42ff5d6e-5117-4677-975d-93a054691345] heeft verweerder te kennen gegeven dat deze uitspraak gevolgen heeft voor de bestreden beslissingen. Zij heeft de (gedeeltelijke) openbaarmaking van de documenten met betrekking tot verzoeksters daarom opgeschort tot zes weken nadat op het beroep is beslist. Verweerder is daarmee tegemoetgekomen aan het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeksters.

5. Verweerder heeft in reactie op het verzoek om een proceskostenveroordeling laten weten bereid te zijn de door verzoeksters gemaakte proceskosten te vergoeden. Daarbij dient volgens verweerder 1 punt toegekend te worden, omdat het om samenhangende zaken gaat. De rechtbank volgt dit standpunt. De rechtbank zal verweerder daarom op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht veroordelen in de proceskosten tot een bedrag van € 875,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift, met een wegingsfactor 1).

6. Tevens heeft verweerder laten weten bereid te zijn het door verzoeksters betaalde griffierecht te vergoeden. Vanwege de onderlinge samenhang tussen beide zaken is door de rechtbank slechts één keer het griffierecht van € 365,- geheven. Dit bedrag moet verweerder aan verzoeksters terugbetalen.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeksters tot een bedrag van € 875,-;

- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 365,- aan verzoeksters te vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Kleijn, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E. van den Nieuwendijk, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 27 maart 2024.

griffiervoorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.