Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 15 november 2024

ECLI:NL:RBDHA:2024:22798Zaaknummer NL24.29494

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
15 november 2024
Publicatiedatum
23 januari 2025
Zaaknummer
NL24.29494
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Beroep niet-tijdig, Proceskosten, De minister heeft gereageerd, Bepaalt dat de minister het door verzoeker betaalde griffierecht vergoedt, Veroordeelt de minister in de proceskosten.

De rechtbank:

  • bepaalt dat verweerder het door verzoeker betaalde griffierecht van € 187,- vergoedt;
  • veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 437,50.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.G.M. van Veen, rechter, in aanwezigheid van D.D. Bijlhout, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

15 november 2024

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Procesverloop
  2. Beslissing
  3. Bent u het niet eens met deze uitspraak?

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: NL24.29494

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[verzoeker], V-nummer: [V-nummer], verzoeker

(gemachtigde: mr. B.A. Palm),

en

de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoeker om vergoeding van zijn proceskosten. De minister heeft gereageerd op dit verzoek.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is.1

2. De rechtbank kan een partij de proceskosten van de tegenpartij laten betalen.2

3. Verzoeker is op 24 juli 2024 in beroep gegaan, omdat verweerder niet tijdig heeft beslist op zijn bezwaarschrift. Op 1 augustus 2024 heeft de minister alsnog een beslissing genomen op zijn bezwaarschrift. Verzoekster heeft daarna het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit ingetrokken en daarbij de rechtbank verzocht om verweerder te veroordelen in de proceskosten.

4. De rechtbank stelt vast dat de minister aan verzoeker tegemoet is gekomen door hangende het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit alsnog een besluit op de aanvraag te nemen. De rechtbank veroordeelt de minister daarom in de door verzoeker gemaakte proceskosten.

5. De rechtbank stelt de proceskosten van eiser die verweerder moet betalen vast op € 437,50. De rechtbank hanteert een wegingsfactor 0,5 omdat deze zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. Toegekend wordt € 437,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift,

1. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

2 Op grond van artikel 8:75 en 8:75a van de Awb en Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).

met een waarde per punt van € 875,- en een wegingsfactor 0,5). Ook moet de minister het door verzoeker betaalde griffierecht vergoeden.

Beslissing

De rechtbank:

  • bepaalt dat verweerder het door verzoeker betaalde griffierecht van € 187,- vergoedt;
  • veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 437,50.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.G.M. van Veen, rechter, in aanwezigheid van D.D. Bijlhout, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

15 november 2024

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.