Uitspraak · Vreemdelingenrecht
Rechtbank Den Haag, 5 maart 2024
ECLI:NL:RBDHA:2024:3115Zaaknummer NL23.40438
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 5 maart 2024
- Publicatiedatum
- 11 maart 2024
- Zaaknummer
- NL23.40438
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
mondelinge uitspraak, bestaansmarginalisering, artikel 64, ongegrond
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Overwegingen
1. Eiser heeft aangevoerd dat hij vreest voor bestaansmarginalisering in het land van herkomst. Die is echter geen asielrelevante grond.
2. Verder stelt eiser dat hij medische behandeling nodig heeft, maar deze stelling heeft hij niet onderbouwd. Nergens blijkt uit dat hij medisch moet worden behandeld of op dit moment wordt behandeld. Verweerder heeft daarom terecht geen toepassing gegeven aan het bepaalde in artikel 64 van de Vreemdelingenwet 2000.
3. Eisers aanvraag is door verweerder terecht afgewezen. Het beroep is ongegrond.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 1 maart 2024 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Constant, griffier, en geanonimiseerd gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.40438
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiser] , eiser
V-nummer: [V-nr.]
(gemachtigde: mr. R.C. van den Berg),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. G.T. Cambier).
Procesverloop Bij besluit van 22 december 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser afgewezen als kennelijk ongegrond.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 1 maart 2024 op zitting behandeld in Breda. Eiser is, na mondelinge afmelding direct voorafgaand aan de zitting, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Overwegingen
1. Eiser heeft aangevoerd dat hij vreest voor bestaansmarginalisering in het land van herkomst. Die is echter geen asielrelevante grond.
2. Verder stelt eiser dat hij medische behandeling nodig heeft, maar deze stelling heeft hij niet onderbouwd. Nergens blijkt uit dat hij medisch moet worden behandeld of op dit moment wordt behandeld. Verweerder heeft daarom terecht geen toepassing gegeven aan het bepaalde in artikel 64 van de Vreemdelingenwet 2000.
3. Eisers aanvraag is door verweerder terecht afgewezen. Het beroep is ongegrond.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 1 maart 2024 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Constant, griffier, en geanonimiseerd gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.