Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 10 december 2024

ECLI:NL:RBDHA:2024:20814Zaaknummer NL24.47726

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
10 december 2024
Publicatiedatum
12 december 2024
Zaaknummer
NL24.47726
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Middelburg
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Kennisgeving bewaring, beroep ingetrokken, ambtshalve periodieke toetsing rechtbank, beroep ongegrond.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [eiser] , eiser
  2. Procesverloop
  3. Overwegingen
  4. Beslissing

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL24.47726

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. S.C. van Paridon),

en

de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Verweerder heeft op 21 maart 2024 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.

Verweerder heeft de rechtbank op 2 december 2024 door middel van een kennisgeving van de voortduring van de bewaring in kennis gesteld. Deze kennisgeving wordt gelijkgesteld met een door eiser ingesteld beroep.[_e6aeba43-4cf3-4762-b92a-c2e357b93e80]

Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop niet gereageerd.

Op 6 december 2024 heeft eiser het beroep ingetrokken. Op 9 december 2024 is intrekking van het beroep door de rechtbank bevestigd en de zaak afgesloten.

Op diezelfde datum is een bericht aan het digitale dossier toegevoegd dat de rechtbank ten onrechte de zaak heeft afgesloten en dat de rechtbank gehouden is ambtshalve te toetsen of het voortduren van de bewaring rechtmatig is.

De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek op 9 december 2024 gesloten.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [datum] 1997 en de Algerijnse nationaliteit te hebben.

2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.

3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraken van deze rechtbank en zittingsplaats Middelburg[_2ce2791d-c614-41b1-bc25-0bef0cbe9ff5] volgt dat de maatregel van bewaring, het voortduren en de verlenging daarvan tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraken ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom staat nu, voor zover dat in beroep wordt aangevochten, alleen ter beoordeling of sinds 25 september 2024 de maatregel van bewaring rechtmatig is.

4. Uit vaste jurisprudentie[_cf80623f-ccef-4c1f-8a03-4327be981c72] volgt dat het absolute vereiste om een vreemdeling in vrijheid te stellen als niet of niet langer wordt voldaan aan de voorwaarden voor de rechtmatigheid van de bewaring, samenhangt met het vereiste dat de rechtmatigheid van (het voortduren van) de bewaring altijd periodiek ter beoordeling aan de rechter wordt voorgelegd, ook als een vreemdeling daar zelf geen beroep tegen instelt. Dat eiser het beroep heeft ingetrokken doet aan deze plicht niet af gelet op de bewoordingen in het arrest van het Hof. Gelet hierop zal de rechtbank de rechtmatigheid van de maatregel aan de hand van de door verweerder ingezonden kennisgeving beoordelen.

5. Met inachtneming van de ambtshalve toetsing waartoe zij is gehouden, ziet de rechtbank geen grond voor het oordeel dat de vrijheidsontnemende maatregel onrechtmatig voortduurt.

6. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan 10 december 2024 door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr. S.D.C.J. Verheezen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.