Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 24 december 2024

ECLI:NL:RBDHA:2024:22164Zaaknummer NL24.43883

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
24 december 2024
Publicatiedatum
30 december 2024
Zaaknummer
NL24.43883
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Voorlopige voorziening
Zittingsplaats
Arnhem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

vovo hangende bezwaar; geen griffierecht betaald; niet-ontvankelijk

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. W.P.C.G. Derksen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. G.T.J. Kouwenberg, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [verzoeker], v-nummer: [nummer], verzoeker
  2. Inleiding
  3. Beoordeling door de voorzieningenrechter
  4. Beslissing

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummer: NL24.43883

uitspraak van de voorzieningenrechter van 24 december 2024 in de zaak tussen

[verzoeker], v-nummer: [nummer], verzoeker

(gemachtigde: mr. I. Özkara)

en

de minister van Asiel en Migratie.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de voorzieningenrechter de ontvankelijkheid van het verzoek om voorlopige voorziening van verzoeker hangende zijn bezwaar tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor het verrichten van arbeid als zelfstandige.

1.1.

De voorzieningenrechter nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is.[_2e2c4612-9b31-4248-92bc-19b31903d7bc]

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. De indiener van een verzoek om voorlopige voorziening moet griffierecht betalen. De voorzieningenrechter verklaart dit verzoek niet-ontvankelijk als het bedrag niet binnen de gestelde termijn is betaald, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.[_c529bc20-bcaf-4638-85cf-1b50408cd1f1]

3. De griffier heeft verzoeker op 13 november 2024 bij aangetekende brief in de gelegenheid gesteld om uiterlijk twee weken na deze datum het griffierecht te betalen. Gelet op de bezorggegevens van PostNL, is deze aangetekende brief op 15 november 2024 bezorgd bij het kantoor van de gemachtigde van verzoeker. Vanaf dat moment was verzoeker op de hoogte van het bedrag dat hij aan griffierecht moest betalen, dat hij dit bedrag uiterlijk op 27 november 2024 moest betalen, en dat, als hij niet (binnen de betalingstermijn) betaalt, hij het risico loopt dat het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wordt verklaard. De voorzieningenrechter stelt op basis van de financiële administratie van de rechtbank vast dat verzoeker het griffierecht niet (binnen de gestelde betalingstermijn) heeft voldaan. Verzoeker heeft geen reden opgegeven voor het niet (op tijd) betalen van het griffierecht aan de rechtbank. Daarom vindt de voorzieningenrechter het niet (op tijd) betalen van het griffierecht niet verontschuldigbaar. Het verzoek om voorlopige voorziening is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. W.P.C.G. Derksen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. G.T.J. Kouwenberg, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.