Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Den Haag, 30 oktober 2024

ECLI:NL:RBDHA:2024:23594Zaaknummer C/09/671494 / FA RK 24-6091

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
30 oktober 2024
Publicatiedatum
23 mei 2025
Zaaknummer
C/09/671494 / FA RK 24-6091
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

verzoek vervangende toestemming school afgewezen.

De rechtbank:

wijst het verzoek van de moeder af.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.M. van der Vliet, (kinder)rechter, bijgestaan door mr. A.M. Lokhorst als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 30 oktober 2024.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Gezagsuitoefening
  2. Procedure
  3. Feiten
  4. Verzoek en verweer
  5. Beoordeling
  6. Beslissing

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige Kamer

Rekestnummer: FA RK 24-6091

Zaaknummer: C/09/671494

Datum beschikking: 30 oktober 2024

Gezagsuitoefening

Beschikking op het op 22 augustus 2024 ingekomen verzoek van:

[de moeder],

de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. J.G. Schnoor te Den Haag.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader],

de vader,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

 het verzoekschrift;

 het F9-formulier met bijlagen van 28 augustus 2024 van de moeder;

 het F9-formulier met bijlagen van 24 september 2024 van de moeder.

Op 2 oktober 2024 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:

 de moeder, bijgestaan door haar advocaat en tolk P. Barry;

 de vader;

 [naam 1] en [naam 2] namens de Raad voor de Kinderbescherming.

Feiten

 Partijen zijn met elkaar gehuwd geweest van [dag 1] 2012 tot [dag 2] 2020.

 Zij zijn de ouders van de minderjarige [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2013 te [geboorteplaats].

 De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over [de minderjarige] uit.

 [de minderjarige] heeft haar hoofdverblijfplaats bij de moeder.

 De moeder heeft de Griekse nationaliteit en de vader heeft de Nederlandse nationaliteit.

Verzoek en verweer

De moeder verzoekt aan haar vervangende toestemming te verlenen om [de minderjarige] in te schrijven op de [schoolinstituut] of [plaats].

De vader voert verweer, dat hierna - voor zover nodig - zal worden besproken.

Beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht

Nu [de minderjarige] haar gewone verblijfplaats in Nederland heeft, heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht om naar Nederlands recht op het verzoek te beslissen.

Wettelijk kader

Krachtens artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek kunnen, in geval van gezamenlijke uitoefening van het gezag, geschillen hieromtrent op verzoek van de ouders of van één van hen aan de rechtbank worden voorgelegd. De rechtbank neemt een zodanige beslissing als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt.

Onderbouwing verzoek moeder

De moeder bezit de Griekse nationaliteit en praat vooral Engels met [de minderjarige]. Gelet op haar taal en onbekendheid met het Nederlandse systeem, kan de moeder [de minderjarige] niet goed helpen met haar huiswerk en andere zaken die verband houden met school. In de visie van de moeder blijft [de minderjarige] daarom achter in haar ontwikkeling. Zij vindt het daarom in het belang van [de minderjarige] dat zij naar een internationale school zal gaan. Hierbij benadrukt de moeder dat het preadvies dat [de minderjarige] heeft ontvangen een vmbo-basis of vmbo-kader advies betreft. Volgens de moeder is dit onder het niveau van [de minderjarige]. De moeder verwacht dat de internationale school het niveau van [de minderjarige] kan opkrikken.

De vader voert gemotiveerd verweer.

Oordeel van de rechtbank

Ter zitting is gebleken dat de moeder [de minderjarige] per direct op de internationale school wil plaatsen. [de minderjarige] zit momenteel in groep 8. Met de vader en de Raad is de rechtbank van oordeel dat dit laatste jaar op de basisschool een cruciaal jaar voor [de minderjarige] vormt. Het is de rechtbank ook niet gebleken dat [de minderjarige] het niet goed doet op haar huidige school. Integendeel, uit de overgelegde stukken blijkt juist dat het momenteel goed met haar gaat en dat de school groei ziet in haar ontwikkeling. De rechtbank leidt uit de stellingen van de moeder af dat zij zich met name zorgen maakt over het vmbo preadvies dat [de minderjarige] heeft ontvangen. Of [de minderjarige] naar het vmbo zal gaan, en zo ja op welke school, is een vraag die volgend jaar speelt. Als de moeder [de minderjarige] niet goed kan helpen bij het Nederlandse onderwijs en zij het wenselijk zou vinden dat [de minderjarige] extra ondersteuning krijgt, dan zijn daar andere oplossingen voor, zoals bijvoorbeeld bijles van een externe begeleider.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank het in het belang van [de minderjarige] dat zij op haar huidige basisschool blijft en zal zij het verzoek van de moeder afwijzen.

Beslissing

De rechtbank:

wijst het verzoek van de moeder af.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.M. van der Vliet, (kinder)rechter, bijgestaan door mr. A.M. Lokhorst als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 30 oktober 2024.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.