Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 5 maart 2024

ECLI:NL:RBDHA:2024:2913Zaaknummer NL24.1099

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
5 maart 2024
Publicatiedatum
8 maart 2024
Zaaknummer
NL24.1099
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Dublin Duitsland. Eiser is overgedragen en de gemachtigde heeft sindsdien geen contact meer met eiser. Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C.W. Griffioen, rechter, in aanwezigheid van mr. J.R. Froma, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [eiser] , eiser
  2. Procesverloop
  3. Overwegingen
  4. Conclusie
  5. Beslissing

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht

zaaknummer: NL24.1099

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser

V-nummer: [v-nummer]

(gemachtigde: mr. F. Boone),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. K. Kana).

Procesverloop

1. Bij besluit van 8 januari 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder bepaald dat eiser zal worden overgedragen aan Duitsland, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielverzoek.

1.1

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

1.2.

De rechtbank heeft het beroep op 20 februari 2024 op zitting behandeld. Eiser en zijn gemachtigde zijn, met bericht vooraf, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

2. Eiser is op 29 januari 2024 overgedragen aan Duitsland. De rechtbank heeft op 15 februari 2024 de gemachtigde van eiser gevraagd of hij nog contact heeft gehad met eiser. De gemachtigde heeft op dezelfde dag laten weten dat dit sinds de overdracht niet meer het geval was. De rechtbank ziet zich daarom allereerst voor de vraag gesteld of eiser nog procesbelang heeft.

3. Naar het oordeel van de rechtbank is dit niet het geval. Nu eiser geen contact meer heeft met zijn gemachtigde, concludeert de rechtbank dat hij kennelijk geen prijs meer stelt op de inhoudelijk behandeling van zijn beroep.

Conclusie

4. Het beroep is niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C.W. Griffioen, rechter, in aanwezigheid van mr. J.R. Froma, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.